AnalyseOlympisch jaar

Nederlandse schaatstop krijgt ‘draai om de oren’ tijdens eerste wereldbeker

Met drie overwinningen op zondagmiddag kwam de Nederlandse schaatsequipe bij de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen met de schrik vrij. De eerste twee dagen van het treffen in het Poolse Tomaszow Mazowiecki waren uitermate moeizaam verlopen, met slechts drie podiumplaatsen.

Erik van Lakerveld
Irene Schouten boekt twee overwinningen in Polen: vrijdag de 3 kilometer en zondag de massastart.  Beeld REUTERS
Irene Schouten boekt twee overwinningen in Polen: vrijdag de 3 kilometer en zondag de massastart.Beeld REUTERS

Het dieptepunt was de 1.500 meter van zaterdag. Kjeld Nuis was de beste Nederlander op de zesde plaats: met 1.47,06 eindigde hij bijna een seconde achter winnaar Kim Min-seok uit Zuid-Korea. Regerend wereldkampioen Thomas Krol eindigde in de achterhoede als zestiende. ‘Ik schaam me diep’, zei Nuis na afloop op televisie.

Vorig seizoen, toen de enige twee wereldbekerwedstrijden van de winter vanwege corona in Thialf werden verreden, domineerden de Nederlanders. Bij het eerste internationale treffen op de 1.500 meter toen, op 23 januari, bezetten de Nederlandse schaatsers de eerste vijf plaatsen. Op de WK afstanden halverwege februari was het volledige podium Nederlands.

In Polen stonden de Nederlandse hoofdpersonen na hun 1.500-meterraces hoofdschuddend voor de tv-camera. Een verklaring voor het debacle hadden ze niet paraat. Misschien lag het aan de trainingsarbeid die ze na de belangrijke NK afstanden hadden verricht. Voor dat toernooi, eind oktober, namen ze rust, erna ging de zweep er weer over.

Wüst, die zondag vierde werd op de 1.500 meter en de matige resultaten ‘een draai om de oren’ noemde, verwierp die verklaring . ‘Volgens mij hebben de buitenlanders dat ook gedaan. We moeten hiermee om kunnen gaan’, zei ze bij de NOS.

De ijstemperatuur

Was het dan de ijsvloer? Die is in Thialf constant van temperatuur: zo’n 13 graden onder nul. In Polen was de ijstemperatuur een stuk hoger, slechts 6 graden onder nul. Dat betekende zachter ijs, ander ijs, dat aanpassingen vereiste. Niet alleen fysiek, maar ook aan het materiaal. IJzers die geslepen zijn voor harde banen, weten topschaatsers, graven zich op zacht ijs dieper in.

Toch leek dat een onwaarschijnlijke verklaring. De Nederlanders kunnen daar ook mee omgaan. Thomas Krol zette twee jaar geleden bij een ijstemperatuur van -5,8 graden het baanrecord in Tomaszow Mazowiecki op 1.45,76. Nu kwam hij niet verder dan 1.48,58.

Op zondag onderstreepten Nuis, Krol en vooral Hein Otterspeer dat het niet aan de temperatuur kon liggen. Bij dezelfde -6 graden Celsius bevolkten zij het complete podium op de 1.000 meter. Otterspeer was met 1.08,67 de snelste voor Krol (1.08,69) en Nuis (1.08,83).

Die uitslag markeerde een ommekeer. Tot dat moment was Irene Schouten de enige die gewonnen had: de 3 kilometer van vrijdag. En zij was zondag op de massastart opnieuw goed voor een zege, voor Ivanie Blondin uit Canada en de Italiaanse Francesca Lollobrigida.

Revanche op achtervolging

Het gouden slotakkoord kwam van de mannen die vrijdag nog machteloos toezagen hoe Nils van der Poel de 5 kilometer won. Patrick Roest, Sven Kramer en Marcel Bosker behaalden in 3.44,56 de overwinning op de ploegenachtervolging voor Canada (3.45,76) en Japan (3.45,81), de landen die de Nederlandse vrouwen zaterdag juist voor moesten laten gaan. De overwinning was vooral te danken aan de slotronden waarin Roest, vrijdag derde op de 5 kilometer, aan kop sleurde.

Zo eindigde het eerste internationale wedstrijdweekend positief. In één dag tijd ging het aantal medailles van drie naar acht, al was dat een minder omvangrijke oogst dan bij de wereldbekeropeningen in de vorige twee olympische seizoenen.

Olympische tickets

Acht jaar geleden, op weg naar Sotsji, haalde de Nederlandse selectie in Calgary dertien podiumplaatsen: zes goud, vier zilver en drie brons. Vier jaar geleden, drie maanden voor Pyeongchang, kwam Nederland in Thialf tot elf medailles. Toen waren er met tweemaal goud, vier keer zilver en vijf keer brons wel minder zeges.

De moeizame start legt druk op de komende wereldbekerwedstrijden. Die zijn belangrijker dan voorheen omdat de ISU de verdeling van de olympische startbewijzen per land deze winter volledig baseert op de eerste vier wereldbekers. Volgende week wordt gereden in het Noorse Stavanger. Begin december volgen de wereldbekers in Salt Lake City en Calgary.

Voor het seizoen berekende de KNSB dat bij ‘normale’ resultaten, uitslagen zoals de afgelopen jaren gebruikelijk waren, Nederland na drie wereldbekerwedstrijden zeker zou moeten zijn van het maximale aantal startplekken: negen mannen en negen vrouwen. Met uitslagen zoals op de 1.500 meters en de 500 meters is dat niet gezegd.

Druk programma

Het kan betekenen dat de Nederlandse toprijders op alle vier de wereldbekers aanwezig moeten zijn om een maximaal resultaat te waarborgen. Maar het past veel schaatsers niet om al die wedstrijden te rijden. Dat gaat ten koste van de vorm eind december, als ze bij het olympisch kwalificatietoernooi onderling de startbewijzen voor Beijing moeten verdelen.

Alle commerciële schaatsploegen hebben zich eraan gecommitteerd om via de wereldbeker het maximale aantal olympische startplekken binnen te slepen. Maar in de praktijk zit lang niet iedereen te wachten op de jetlag en het omschakelen naar de hoogte die de wedstrijden in de VS en Canada met zich meebrengen.

Het kan daarom de komende weken gaan wringen tussen de belangen van schaatsnatie Nederland en de individuele olympische ambities van de schaatsers.

Meer over