Niet vallen en wachten op fouten

In zekere zin maakt de internationale wielerfederatie (UCI) uit wie er wereldkampioen wordt, meent Hennie Stamsnijder, de beste veldrijder van 1981....

IN HET BONTE gezelschap dat elke woensdagmiddag in het Noord-Brabantse Alphen per fiets door recreatiegebied 't Zand crosst, is er één met een rood-wit-blauwe kampioenstrui. Hij heet Henk Baars en hij werd in 1990 wereldkampioen veldrijden.

Een KNWU-licentie heeft de 36-jarige Baars niet meer, maar ook zonder dat papiertje kan een mens hard fietsen. Telkens wanneer trainer Nico van Hest een oefening aangeeft die neerkomt op 'Hard rijden', juist dan komt Henk Baars goed in beeld. De veertigers met bierbuikjes raken uit het zicht, de mountain-bikers ook, het elfjarige wielertalent idem.

Henk Baars maakt plotseling deel uit van de vier leden tellende kopgroep.

Een van die andere drie koplopers wordt morgen in München mogelijk de nieuwe wereldkampioen veldrijden. Adri van der Poel, de regerende. Richard Groenendaal, dit seizoen even sterk als alleswinnaar Van der Poel. Wim de Vos. Ploeggenoten in de Nederlandse afvaardiging - de Rabo-renners Van der Poel en Groenendaal zijn het hele seizoen ploeggenoten - maar vooral ook concurrenten.

Van der Poel zei deze week voor de NOS-camera dat Wim de Vos best wereldkampioen mag worden, dat Van der Poel zelfs bereid is De Vos daarmee te helpen, 'als hij maar flink betaalt'.

Groenendaal zei voor diezelfde camera dat hij nooit op De Vos zal gaan jagen. Althans, als er morgen een situatie ontstaat waarin De Vos 1 ligt, en Groenenaal in de achtervolgende groep zit. Althans, als er in die achtervolgende groep buitenlanders zitten. Stel nu dat die groep bestaat uit Van der Poel en Groenendaal. Ja, dan, in dat geval zullen de twee Rabo-renners furieus jagen op De Vos.

De NOS-camera nam ook nog Wim de Vos in beeld. Die zei wel wat en zweeg tegelijkertijd.

Het is heel verstandig dat Wim de Vos weinig loslaat over zijn verwachtingen, oordeelt Hennie Stamsnijder (42), de man die zijn nationale bekendheid aan de modder heeft te danken. 'Want van de drie Nederlanders geef ik De Vos de meeste kans op dat parkoers in München.'

Stamsnijder werd negen keer Nederlands kampioen veldrijden, één keer wereldkampioen bij de profs, één keer wereldkampioen bij de militairen, won viermaal het Super Prestige-klassement en werd in 1981 Sportman van het Jaar.

In 1989 stopte hij met wielrennen. De erelijst had nog veel imposanter kunnen zijn als er in 1985 dat 'rotparkoers' in München niet was geweest, ruwweg hetzelfde parkoers als morgen.

Er gaat geen dag voorbij of Hennie Stamsnijder wordt nog herinnerd aan dat WK van 1985 in München. Hij heeft dagelijks last van zijn rechterknie. Bij een val in München scheurden de kruisbanden van de rechterknie in. 'Draaien en keren kan ik niet meer', zegt Stamsnijder. Hij beklaagt zich niet.

Zijn hoofd bleef bij die val onbeschadigd. Hij is er nooit meer geweest, maar nu nog, elf jaar na dato, kan hij elk bochtje, elke helling van het parkoers in het Olympiapark uittekenen. 'Ik viel al in de eerste ronde. Ik weet nog bij welke boom.'

Van der Poel werd toen, in 1985, tweede achter de verrassende wereldkampioen Thaler. Als de al lang met wielrennen gestopte Thaler morgen zou mee doen, rijdt hij Van der Poel op bepaalde delen van het parkoers gemakkelijk los, zegt Stamsnijder.

'Ik verwacht eenzelfde parkoers als in '85. Hard, bevroren, een beetje besneeuwd. Een technicus als Thaler is dan in het voordeel. In één tempo hard doorrijden en risico nemen. Uit mijn tijd had je ook nog Liboton. Ook zo'n technische. Die zou morgen ook mee kunnen rijden.'

Waarom zou De Vos dan van de Nederlanders de meeste kans maken op de wereldtitel? Is hij de beste technicus? Stamsnijder: 'Hij is technisch goed. Maar het grootste voordeel is dat De Vos klein is en over veel durf beschikt. Je overhellingspunt is lager, je zit wat dichter bij de grond. Op een snel, bevroren parkoers ben je dan in het voordeel.'

