Nieuw leven in de wielersport

Het hart van Wouter Vandenhaute bloedde toen hij het wielrennen steeds dieper in de problemen zag raken. Dus begon de Vlaamse tv-producent in eigen land alvast met de renovatie van de sport....

‘Alles vertrekt met een droom’, zegt Wouter Vandenhaute, een jongensachtige Belg van 47 jaar. Die droom van hem is een grondige opknapbeurt van het wielrennen. Realisering is nog ver weg, maar hij is verder gekomen dan gedacht.

Vandenhaute is directeur van de Vlaamse televisieproducent Woestijnvis. De liefde voor sport spat van de muren in de ontvangsthal. Een levensgrote foto van wielrenner Niels Albert hangt tegenover eentje van atlete Tia Hellebaut. De olympisch kampioene heeft ‘voor Wouter’ naast haar beeltenis geschreven. Onder de foto van de Belgische estafetteloopsters staan de shirts en schoenen opgesteld waarmee ze in 2007 het WK-brons wonnen in Osaka.

Allen behoren ze tot de top in hun sport. Dat is Vandenhaute ook in zijn branche. Dankzij programma’s als Man bijt hond en De laatste show is zijn bedrijfje van 30 man in sneltreinvaart uitgegroeid naar een multimediaconcert met 150 personeelsleden.

Op slippers stapt Vandenhaute over zijn werkvloer. Het is een vrijdagochtend in Vilvoorde, nabij Brussel. De avond ervoor heeft De slimste mens het onvoorstelbare marktaandeel van 79 procent gehaald. Ook dat programma is gemaakt door Vandenhaute en zijn mensen – het woord werknemers komt niet uit zijn mond. Een week eerder heeft hij het eigenwijze tijdschrift Humo overgenomen.

Intussen werkt de voormalige sportjournalist en wielerliefhebber veelal in stilte en achter gesloten deuren aan een project dat met niets van zijn andere werk is te vergelijken. Eigenlijk is het onmogelijk wat hij probeert, zegt hij met een gulle lach. De wielersport renoveren is niet iets wat je zomaar even doet. Maar er wordt ten minste naar hem geluisterd, zegt hij na maanden aan de onderhandelingstafel met de machtigste partijen in de sport.

Vandenhaute heeft grootse plannen met de sport die in zijn ogen 30 jaar is blijven stilstaan. Een eerste blijk van zijn revolutionaire aanpak is nu al terug te vinden op de wielerkalender. De Vlaamse wedstrijden zijn hertekend en kregen het label Flanders Classics.

De Brabantse Pijl maakte plaats voor Gent-Wevelgem, zodat de E3 Prijs van een dag eerder in waarde zal afnemen. Het werd hem in eigen land niet door iedereen in dank afgenomen. Maar verandering is volgens hem de enige manier om vooruit te komen. Wie een omelet wil bakken, moet eerst een ei breken. ‘Er moet vers bloed komen in het wielrennen. Maar ik ben niet zo naïef te denken dat er iemand op ons zit te wachten.’

Waarom denkt u dat?

‘Ik zit er nu 25 jaar in, ben begonnen als sportjournalist. Ik heb een groot hart voor het wielrennen, ik ken de sport. Ik weet dat onze visie klopt en dat die ook werkt. Maar we hebben ook de anderen nodig om deze puzzel te kunnen leggen.

‘In het wielrennen heb je drie belangrijke actoren: de ASO die de Tour organiseert, de internationale wielerunie UCI en de ploegen met hun renners. De ploegen zitten al niet op één lijn, ook omdat de andere actoren ze uit elkaar hebben gespeeld.

‘Nu is er tussen de ASO en de UCI sinds vorig jaar geen openbare ruzie meer, maar het blijft een broze vrede en er is veel te weinig onderling vertrouwen. Dus willen wij ons profileren als een derde, neutrale partij.

‘Misschien helpt het dat we Vlamingen zijn. Enerzijds is de sport hier verankerd, anderzijds worden we gezien als les petits Belges. Wat wij doen is in principe te hoog gegrepen. Maar Belgen zijn oplossingsgericht, spreken hun talen en wij kunnen de brug slaan met de nieuwe wereld. Laat ons wel zijn, de angelsaksen zijn met ploegen als Sky, Columbia en RadioShack in hoog tempo bezig deze wereld te veroveren.’

Waar komt uw betrokkenheid bij het wielrennen vandaan?

‘Het wielrennen is er al die jaren niet in geslaagd zichzelf opnieuw uit te vinden. Zo is de sport in een stellingenoorlog terechtgekomen en er was ook een gigantische dopingproblematiek. Al 20 jaar verloopt die spiraal neerwaarts. Dan is het logisch dat mensen met een hart voor de sport opstaan.

‘Vervolgens zie je een draagvlak ontstaan en merk je dat partijen geld willen investeren in je plan. De voorbije drie jaar zijn we al een paar keer dicht bij een doorbraak geweest, maar vanaf de zijlijn blijft het moeilijk. Daarom hebben we besloten zelf een stap te zetten en dan zien we wel. We hebben we de Ronde van Vlaanderen gekocht om het klassieke voorjaar te bundelen. Eerst willen we de Flanders Classics uitbouwen, daarna zien we wel.

‘Onze visie is dat in de vijf weken van Milaan-San Remo naar Luik-Bastenaken-Luik constant wordt gekoerst, op woensdag én in het weekeinde. Daarin is nog plek voor één grote koers en dat moet Gent-Wevelgem worden.’

U heeft een rotsvast geloof in de mogelijkheden van het wielrennen?

‘In het wielrennen gaat het om macht. Het is al heel wat dat die partijen nu niet ruziënd meer over straat rollen. Vorig jaar was voor het eerst weer een rustig seizoen waarin het sportieve naar voren kwam. We hadden een mooie Tour, vol mooie verhalen.

