Nooit meer platzak bij ziekte met topsportuitkering

Joeri Verlinden, specialist op de vlinderslag, raakte door ziekte en vormverlies zijn A-status kwijt. Dankzij z'n spaargeld bleef hij zijn vak, topsport, beoefenen. Een uitkering was welkom geweest.

Joeri Verlinden bij de EK in Berlijn in 2014. Beeld ANP
Joeri Verlinden bij de EK in Berlijn in 2014.Beeld ANP

Het leven van de topsporter is sinds een jaar of vijftien inkomenstechnisch comfortabel ingericht. De invoering van het stipendium per 2001, de tegemoetkoming in het levensonderhoud, maakte dat de beste sportmensen van Nederland fulltime hun beroep, de topsport, konden uitoefenen. Ze werden een soort van 'staatsamateurs'.

Zonder dat stipendium van het ministerie van VWS, overigens geen salaris maar een beurs, is het leven van de sportman of vrouw stukken lastiger. Neem Joeri Verlinden, een topzwemmer. Hij was in 2010 de nummer twee van Europa op de 100 meter vlinderslag, twee jaar later zesde in de olympische finale te Londen op viertiende van het zilver. Die Joeri Verlinden, veel serieuzer worden ze niet geboren in sportland Nederland, raakte in 2014 al zijn ondersteuning kwijt.

A-status

'Ik had door hartritmestoornissen een jaar moeten teren op de hardheidsclausule (uitzonderingsregel, red.). In 2014 miste ik op de EK van Berlijn op eentiende seconde de vijfde plaats op de 100 vlinder. Die positie in Europa was goed geweest voor opnieuw de A-status, en dus voor mijn inkomsten via het topsportstipendium. In plaats daarvan viel ik terug naar geen status. Vraag niet hoe dat kon. Van de B-status had ik niet gehoord of geen idee. Ik heb er ook geen energie in gestopt. Ik moest zonder status verder', aldus Verlinden.

De Limburger ging leven van zijn spaargeld, want zijn zwemcarrière wilde hij niet opgeven. Hij ging bij zijn ouders wonen. Hij was zijn olympische auto kwijt. Hij begon een crowdfunding, verkocht 42 van de 100 beschikbare meters vlinderslag in zijn eigen regio en wacht op de dag in december dat hij in Amsterdam de olympische kwalificatietijd (51,96 seconden) op de 100 meter vlinderslag kan zwemmen. 'Want dan krijg ik meteen weer mijn stipendium. Als olympisch gekwalificeerde.'

Het stipendium is niet om stil te leven dan wel comfortabel door het leven te gaan. 'Voor mij is het zorgeloos fulltime je sport kunnen beoefenen. Dat je het bad binnenstapt en weet dat je alles kunt geven voor die twee banen hard vlinderen. Die acties die ik heb gedaan, waren mooi en werden superenthousiast ontvangen, maar er is niets mooier dan je volledig en zonder afleiding te kunnen concentreren op je zwemmen', is het verhaal van Verlinden, de 27-jarige zwemmer uit Melick.

Doorbraak

Wat had hij, zegt Verlinden, graag gebruikgemaakt van de WW-uitkering zoals die sinds kort bestaat. De topsporter was uitgesloten van het recht op een uitkering, maar dat zekere onrecht is teniet gedaan. Via het ministerie van Sociale Zaken kwam het NOC*NSF samen met vakbond NL Sporter bij het UWV terecht. Het ministerie van Sport (VSW) ondersteunde het initiatief.

'De contacten met de ministeries zijn erg goed', zo begint Els van Kernebeek, hoofd topsport van NOC*NSF, haar verhaal. Zij kreeg met collega's van Athlete Services het UWV zo ver zich flexibeler op te stellen tegenover atleten die hun inkomsten verloren. 'Sporters betaalden wel hun premies aan het UWV, maar op het moment dat ze wilden innen, zoals bij werkloosheid, dan bleek dat zij niet beschikbaar waren voor de brede arbeidsmarkt. Dan geen WW, zei het UWV.'

In de vervolmaking van alle atletenvoorzieningen in Nederland wordt met het toepassen van de WW een van de laatste lacunes opgevuld. Het wordt als een doorbraak gezien. De 550 topsporters met de hoogste status, de A-status, worden gezien als beroepssporters. Hun beroep wordt met de nieuwste regeling door UWV impliciet erkend.

Joeri Verlinden tijdens de Open Nederlandse Kampioenschappen korte baan in sportcomplex de Drieburcht. Beeld anp
Joeri Verlinden tijdens de Open Nederlandse Kampioenschappen korte baan in sportcomplex de Drieburcht.Beeld anp

Ze zijn na het verliezen van de A-status - op eentiende van een seconde kun je buiten de wereldtop (acht landen) of Europese top (drie dan wel vijf landen) vallen - voortaan niet meer hun inkomen kwijt. Ze hebben door de WW-uitkering een aantal maanden (maximaal zes) de tijd zich via extra training terug te knokken op het hoogste niveau. Ze hoeven geen baantje erbij te nemen.

Het is enorme kapitaalvernietiging om een sporter na een aantal topjaren zo snel bij het oud vuil te zetten, zoals in het recente verleden gebeurde. Want bouwen aan een topprestatie kan alleen als de sportman zich fulltime op zijn sport richt.

Jeroen Bijl, manager topsport van NOC*NSF, is ingenomen met alle voorzieningen voor zijn toppers. 'Het volledig vrij maken van een sporter is voor mij de basis van ons stabiele niveau. Dat komt door het stipendium, een cruciale factor. Er zijn nu eenmaal veel sporten waarin je je geld niet kunt verdienen. Dat probleem hebben we in Nederland getackeld. We hebben de regeling bovendien zo gedifferentieerd dat iemand van 27 ook langer blijft doorgaan. We hebben van onze sporters fulltimers gemaakt. Het kan niet anders, want de rest van de wereld doet het ook zo. Het moet zo. Olympische topsport is fulltime geworden. Als je daar niet in meegaat, dan kun je het schudden.'

Topsportspaarrekening.

Het voorzieningenniveau van de afdeling topsport van NOC*NSF is enorm geworden. Naast de opvallende olympische auto, waarvoor een wachtlijst bestaat, krijgt een topsporter een topsportpolis voor zijn ziektekosten, zijn of haar loopbaan wordt begeleid, er kunnen onkosten voor reis en verblijf worden gedeclareerd, er kan worden gespaard op een topsportspaarrekening.

Er zijn ook immateriële zorgen. Met het ministerie van Buitenlandse Zaken is een nieuwe afspraak gemaakt hoe een sporter in het buitenland bij problemen wordt geholpen, inclusief een 24-uurs telefoondienst beschikbaar. Over zaken als pensioen en overbrugging - hoe nu verder in het bedrijfsleven dan wel de studie na het eindigen van die tien topsportjaren? - wordt door de regisseur NOC*NSF ook stevig onderhandeld.

De lijst van sporters die van de voorzieningen gebruikmaken wordt intussen steeds langer. Intussen zijn er 420 (van de 550) sporters die zich voor hun A-status laten uitbetalen. In het olympische jaar 2016 draagt het ministerie van Sport (VWS) daarvoor ruim 12 miljoen euro bij. In 2017 zou dat weer op het basisniveau van 10 miljoen dienen te zijn.

Meer over