Van de buitenlandse concurrentie verwacht Stamsnijder veel van de Zwitser Frischknecht. 'Hij is dé favoriet.' Maar wie er morgen ook wint, voor Stamsnijder is Adri van der Poel de wereldkampioen. 'Hij heeft dit seizoen de Wereldbeker-cyclus gewonnen, de Super Prestige. Dan ben je dus de beste van de wereld.'

In zekere zin maakt de internationale wielerfederatie (UCI) uit wie er wereldkampioen wordt, meent Stamsnijer. 'Een WK is een ééndaagse wedstrijd. Het parkoers moet je maar net liggen. Ik heb er geen bezwaar tegen, hoor. Met het WK op de weg zie je vaak hetzelfde. Hinault in Sallanches, Indurain en Olano in Colombia. Een bergachtig parkoers en je weet onmiddellijk wie de kanshebbers zijn.'

Morgen zal Stamsnijder er in München bij zijn. Hij heeft de sport nooit losgelaten. Stamsnijder is marketing manager bij fietsenfabrikant Shimano. Als Nederlander hoopt Stamsnijder dat één van zijn landgenoten wereldkampioen wordt, als marketing manager maakt het hem allemaal niet zo veel uit. 'Ze rijden bijna allemaal op ons materiaal. Nee, wij worden zondag zeker wereldkampioen.'

'Nee, hard trainen is er op zo'n dag niet bij', zegt KNWU-regiotrainer Nico van Hest over de woensdagse trainingen in de bossen van 't Zand. De oud-renner ('Ik was maar een matige') en gymleraar Van Hest traint zijn zeer diverse groepje crossers elke woensdagmiddag van half twee tot half vier, van september tot medio februari. 'Hard trainen kan niet. Die toppers rijden elke zondag en hebben nog de naweëen van die dag.'

Er gaat vrijwel geen woensdag voorbij of ze zijn er alle drie, Van der Poel, Groenendaal en De Vos. Meestal trainen ze solo, zo'n gemeenschappelijke training is goed voor de afwisseling. Van der Poel moet er het meest voor over hebben. Hij woont in het Belgische Kapellen, boven Antwerpen. Voor De Vos en Groenendaal is Alphen om de hoek.

Bij deze discipline van de wielersport kunnen de fans een aardig inzicht krijgen in de training van de topsporters. Zoals er rond het trainingsveld van een professionele voetbalclub altijd mannen staan te kijken, zo wandelen er deze woensdagmiddag mannen (met of zonder fiets) in het bos, op zoek naar dat stukje van 't Zand waar Van Hest een intervaltraining heeft gepland.

Wie na afloop van de training nog even een woordje met de toprenners wil wisselen moet snel zijn. Gewoonlijk scheuren Groenendaal en Van der Poel naar de Alphense sporthal om zich snel te douchen en onmiddellijk richting huis te vertrekken. De Vos doucht thuis, in Oosterhout.

Van der Poel, gevraagd naar zijn ervaringen met het parkoers in München: 'Ik heb er één keer gereden, in 1985, en ik werd tweede. Ik kan me niet veel meer voorstellen van dat parkoers. Wat nou een parkoers voor technische renners? Je moet op elk parkoers uit de voeten kunnen.

'Ik was misschien a-technisch, maar ik werd in 1985 toch ook twee? Het zal best een beetje technisch parkoers zijn, maar als je gewoon harder kunt rijden dan de rest kan je heel veel goedmaken.'

Dat de Zwitser Frischknecht, de Italianen Bramati en Pontoni en de Belg Herijgers zich de laatste weken hebben 'verstopt' om toch vooral krachten te sparen voor het WK, wil er bij Van der Poel niet in. 'Dat wordt altijd gezegd over jongens die niet winnen. Je kunt je wel inhouden, maar niet alle wedstrijden. Je zult toch eens moeten kijken of je de inspanning wel aankunt. Richard en ik hebben bijna alles gewonnen. Omdat we de sterksten waren. En hopelijk ook nog zijn.'

Van der Poel blikt vooruit: 'Misschien moet je gewoon wachten. Wachten op fouten van anderen. En zelf zorgen dat je niet valt. Kan best zijn dat je zo in München wereldkampioen wordt.'

Ploeggenoot Richard Groenendaal kijkt die middag voortdurend naar de banden van zijn fiets. Die zijn deze dag nog heel. Eerder in het seizoen verloor Groenendaal menig Wereldbeker- of Super Prestige-wedstrijd door lekke banden. In Praag verloor hij omdat er plotseling een vrouw het parkoers overstak. 'In München helpt God me een handje', weet/hoopt hij.

Meer over