‘Die fysieke en mentale strijd tussen de oude krijger Lance Armstrong en de nieuwe god Alberto Contador, prachtig. Dan zie je dat wielrennen een fantastisch potentieel heeft. Maar de verantwoordelijke figuren moeten er wel voor zorgen dat die verhalen goed verteld worden.

‘Ik heb een paar keer in belangrijke discussies gezegd: jullie zien te weinig het potentieel. Gelukkig kan ik het vandaag zeggen zonder van tafel te worden gegooid.’

Waarom zou u wel lukken wat Hein Verbruggen niet voor elkaar kreeg met de Protour?

‘Verbruggen heeft een enorme betekenis gehad voor het wielrennen. Het was zijn verdienste dat hij als eerste aan de boom heeft geschud. Die Protour is een essentiële stap geworden in een proces dat hopelijk nu wordt voortgezet. Alleen heeft de Protour alle spanningen in de sport blootgelegd.

‘Er ontbrandde een machtsstrijd tussen de UCI van Verbruggen en de Tourorganisator. Ik begrijp beide standpunten. De UCI is als de dood dat andere partijen hen buitenspel zetten. Hun grote voorbeeld is de UEFA in het voetbal. Alleen was de UEFA zijn tijd vooruit met de Champions League. De grote clubs hebben zich pas later geprofessionaliseerd.

‘In het wielrennen ligt dat anders. De UCI wilde de sport wel hervormen, maar de ASO vreesde buitenspel te komen staan. Zo werd een slapende reus wakker gemaakt, die zijn eigen rijk uitbreidde. Gevolg is dat ze in Parijs nu 75 procent van de koek in handen hebben in plaats van 60 procent, en alles blokkeren. Wij willen helpen die patstelling te doorbreken. Gelukkig zijn de geesten aan het rijpen.’

Waaraan merkt u dat?

‘Aan inschattingen, meer niet. Meer ga ik er ook niet over zeggen. Ik onderhandel ook niet via de pers. Alles wat ik nu vertel, is al bekend bij de partijen met wie ik spreek over de sport.’

Wat is er mis met het wielrennen?

‘Het heeft de aansluiting met de toekomst gemist, iets wat het voetbal, basketbal en tennis wel is gelukt. Het voetbal is zelfs nog een stap verder gegaan, want die hebben met twee Europese topcompetities de sport verder ontwikkeld. In het voetbal namen de financiële stromen exponentieel toe, in het wielrennen niet. Het wielrennen wordt nog steeds zo georganiseerd als dertig jaar geleden.

‘De sport moet snel met een eigen plan komen. Geen tennisplan of een voetbalplan, maar een wielerplan. We waren in gesprek met CVC Capital Partners, de hoofdaandeelhouder van de Formule 1, die onze plannen financieel wilde ondersteunen. Maar toen we hun naam noemden in het wielrennen, schoot iedereen in het defensief. Er werd meteen gezegd: CVC gaat onze sport overnemen.’

U wilt meer spektakel zien.

‘In het wielrennen wordt te veel getraind voor iets anders. Er is geen andere sport waar dat zo vaak gebeurt, en de tv zendt al die trainingen ook nog vaak live uit. De belangrijke renners ontlopen elkaar vooral. Armstrong en Ullrich kruisten in 2005 pas voor het eerst de degens met elkaar tijdens de openingstijdrit van de Tour. Armstrong haalde hem in en de Tour was gedaan. Hoe kan een sport zichzelf zoiets aandoen?

‘Veel voorjaarskoersen zijn niet meer dan een voorbereiding op de Ronde van Vlaanderen. Maar in het tennistoernooi van Monte Carlo wordt ook op het scherpst van de snede gespeeld door Federer en Nadal, terwijl ze Roland Garros allebei willen winnen.

‘De sport leeft bij de gratie van vedetten. De een definieert de ander. Clijsters en Henin maken elkaar groot. Daarom geloven we in een simpele basis voor ons plan: the best racers in the best races.’

Denkt u echt dat Armstrong en Contador elkaar door uw plan vaker zullen opzoeken?

‘Het probleem is: de waarde van de sport is veel te laag. De Tour is de enige wedstrijd waarin alle toppers aan de start staan. Dus moet het wielrennen uiteindelijk die drie weken kwaliteit in juli over een seizoen kunnen spreiden: sportief én financieel.

‘Ik begrijp ook niet dat in deze tijden, waarin het wielrennen zoveel over zich heen heeft gehad met alle doping en toch drie koersen van drie weken blijft organiseren. Er is maar één grote ronde: de Tour.

‘Wij in Vlaanderen hebben een wielercultuur, bij de Tour hebben ze de middelen, maar kijk eens naar de rest. De Giro is rampzalig, de Vuelta is saai, en dan heb ik het nog niet eens over koersen als de Ronde van Romandië.

‘Het gemiddelde niveau van zulke wedstrijden moet omhoog. Als je zoiets breder aanpakt en er een kwaliteitslabel als de Champions League kunt opplakken, is er veel meer uit te halen. Dat zie je bij het voetbal ook. Neem de televisie: wielrennen wordt veel beter in beeld gebracht dan twintig jaar geleden, maar voetbal wordt oneindig veel beter in beeld gebracht.’

U gelooft in de traditie en de uitbouwmogelijkheden van de sport.

‘Wielrennen is een sport van combines, van: elkaar vooral niet te veel vertrouwen. Dat zit in de genen van de sport, dat maakt het ook fantastisch om naar te kijken. Het is niet individueel en geen teamsport. Daar zit alles in. Dat haalt het slechte in de mensen boven, maar ook het goede. Met dat spanningsveld vallen fantastische dingen te doen..’

Meer over