InterviewsBelgische begeleiders

Nederlandse vrouwen aan de top van het veldrijden dankzij Belgische coaching

Dit weekeinde zijn de WK veldrijden in Oostende. Bij de vrouwen domineert Nederland, met dank aan hun Belgische begeleiders. Zij analyseren de kansen van hun favorieten.

Denise Betsema in actie tijdens de superprestigecross in Boom op 6 december 2020. Beeld BELGA
Denise Betsema in actie tijdens de superprestigecross in Boom op 6 december 2020.Beeld BELGA

Ploegleider Tom De Kort (46) van Pauwels Sauzen-Bingoal over Denise Betsema (28)

Hoe kwam jullie samenwerking tot stand?

‘Mijn schoonvader komt al jaren op Texel. Hij zag dat de Texelse Courant geregeld melding maakte van een vrouw die actief was in het mountainbiken. Toen hij een lekke band liet repareren in een winkel in Oudeschild, Bets Fietsen, ontmoette hij haar ouders. Op een veldrit in Zonhoven hebben we kennis gemaakt. Tijdens de EK in Tabor, in 2017, hebben we haar geadviseerd over bandendruk en profiel; ze wist van niks. Vanaf die tijd ben ik haar coach. Toen ze een profcontract kreeg, ben ik gevolgd. Ik coach Denise veel op afstand. Texel is ver, ze heeft thuis twee kinderen. Ik maak haar trainingsschema’s en krijg data over hartslag, trapfrequenties, wattages, snelheden. We bellen veel.’

Wat heeft u haar bijgebracht?

‘We werken nu drie jaar samen. In die tijd heeft ze een enorme evolutie doorgemaakt. Ze is wereldtop. Reuzenstappen gaan we niet meer zetten. Het gaat nu om details. Neem de passages over de balken. Denise stapte te snel af, zodat ze soms wel tien passen moest zetten voordat ze er was. Dat was bijna het dubbele van haar concurrenten. Nu maakt ze er twee. Het schouderen van de fiets, in het zand of op een pittige helling, kan vloeiender. Je moet voorkomen dat je volledig tot stilstand komt en dan pas de fiets optilt.’

Wat is haar sterkte?

‘Ze kan alle omlopen aan, op alle denkbare ondergrond. Ze is in staat lang een hoge snelheid aan te houden waarmee ze de concurrentie versmacht. Vaak kan alleen Lucinda Brand volgen. En ze is mentaal supersterk.’

Wat is haar zwakte?

‘Denise trapt een licht verzet, ik juich dat toe. Het spaart krachten. Maar het is moeilijker om daarop aan te vallen of te counteren op een versnelling van anderen. We werken eraan dat ze in een ronde soms meer op de macht kan rijden.’

Waarom doen de Nederlandse vrouwen het zoveel beter dan de Belgische?

‘Toen ik vijftien jaar geleden zelf wedstrijden reed in Nederland, viel me op dat vrouwen en meisjes altijd apart fietsten. Bij ons reden ze door elkaar. Meisjes en vrouwen werden dan vaak gedubbeld. Ze kregen van alles naar hun hoofd geslingerd om ruimte te maken. Er zijn er nogal wat afgehaakt, toen. Nu zitten we met een enorm gat. Er is binnen gezinnen hier sprake van een zeker automatisme: als een jongen aan veldrijden gaat doen, gaat de familie hem steunen. Dan springen ouders bij, en de zus of de vriendin. Dat maakt een eigen carrière minder vanzelfsprekend.’

Wie is favoriet?

‘Denise is niet de hoofdfavoriet. Brand heeft de meeste overwinningen dit seizoen. Ceylin del Carmen Alvarado kan veel als ze haar trui moet verdedigen. Let op Marianne Vos. Zolang zij haar helm opzet en een rugnummer op speldt, moet je met haar rekening houden.’

Lucinda Brand finisht tijdens de wereldbekerwedstrijd in Hulst, 3 januari 2021. Beeld Foto BELGA
Lucinda Brand finisht tijdens de wereldbekerwedstrijd in Hulst, 3 januari 2021.Beeld Foto BELGA

Algemeen manager en oud-veldrijder Sven Nys (44) van Trek-Baloise Lions over Lucinda Brand (31)

Hoe kwam jullie samenwerking tot stand?

‘Ik volgde Lucinda al langer, ik zag hoe ze het wegrennen combineerde met het veldrijden. Ze boekte goede resultaten, maar ik zag dat ze meer in haar mars had. Op de WK in Bogense, in 2018, had ze kunnen winnen, maar het ging mis bij de fietswissel. Met de juiste mensen om zich heen, kon ze verder komen. Ik heb contact met haar opgenomen en het klikte meteen. Ze traint elke woensdag in België en in de aanloop naar belangrijke wedstrijden is ze er meer dagen. Ze rijdt geregeld met de mannen mee. Daar steekt ze veel van op.’

Wat heeft u haar bijgebracht?

‘Veldrijden is veel meer dan wegrennen een technische sport. Het gaat over de positie op de fiets, over het lopen met de fiets, over de lijnen die je moet rijden, over van alles. Haar houding is nu anders. Ze zat altijd vrij naar voren. Ze zit nu meer rechtop. Het stuur is wat hoger geplaatst. Dat geeft een beter gevoel voor balans en het belast de rug minder. Ze had altijd de neiging de natuurlijke lijnen in een bocht te volgen, terwijl je juist door iets af te snijden of wat ruimer te rijden aan efficiëntie kunt winnen. Voor elke wedstrijd verkennen we samen het parcours. We hebben met het oog op Oostende de laatste tijd veel in het zand gereden. Lucinda is heel leergierig.’

