Nostalgie komt tot leven in nieuw paleis

Zaterdagmiddag, om 16.22 uur, is het zover. 'Het vuur is binnen de muren, het is alsof de tijd nooit heeft stilgestaan.' Prins Willem-Alexander heeft de vlam in de Marathontoren onstoken, de heropening van het gerestaureerde Olympisch Stadion is een feit....

'De tijd is daar, het stadion is eindelijk klaar', zingt Karin Bloemen, wier imposante gestalte gehuld is in een gewaad dat met enige moeite het gehele stadion zou kunnen overkappen.

Het nieuwe Olympisch Stadion is een stadion zoals een stadion moet zijn. Géén reclameborden, een fraaie atletiekbaan en een mooie, egale grasmat.

De oorspronkelijke bouwmeester van het stadion, Jan Wils, kreeg voor zijn creatie tijdens de Amsterdamse Spelen van 1928 zelfs een echte gouden medaille.

Het onderdeel 'kunstcompetitie' was toen nog een volwaardige olympische discipline. Wils' naam is in de annalen van de Spelen van 1928 nog steeds terug te vinden tussen die van Bep van Klaveren, het Britsch-Indische hockeyteam en Johnny Weismuller.

Joop Alberda hoeft zich anno 2000 niet langer zorgen te maken over olympische kwalificatie van Hollandse architecten; de nazaten van Jan Wils, die zijn bouwwerk de afgelopen jaren in de oude, oorspronkelijke luister herstelden, verdienen zonder meer een gouden plak.

In tijden van multifunctionele, bedakte en beskyboxte sportpaleizen, vormt het gerenoveerde Amsterdamse stadion een ware verademing.

Nostalgie, daar draaide het zaterdagmiddag tijdens de (her-) opening om. Kroonprins Willem-Alexander trad in de voetsporen van overgrootvader prins Hendrik; Fanny Blankers-Koen draafde in zwart-wit naar een wereldrecord op de 80 meter horden - het jaar was 1942, maar het sportleven ging gewoon door.

Wielrenner Arie van Vliet spurtte op hetzelfde beeldscherm tegen Jan Derksen, de legendarische Eusébio legde er voor Benfica in de EC I-finale tegen Real Madrid in 1962 opnieuw twee in. (Benfica won met 5-3).

Arrr, àrrrr, kreunde de 19-jarige Portugees na afloop van die grootse finale, die door kenners nog steeds als de mooiste aller tijden wordt beschouwd. Arrr, àrrrr? Doping!, meende de volgende morgen het ochtendblad stellig. Onjuist, bleek later, 'ar' betekent namelijk 'lucht' in het Portugees.

'De neger Eusébio, ontbloot bovenlijf, uitzinnig dansend over het terrein, maximaal geopende mond, rollend met stuiters van ogen', werd zo omstuwd door uitzinnige fans, dat hij geen adem meer kon halen.

Deze grote voetballer was zaterdag zelf niet aanwezig in het nieuwe stadion, maar hij had wel een video-boodschap ingesproken: 'It was a good final, ik zal dit stadion nooit vergeten.'

Scheidsrechter bij die wedstrijd was Leo Horn. De fluitist leeft niet meer, maar een van de ballenjongens op die memorabele avond in mei 1962 kon nog wel worden opgespoord.

Johan Cruijff kreeg van alle prominenten het meeste applaus toen hij naar de middenstip schreed. Jawel, er kwam de nodige tactiek bij kijken om tot een goede ballenjongen uit te groeien. 'Je kunt de thuisploeg, jouw ploeg, helpen door bij voorsprong te vertragen. Dan sta je als ballenjongen rustig op en ga je op je gemak de bal halen. Bij achterstand moet het allemaal veel sneller. Je moet als ballenjongen echt met het spel verbonden zijn.'

Cruijff had zaterdag als eregast een vrijkaartje, vroeger betaalde hij evenmin voor zijn toegangsbewijs. Dan glipte hij, net zoals veel andere kwajongens indertijd, tijdens wedstrijden het stadion binnen: 'Die kant', wijzend richting Buitenveldert, 'dat was verreweg de beste kant om binnen te komen'.

'Het Olympisch stadion? Ach, als die muren hier konden spreken, dan zou er veel loskomen.' De gerestaureerde muren zwegen, maar Cruijff sprak: 'De mistwedstrijd Ajax - Liverpool? Daarmee is de glorieperiode van het Nederlandse voetbal begonnen.'

Zijn optreden werd verluchtigd met oude beelden op het videoscherm. De mooiste Cruijff-momenten kwamen echter uit andere stadions, want nummer 14 en het Olympisch Stadion, dat was vaak toch een ietwat bizarre relatie: Nederland - Tsjecho-Slowakije (uit 1966), Cruijff wordt de eerste Nederlandse international in de geschiedenis die uit het veld wordt gestuurd.

Daarvan waren zaterdag nog wel beelden te zien, maar die van Cruijffs beruchte afscheidswedstrijd in 1978 tegen Bayern München bleven ons godzijdank bespaard.

Wel aandacht voor Ajax en het Olympisch stadion, verder weinig of geen herinneringen aan die andere, al dan niet grote clubs die er speelden: Blauw-Wit, DWS, FC Amsterdam en het Noord-Amsterdamse De Volewijckers, dat hier in 1944 zelfs nog landskampioen werd.

Die tijden zijn definitief voorbij, de toekomst zal weinig voetbal en al helemaal geen wielrennen (de baan is verdwenen) naar het Stadionplein brengen.

Het nieuwe gebouw is vooral bedoeld voor atletiekwedstrijden. En met deze tak van sport onderhoudt Amsterdam toch een moeizame relatie: de hoofdstedelijke marathon moet dit jaar opnieuw een flinke stap terug doen, het grote gala Amsterdam Athletics (met de Amerikaan Michael Johnson als trekpleister) moest wegens gebrek aan sponsors zelfs worden afgeblazen.

Dus hoe lang zal de liefhebber, na zaterdag, weer moeten wachten op wereldtoppers op die nieuwe, prachtige Amsterdamse baan? Zaterdag waren er enkele actief, tijdens een veel te kort atletiekprogramma. Robin Korving sprintte tegen Mark Crear over de horden, Patrick van Balkom legde een 200 meter af tegen Darren Campbell.

Het tweetal verloor, die nederlagen zijn illustratief voor de status van de hedendaagse Nederlandse atletiek. De tijden van de grote Fanny Blankers-Koen en wereldsprinter Chris Berger (later portier in het stadion en vader van de vroegere stadionspeaker en omroepster Elles) liggen definitief achter ons.

Voorbij zijn de jaren dat Nederland, zoals in 1928, op een olympische medaillespiegel als derde zal eindigen.

En dat koning Willem IV, net als zijn overgrootvader Hendrik, ooit nog eens Olympische Spelen zal openen in de creatie van Wils, dat is al net zo'n utopie.

Los van de vraag of Nederland de Spelen ooit nog zal kunnen krijgen, is het stadion daarvoor gewoon te klein, zoals ook ere-gast Juan-Antonio Samaranch naderhand opmerkte. De IOC-president: 'Maar verder wil ik u van harte feliciteren met dit prachtige atletiekstadion.'

Meer over