Interview

Olympisch zwemkampioen Weertman: ‘Mijn sport is juist zo mooi door de strijd tegen de elementen’

De olympisch kampioen marathonzwemmen van Rio, Ferry Weertman (29), kondigde dinsdag zijn afscheid aan. Weertman zwom tien jaar lang tussen dolfijnen, kwallen, in vies en schoon zwemwater. Een afscheidsinterview in acht keuzes.

Eline van Suchtelen
Ferry Weertman tijdens de 10 kilometer open water in Tokio. Beeld ANP
Ferry Weertman tijdens de 10 kilometer open water in Tokio.Beeld ANP

Olympisch kampioen op de 10 kilometer of de 100 meter (die titel won zijn verloofde Ranomi Kromowidjojo)

‘Als je me dat tien jaar geleden had gevraagd aan het begin van mijn carrière had ik de 100 meter gezegd. Ik had toen nog niks gewonnen. Ondertussen ben ik heel erg van het openwaterzwemmen, en het hele leven eromheen, gaan houden. Als je wedstrijdzwemmer bent, zwem je alleen maar baantjes. Bij mijn sport komt veel meer kijken. Er zit een stuk tactiek bij. Je moet racen tegen de elementen en tegen elkaar.’

Trouwen of afstuderen

‘In januari begin ik aan mijn afstudeerscriptie voor mijn studie bedrijfskunde. Ik heb al verschillende stages gelopen. Ik ga eerst eens kijken wat het leven buiten de zwemsport te bieden heeft. Trouwen staat ook op de planning, maar er is nog geen datum geprikt. Dat werd allemaal vertraagd door het coronavirus. Ranomi en ik hebben nu de tijd om er eens goed voor te zitten en mooie plannen te maken.’

Warmste en koudste water

‘In Lindau in de Bodensee in Duitsland was het water 15 graden, of misschien nog net iets kouder. Na één rondje waren we helemaal versteend. Als je daarna klaar bent, wil je een half uur onder de douche staan om op te warmen. In die tijd zwommen we nog zonder wetsuit. Na 2016 zijn de regels veranderd en mag je een wetsuit aan. Dan maakt het minder uit hoe koud het water is. Ik vind dat jammer. Openwaterzwemmen is juist zo mooi door de strijd tegen de elementen. Het wetsuit haalt de charme een beetje weg.

‘Het warmste water was in een buitenbad op de Seychellen waar we waren voor een trainingskamp. Het water was 34 of 35 graden, het voelde als een bubbelbad. Als je dan een lang stuk zwemt, kun je je warmte niet kwijt. In het water voel je niet dat je aan het zweten bent. Maar je voelt je dan wel heel sloom en afwezig. In Tokio op de Spelen was het water ook erg warm. Als je de foto’s ziet van mijn hoofd toen ik uit het water kwam, zie je hoe zwaar dat was.’

Beste en slechtste zwemwater

‘In Cozumel in Mexico was het water superhelder. Je kon vissen zien, er lagen wat schelpen op de bodem en er was koraal. Er was ook heel veel stroming, dat maakte de wedstrijd ook nog eens interessant. Het slechtste water trof ik in China aan. Iedereen die eruit kwam, was vies. Er dreef troep in. Plastic zakjes en kleine dingetjes. Volgens mij was daar ook nog een Duitse zwemmer gebeten door een waterslang. Het motiveerde allemaal niet om het water in te springen. Ik heb ook veel last van kwallen gehad. In Perth in Australië voelde ik ze elke keer als ik mijn hand in het water stak. Je had daar twee soorten. De grote staken niet, maar de kleine wel. Tijdens het racen kon ik me daar wel overheen zetten. Maar als je gaat trainen, heb je het niet zo naar je zin. In Singapore ben ik ook een keer lelijk door een kwal gestoken, die plek zat twee maanden op mijn arm.’

Zoet of zout water

‘Zoet water voelt veel schoner als je erin ligt. Als je tijdens de race een drinkmoment wil overslaan, kun je gewoon een slokje nemen van het water waar je in ligt. Dat ga je niet in zout water doen, want dat hydrateert niet. Na een wedstrijd van 2,5 uur heb ik de hele dag nog zo’n zoute smaak in mijn mond. Dan moet ik iets met een hele sterke smaak eten, wil ik nog iets kunnen proeven.’

Nare en fijne ervaringen met vissen

‘Van vissen heb ik niet veel last gehad. Soms schrik je ervan als je ze ineens langs ziet komen, maar ze zijn gelukkig bang dus blijven meestal uit de buurt. Ik heb dolfijnen gezien, kleine haaitjes, schildpadden. Op Curaçao zag ik dolfijnen van dichtbij. Die woonden in het aquarium en werden in zee uitgelaten. Wij trainden in hetzelfde water. Ze kwamen altijd even gedag zeggen. Dan zwommen ze eerst onder je door en deden ze daarna even een salto voor je neus.’

Zee of meer

‘Een meer is fijner om in te trainen, maar de wedstrijden in de zee vind ik leuker. Een meer is net een groot zwembad, daar gebeurt veel minder. In de zee heb je vaak golven en een beetje stroming, of juist heel veel wind. Soms zijn de boeien minder goed te zien. Dat maakt het juist mooi.’

Elfstedentocht zwemmen of Kanaal oversteken

‘Dan steek ik liever het Kanaal over, dan ben ik tenminste in één dag klaar. Ik heb enorm veel respect voor Maarten van der Weijden en zijn Elfstedentocht waarmee hij veel geld ophaalde voor het goede doel. Maar ik denk dat ik hem nog sneller zou schaatsen. Ik ben sowieso veel minder een ultrazwemmer dan Maarten. Hij is ook wereldkampioen op de 25 kilometer geworden, dat is mij nooit gelukt. De langste zwemtocht die ik ooit heb gedaan is de oversteek van het IJsselmeer van 22 kilometer. Dat vond ik wel genoeg.’

Kampioenschappen Ferry Weertman

Europees kampioen 10 kilometer 2014, 2016, 2018

WK 10 kilometer: zilver 2015, goud 2017

Olympische Spelen: goud Rio 2016, zevende Tokio 2021

Meer over