Wat is haar sterkte?

‘Ze heeft de grootste motor in het circuit. Ze zal nooit stilvallen. Ze kan veel pijn verdragen. De wil om te vechten is er altijd. Ze durft risico’s te nemen.’

Wat is haar zwakte?

‘Een tekort aan explosiviteit. Het telkens weer optrekken naar bochten is voor haar wat lastiger. Daar kun je niet heel veel aan veranderen. Dat heb je of je hebt het niet, zoals de renners hebt die goed kunnen klimmen en anderen weer sterk zijn in de sprint. We werken eraan. Je kunt veel goedmaken door de juiste positie in de wedstrijd te kiezen en op andere plekken te versnellen. Op belangrijke momenten kun je dan net wat over hebben.’

Waar doen de Nederlandse vrouwen het zoveel beter dan de Belgische?

‘Het is al lang gaande. Het heeft te maken het succes van Nederlandse vrouwen bij het fietsen al vanaf de tijd van Leontien van Moorsel. Daardoor zijn er veel meisjes begonnen. Er zijn meer verenigingen, er zijn meer trainingsmogelijkheden. Het gaat echt een tijdje duren voordat de achterstand is ingelopen. Er is ook een cultuurverschil. Sporters zijn bij ons wat meer verwend. Bij jonge talenten is het al gauw trainen, eten, slapen, trainen, eten, slapen. Er wordt veel voor ze gedaan. In Nederland staan sporters meer op eigen benen.’

Wie is favoriet?

‘Op basis van de resultaten dit seizoen is dat Lucinda. Maar er staan er meer te trappelen. Betsema, Alvarado en misschien nog Annemarie Worst. Zij steken er echt bovenuit.’

Ceylin Del Carmen Alvarado viert haar overwinning van de Herentals Cross op 23 december 2020. Beeld BELGA
Ceylin Del Carmen Alvarado viert haar overwinning van de Herentals Cross op 23 december 2020.Beeld BELGA

Sportief manager Christoph Roodhooft (47) van Alpecin-Fenix over wereldkampioen Ceylin del Carmen Alvarado (22)

Hoe kwam jullie samenwerking tot stand?

‘Mijn broer Philip, algemeen manager bij ons team, had haar opgemerkt toen ze nog voor een kleine Belgische veldritploeg reed, Kleur op Maat. Ze zat op oud materiaal, ze was nog heel jong, 18, 19 jaar, maar ze reed al goede uitslagen. Er waren meer gegadigden, maar dat waren traditionele crossploegen. Wij rijden ook met een wegteam, vlak onder World Tourniveau. Dat Mathieu van der Poel en Sanne Cant, beiden wereldkampioenen, ook bij ons zitten, zal mogelijk ook hebben meegespeeld. Ceylin woont sinds kort in België, met haar vriend. Bij ons is de training altijd individueel, met iemand uit onze performance-staf. Ze gaat ook mee naar onze stages in Spanje.’

Wat heeft u haar bijgebracht?

‘Ceylin haalt van zichzelf al een heel hoog technisch niveau. Het klopt dat ze dit seizoen een periode had waarin ze wat foutjes maakte. Dat gebeurt nu eenmaal als je op de limiet rijdt. Daar maken we ons niet zoveel zorgen over. In het vrouwenveldrijden zijn foutjes lang niet altijd doorslaggevend. Ik denk dat Ceylin nu profiteert van de aandacht die we, samen met jullie bondscoach Gerben de Knegt, geven aan het mountainbiken. Afgelopen weekeinde won ze op gladde ondergrond in Hamme, ze won in Overijse omdat ze het beste daalde. Zoals ze daar naar beneden ging, kunnen de anderen niet. Dat komt door het mountainbiken. Waar het verschil in zit? Dat je kunt skiën, wil nog niet zeggen dat je goed bent op de super-G.’

Wat is haar sterkte?

‘Haar optimisme. Haar kalmte. Haar positiviteit. Haar enthousiasme. Ik heb haar nog nooit echt nerveus gezien voor een start. Heel bijzonder was dat ze vorig jaar een zekere wereldtitel bij de beloften onder de 23 liet liggen en koos voor de elite. Dat getuigt van zelfvertrouwen.’

Wat is haar zwakte?

‘Ze is soms iets te enthousiast, iets te voortvarend. Ze heeft een keer vrijwel een hele wedstrijd zo’n vijf seconden voor op Lucinda Brand gereden. Dat heeft weinig zin. Dat kun je beter bewaren tot de laatste ronden.’

Waarom doen de Nederlandse vrouwen het zoveel beter dan de Belgische?

‘Simpel: een overschot aan talent. Het Nederlandse vrouwenwielrennen is al jaren beter. De successen inspireren. We doen er wel wat aan, we hebben een eigen team voor beloften en junioren, Crelan-IKO. Nee, ik geloof niet dat de aanwas stokt omdat hier familie wordt ingeschakeld om jongens bij te staan. Dat zie je in Nederland ook. Bij Ceylin komen haar vader en moeder en soms haar broer mee.’

Wie is favoriet?

‘De druk ligt bij Ceylin, ze heeft een titel te verdedigen. Dat is de moeilijkste positie. Ik zie naast haar vooral Betsema en Brand. Sanne Cant? Ik hoop op een mooi resultaat in eigen land. Top 5, dan mag ze tevreden zijn.’

Meer over