Olympische kwalificatie triatlon

Zondag kunnen de Nederlandse triatleten onder leiding van bondscoach Louis Delahaye op het Japanse eiland Ishigaki de eerste stappen zetten naar de Olympische Spelen van Sydney, waar de kwart-triatlon (1,5 kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen, 10 kilometer lopen) zijn olympische première beleeft....

Later deze maand (18 april) is er nog een WB-wedstrijd in Japan, in Gamagori. Begin mei wordt in Sydney op het olympisch parkoers gestreden. Daarna volgen wedstrijden in Europa en Amerika (in totaal zijn er elf). Nederland staat niet op het programma, op 13 juni is er in het Belgische Kapelle-op-den-Bosch wel een WB-wedstrijd in de buurt. De finale wordt op 7 november gehouden in de Australische plaats Noosa.

Nederland heeft een aantal getalenteerde triatleten, maar wie in Sydney aan de start zullen verschijnen, is nog onbekend. De Internationale Triathlon Unie (ITU) eist een plaats bij de topvijftig van de wereld. Maximaal mogen er drie deelnemers per land starten, mits dat land bij de topzes in het landenklassement staat. De Nederlandse vrouwen voldoen aan die eis, de mannen staan twaalfde (goed voor twee startbewijzen).

De wereldbekerwedstrijden vormen het opstapje naar de Spelen, er zijn punten te verdienen die tot kwalificatie kunnen leiden. Triatleten die in de mondiale top-75 staan, kunnen rechtstreeks aan deze WB-wedstrijden deelnemen.

Voor Nederland zijn Eric vd Linden (de enige Nederlander die een WB-wedstrijd won, hij staat nu 36ste op de ranking), Dennis Looze (48), Europees kampioene Wieke Hoogzaad (13), Ingrid van Lubek (41), Sylvia Pepels (43) en Lucienne Groenendijk (75) startgerechtigd.

Een toptwee-klassering bij een ander, internationaal evenement, voldoet ook. Zo kwam Rob Barel (die recentelijk tweede werd bij een wedstrijd in Zuid-Afrika) aan zijn startbewijs voor het WB-circuit. Luc Huntjens kreeg een wildcard. Er starten zondag dus vier Nederlandse vrouwen en vier Nederlandse mannen in Japan.

Voor triatleten die onvoldoende punten hebben behaald, rest nog een achterdeur richting het wereldbekercircuit. Zo kan Ralph Zeetsen bij kleinere internationale wedstrijden (onder meer in het Nederlandse Zundert) dit seizoen nog pogen punten te behalen.

De eisen van NOCNSF voor uitzending naar Sydney zijn zwaarder dan die van de ITU. De sportkoepel verlangt een plaats bij de eerste acht bij de WK in Montreal (in september), of tweemaal een topacht-notering bij een WB-wedstrijd. In 2000 moet dan vormbehoud (eenmaal toptwaalf) getoond worden.

Haalt een Nederlandse triatleet deze norm, dan kan NOCNSF besluiten nog een of twee andere triatleten (die uiteraard wel moeten voldoen aan de ITU-eisen) mee te sturen naar Sydney. Omdat bij de olympische triatlon het stayeren bij het fietsen is toegestaan, wordt de ploegenstrategie daarmee onderbouwd.

Meer over