Nieuws

Niet een tweekamp, maar een commissie beslist welke judoka naar de Spelen gaat

Vrijdag beginnen de EK judo in Lissabon. Het toernooi is voor enkele judoka's de laatste kans zich te onderscheiden van hun directe concurrent. Want bij twijfel beslist straks een commissie over de olympische nominatie.

Henk Grol en Roy Meyer op Papendal
 Beeld Klaas Jan van der Weij
Henk Grol en Roy Meyer op PapendalBeeld Klaas Jan van der Weij

Het zou een waar spektakel zijn: judoka’s Henk Grol (36) en Roy Meyer (29) die in een onderling gevecht uitmaken wie naar de Zomerspelen van Tokio mag. Maar de kans om in een rechtstreeks duel te laten zien wie de beste is, krijgen de twee zwaargewichten niet. Een commissie van twee mannen zonder judoverleden beslist over hun olympische lot.

Nederland mag komende zomer maar één judoka per gewichtsklasse naar Tokio sturen. Naast Grol en Meyer moet de judobond in de categorie tot 70 kilogram kiezen tussen Kim Polling en Sanne van Dijke. In de klasse tot 78 kilogram gaat de strijd tussen Marhinde Verkerk en Guusje Steenhuis.

Het selectiebeleid van de judobond is al meer dan tien jaar een heikel punt. Op de EK judo, die vrijdag in Lissabon beginnen en waar elke land meerdere judoka’s per gewichtsklasse mag laten meedoen, werpt de olympische keuze zijn schaduw vooruit. Het is voor de Nederlandse judoka’s na een kwalificatieperiode van drie jaar de laatste kans de commissie te overtuigen.

‘Een onderling duel is niet representatief’, antwoordt directeur topsport Tjaart Kloosterboer op de vraag waarom de bond er niet voor kiest judoka’s het onderling te laten uitvechten. ‘Het gaat er niet alleen om hoe Grol en Meyer of Steenhuis en Verkerk het tegen elkaar doen. Minstens net zo belangrijk is wat hun resultaten tegen de wereldtoppers en op grote toernooien zijn.’

Medaillekansen

In tegenstelling tot roeien of de 100 meter sprint, is bij judo minder makkelijk te bepalen wie de beste is, meent Kloosterboer. Meer dan bij welke andere sport dient een judoka rekening te houden met de techniek en tactiek van de tegenstander. ‘Wij kiezen de judoka van wie wij denken dat hij of zij de meeste kans heeft op een medaille in Tokio.’

De keuzes van de commissie hebben de afgelopen drie Olympische Spelen geen medailles opgeleverd. Driemaal werd een judoka aangewezen: Dennis van der Geest (2008), Elisabeth Willeboordse (2012), Verkerk (2016). Van der Geest en Verkerk werden uitgeschakeld in de eerste ronde, Willeboordse eindigde teleurstellend als zevende.

Het geringe succes en de (juridische) protesten van thuisblijvers als Grim Vuijsters en Anicka van den Emden zijn voor de bond nooit een reden geweest het beleid te wijzigen. Kloosterboer: ‘Voor ons is dit de beste manier. Wanneer je twee judoka’s het onderling laat uitvechten, heb je ook geen garanties op medailles.’

De judobond koos in het verleden steevast voor de judoka met de meeste ervaring. Het is één van de redenen dat de 28-jarige Steenhuis nog niet gerust is op Tokio, ook al zijn haar resultaten de afgelopen periode beter dan die van haar zeven jaar oudere concurrent Verkerk. Ook staat Steenhuis, evenals vijf jaar geleden, hoger op de wereldranglijst dan Verkerk. Toch koos de bond in 2016 voor de ervaring van de wereldkampioen van 2009.

Geen judoverleden

‘De bond is geneigd conservatieve keuzes te maken’, zegt Steenhuis. Ze won de laatste onderlinge duels van Verkerk en zou er geen moeite mee hebben om in een rechtstreeks gevecht uit te maken wie er naar Tokio gaat. Al is ze het met Kloosterboer eens dat een overwinning op haar landgenote niet alles zegt over de internationale verhoudingen.

Meer moeite heeft ze met de invulling van de commissie. Met sportbestuurder en voormalig atletiekcoach Charles van Commenée en oud-schaatscoach Kloosterboer bestaat de keuzecommissie uit twee leden die niet op hoog niveau aan judo hebben gedaan. Steenhuis: ‘Ik vind het raar dat zij een mening over mij hebben, terwijl ze zelf nog nooit gejudood hebben.’

Daar sluit Meyer zich bij aan. Als de commissie ervaring of reputatie als leidraad neemt, is zijn concurrent Grol in het voordeel. ‘Als topsporter wil ik mijn plek op de mat verdienen. Het is moeilijk om je lot in iemand anders zijn handen te leggen, al snap ik dat de regels tijdens de kwalificatieperiode niet meer worden aangepast.’

Meyer is van mening dat er nu een te groot grijs gebied is rond de selectieprocedure. ‘De criteria zouden duidelijker moeten zijn. Hoe zwaar wegen behaalde resultaten in het verleden? Het speelt allemaal mee. Hoe objectief is de keuze nu die de bond maakt?’

Toeslaan op EK

Kloosterboer is het niet eens met de judoka’s. De selectiecommissie hecht veel waarde aan het advies dat zij afzonderlijk krijgt van de vier olympische judocoaches. ‘Als de coaches het niet unaniem eens zijn met elkaar, gaat de commissie naar andere factoren kijken, zoals gewonnen medailles, de wereldranglijst en prestaties tegen de top-10 van de wereld. Daar komen statistieken en percentages uit die niet liegen. De atletencommissie van de judobond heeft ingestemd met de selectieprocedure.’

Steenhuis is niet overtuigd, net zo min als Meyer. Volgens hen zou een puntensysteem inzichtelijker maken waarop de uiteindelijke keuze van de commissie is gebaseerd. ‘Hang een aantal punten vast aan een EK- of WK-medaille, de plek op de wereldranglijst en leg uit hoe je punten krijgt tegen tegenstanders die je wel of niet verslaat’, zegt Steenhuis.

Een meer transparante selectieprocedure of niet, zowel Steenhuis als Meyer weet: een Europese titel in Lissabon komend weekeinde zet de twee op pole position voor een ticket naar Tokio deze zomer.

Meer over