Nog te fragiel voor de wereldtop

Het was koud geweest, de wind woei dwars door het half overdekte MSAC heen, maar drie perioden voelden de Nederlandse waterpolosters niets van die barre Oceanische omstandigheden....

Van onze verslaggever John Volkers

Het was de 100 kilo zware Elisa Casanova die van de midvoorplaats een backhandschot plaatste. Met vijf minuten op de klok had Nederland daar geen antwoord meer op. Bondscoach Robin van Galen baalde: ‘We hebben Casanova bijna compleet uit de wedstrijd gehouden. Maar dan verrast ze je toch nog.’

Het zijn de ervaringen van de laatste jaren. Nederland, in de jaren tachtig en negentig een wereldtopper, mist de laatste jaren de directe aansluiting met het hoogste echelon. Op de grote toernooien wordt nooit in positieve zin verrast. Altijd is de tegenstander van naam slagvaardiger en koelbloediger.

De afgelopen week gingen in de poule de wedstrijden tegen de toplanden VS (7-9) en Griekenland (7-14) verloren en Van Galen was zijn optimistische bespiegelingen kwijtgeraakt. Hij vroeg zich hardop af: ‘Zijn wij nog wel een wereldtopper?’

Zondagavond, na de kleinst mogelijke nederlaag in de tussenronde tegen Italië, was de bondscoach de twijfel toch weer voorbij. ‘Al staan we nu met lege handen, we hebben de aansluiting met de wereldtop nog steeds’, aldus Van Galen.

Hij durfde zelfs even te voorspellen dat zijn team straks in augustus zomaar de eerste kwalificatiemogelijkheid voor de Olympische Spelen van 2008 gaat benutten. Dan moet het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) in Rusland worden gewonnen. Later trok hij die woorden in en zei hij dat Rusland in eigen land de favoriet zal zijn.

Zijn vrouwenteam zal zich richten op het tweede OKT. Daar zijn vier tickets te verdienen voor landen die het in de eerste plaatsingsronde net niet gered hebben. Van Galen: ‘Het wordt in maart in Italië gespeeld. We zullen met zeven landen zijn die om die vier plaatsen spelen. Italië, Hongarije, Griekenland, Spanje, Canada, Duitsland en wij.’

Bij de vorige kwalificatie volgens dat systeem eindigde Nederland, in 2004 in Imperia, op de zevende plaats. Dat leek toen tot de ineenstorting van het Nederlandse waterpolomodel te leiden. Maar een laatste investering van de olympische koepel NOC*NSF heeft een plan gewaarborgd, waarmee tot en met volgend voorjaar fulltime getraind kan worden.

Vier dagen per week verblijft het nationale team in Zeist. Het terughalen van de routiniers Gillian van den Berg en Daniëlle de Bruijn past in alle ambitieuze plannen en heeft zich volgens Van Galen uitbetaald. Maar in Australië, waar Nederland om de negende plaats gaat spelen, leunt het team vooral op het jeugdige talent Iefke van Belkum.

Meer over