Nieuws

Niet Van der Poel maar Van Baarle belandt op het podium bij WK wielrennen

Wielrenner Dylan van Baarle beleeft zijn beste seizoen ooit. Toch pakte hij zondag ook tot zijn eigen verrassing het zilver mee in de WK-wegwedstrijd. Drie weken terug moest hij nog met een scheurtje in de heup de Vuelta verlaten.

Dylan van Baarle heeft een onderonsje met Julian Alaphilippe over de kleur van de medailles. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Dylan van Baarle heeft een onderonsje met Julian Alaphilippe over de kleur van de medailles.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Als een Nederlander het WK-wielrennen op de weg zou winnen, dan moest dat toch Mathieu van der Poel zijn. Tenzij het 26-jarige multitalent het niet kon opbrengen zijn rug zo lang te pijnigen in de eindeloze, loodzware wedstrijd. Dan, had bondscoach Koos Moerenhout vooraf gezegd, hebben we geen uitgesproken favoriet meer in de Nederlandse ploeg, hooguit een enkele outsider. Wie? Nou, Dylan van Baarle bijvoorbeeld.

De uitslag: Van der Poel achtste en Van Baarle tweede. Die zilveren medaille in het klapstuk van een week van wereldkampioenschappen in België leverde Nederland een onverwachte prijs op: de mannen en vrouwen in het oranje mochten nog eens collectief het podium op omdat ze, alle prestaties in de elf WK-disciplines bij elkaar opgeteld, als land het beste had gepresteerd. Nederland behaalde één gouden medaille - Ellen van Dijk won de tijdrit bij de vrouwen - drie zilveren en twee bronzen.

Zware val

Voor Van Baarle was zijn podiumplek in meerdere opzichten een verrassing. In de Ronde van Spanje kwam hij zwaar ten val in een bochtige afdaling en verliet de Vuelta vijf etappes later met een scheurtje in de heup. Dat was drie weken geleden. ‘Ik lag een week thuis op de bank, kon niet meer lopen, maar bleek net op tijd opgelapt voor het WK.’ Deelname aan de wereldkampioenschappen, ondanks ‘dat hele Vuelta-verhaal’ emotioneerde hem met de zilveren medaille om de nek.

Temeer omdat hij tot het einde toe in dienst meende te rijden voor Van der Poel. Toen beide Nederlanders elkaar spraken in de beslissende kopgroep van de zeventien renners van wie er één de regenboogtrui later zou veroveren, vroeg Van Baarle aan zijn kopman: ‘Wat kan ik voor je doen?’ Nou, niets eigenlijk, was Van der Poels antwoord. ‘Hij zei: probeer mee te gaan bij een ontsnapping, dan kan ik mijn benen sparen.’ De twee zagen elkaar pas na de finish terug.

Dat was na een soort van sprint van de vier renners die achter winnaar Julian Alaphilippe - ‘zonder meer de sterkste vandaag’, zei Van Baarle, ‘we hebben het geprobeerd, maar we konden hem niet meer vangen’ - om de overige podiumplekken streden. ‘Na zo’n lange, zware koers heeft niemand nog een goede sprint’, legde Van Baarle uit. Voor hem probeerden zijn tegenstrevers het op 200 meter van de streep. ‘Maar ze gingen al snel weer in het zadel zitten, als stervende zwanen, en ik reed er omheen.’

Sterk seizoen

Dat Van Baarle gedijt in een zware race liet hij eerder zien dit seizoen, dat zijn beste ooit is. Hij won in het voorjaar na een lange solo van 50 kilometer Dwars door Vlaanderen. In die koers was hij eens een keer kopman, waar hij normaal gesproken zich in de grote ronden op moet offeren voor zijn ploeggenoten van Ineos-Grenadiers, al jaren een van de sterkste ploegen in het wielrennen. ‘Ik ben taai en dat is gunstig als de koers lang en zwaar is. Ik kan vroeg in zo’n wedstrijd aanvallen en dat lang volhouden.’

Mathieu van der Poel hield gemengde gevoelens over aan het WK. ‘De eerste helft van de wedstrijd heb ik vooral afgezien. Ik raakte elke keer achterin het peloton verzeild. Dat was niet aangenaam. Ik was niet in staat op te schuiven.’ Pas toen de groep met tal van kanshebbers werd gevormd, voelde hij zich meer op zijn gemak. ‘Het was niet slecht, maar ik had ook niet veel over. Ik heb gewoon niet de conditie om twee of drie aanvallen te doen, iets wat me normaal wel lukt.’

Van der Poel is sinds het echec op de Olympische Spelen, waarin hij op de mountainbike zwaar ten val kwam, op zoek naar zijn topvorm. Rugproblemen leidden tot een voortijdig afbreken van een hoogtestage in Italië. De afgelopen weken gebruikte hij wat kleinere wedstrijden in België om zichzelf te testen. De vraagtekens over zijn uithoudingsvermogen bleven.

Ja, zei hij zondag, hij had graag attractiever gekoerst. ‘Maar het was gewoon een kwestie van niet beter kunnen.’

Meer over