Sport

Nederlandse ploeg voor Winterspelen mikt op zeker twintig medailles

Woensdag heeft Nederland zijn ploeg voor de Olympische Winterspelen gepresenteerd. Er gaan zeker 35 sporters mee, die uitkomen in zeven verschillende wintersporten, meer dan ooit tevoren. Technisch directeur Maurits Henriks mikt op twintig medailles voor Nederland. En niet alleen bij het langebaanschaatsen.

Erik van Lakerveld
Kunstschaatsster Lindsay van Zundert, een van de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Winterspelen in Beijing. Beeld AP
Kunstschaatsster Lindsay van Zundert, een van de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Winterspelen in Beijing.Beeld AP

De jaren zijn voorbij dat Nederlanders tijdens de Olympische Winterspelen zich uitsluitend op een ijsbaan van 400 meter manifesteerden, met hooguit een verdwaalde bobsleeër of shorttracker die elders actief was. In Beijing zal de Nederlandse olympische equipe op meer onderdelen uitkomen dan ooit tevoren. Bij de officiële teamoverdracht telde de ploeg van chef de mission Carl Verheijen deelnemers uit zeven verschillende wintersporten.

Na de overdracht op woensdagavond vallen de sporters officieel niet meer onder de verantwoordelijkheid van hun eigen wintersportbonden, maar onder Verheijen. De ceremonie, die bij eerdere edities met veel grandeur werd omgeven, vond virtueel plaats. ‘Nu is het echt aftellen tot vertrek naar Beijing’, zei Maurits Hendriks, technisch directeur van de sportkoepel, in een soort talkshowsetting vanuit Studio Desmet in Amsterdam. Het publiek, de deelnemers, coaches en bondsbestuurders, zaten thuis.

Niet alleen langebaan, ook kunstschaatsen, skeleton, skiën en bobsleeën

De langebaanschaatsers, achttien in getal, vormen traditioneel de hoofdmoot van de olympische ploeg. Maar bijna evenveel sporters nemen geen klapschaatsen mee op reis. Dertig dagen voor de openingsceremonie zijn zeventien deelnemers aan andere disciplines ook zo goed als zeker van een startbewijs in China.

NOCNSF heeft de deelname van kunstrijdster Lindsay van Zundert al bekrachtigd, net als die van acht shorttrackers. Daar komen er nog twee bij; die worden over anderhalve week aangewezen. Op koers voor Beijing liggen ook skeletonner Kimberley Bos, monobobber Karlien Sleper, alpineskiër Adriana Jelinkova en snowboarders Melissa Peperkamp, Glenn de Blois en Niek van der Velden. Als zij geen plotselinge tegenslag krijgen loopt de teller op tot 35 Nederlandse deelnemers. Daar kunnen nog steeds sporters bij komen. Er zijn de komende twee weken kwalificatiekansen voor Nederlandse bobsleeërs en skiërs, al worden die steeds geringer.

Monobobber Karlien Sleper in actie in Winterberg vorig jaar december. Beeld ANP
Monobobber Karlien Sleper in actie in Winterberg vorig jaar december.Beeld ANP

Hendriks, voor wie Beijing zijn laatste olympische campagne wordt, is trots op de verscheidenheid in de ploeg. Het is altijd zijn ambitie geweest, onderstreepte hij, om meer dan alleen schaatsgoud na te streven. ‘We hebben altijd gezegd dat we wilden verbreden, maar de lat niet lager wilden leggen.’ Dat sporters uit meer disciplines aan de strenge kwalificatie-eisen van NOCNSF hebben voldaan, betekent volgens Hendriks dat Nederland op die sporten ook echt iets in te brengen heeft.

De afvaardiging naar Beijing is niet alleen breed, maar ook groot. Slechts één keer eerder, in Sotsji in 2014, waren er meer wintersporters namens Nederland aanwezig op de Spelen. De 39 van toen kwamen echter op maar vier onderdelen uit: langebaanschaatsen, shorttrack, bobsleeën en snowboarden. Deze keer komen daar skeleton, alpineskiën en kunstrijden bij, waarop Sjoukje Dijkstra voor Nederland in 1964 de eerste gouden medaille op de Winterspelen behaalde.

Nuis en Van Zundert dragen de vlag

Verheijen, die tijdens de overdracht Kjeld Nuis en Lindsay van Zundert aanwees als vlaggendragers bij de openingsceremonie, deed zelf als schaatser mee aan de Spelen van Turijn in 2006. Hij pakte brons op de 10 kilometer en de ploegenachtervolging . Zijn vader Eddy Verheijen was destijds chef de mission. ‘We hebben het er veel over gehad’, zei Verheijen. ‘Er zijn nog best wat dingen hetzelfde als toen.’

Maar de verschillen zijn groter. De rol van sociale media, de discussies rond mensenrechten en vrijheid van meningsuiting: zestien jaar geleden in Italië was dat geen issue, maar nu in China wel. De grootste uitdaging voor de huidige chef de mission was er toen ook zeker niet: covid.De coronapandemie omgeeft de Spelen met nog meer onzekerheid dan normaal. En dus is het meer dan ooit gissen hoe de diversiteit en omvang van de ploeg zich zal vertalen naar successen.

De Nederlandse alpine skiester Adriana Jelinkova op de slalom tijdens de world cup skiën in het Oostenrijkse Lech, afgelopen november.  
 Beeld ANP / AFP
De Nederlandse alpine skiester Adriana Jelinkova op de slalom tijdens de world cup skiën in het Oostenrijkse Lech, afgelopen november.Beeld ANP / AFP

Sportdatabureau Nielsen’s Gracenote deed woensdag toch een poging. De cijferaars kwamen uit op zes gouden medailles, elf zilveren en drie bronzen plakken voor Nederland, twintig in totaal. Eind oktober, honderd dagen voor de Spelen, was die glazen bol de Nederlanders nog iets gunstiger gezind met twaalf olympische titels, zes tweede en drie derde plaatsen.

Ook Hendriks mikt op zo’n twintig medailles. Dat is sinds de Spelen van Sotsji (24) de standaard en dus reëel, volgens hem. ‘Toen hebben we een schaalsprong gemaakt. We haalden eerder altijd gemiddeld zes medailles op de Winterspelen, maar Nederland zit nu op een structureel hoger niveau.’ Vier jaar geleden, in Pyeongchang was de score ook twintig medailles.

Het gros van de prijzen valt traditioneel te verwachten op ijsbaan, maar ook daarbuiten hebben Nederlanders kansen, voorspelt Hendriks. ‘Naast langebaan en shorttrack is er zeker potentie bij Kimberley Bos. In de sneeuw wordt het nog even afwachten.’

NOC: alleen sporters in KLM-vlucht naar Beijing

Aan boord van de KL861 van Amsterdam naar Tokio, op 17 juli 2020, ging covid rond in de cabine. Precies het toestel waarmee de meeste Nederlandse sporters naar de Zomerspelen vlogen. Eenmaal geland ging het virus als een veenbrand door het Nederlandse kamp. Vier sporters moesten in isolatie in een coronahotel en konden niet om de olympische titel strijden.

Het staat niet honderd procent vast dat de besmettingen daadwerkelijk in dat vliegtuig plaatsvonden, maar het heeft NOCNSF wel wakker geschud. Op weg naar de Winterspelen in Beijing wil de sportkoepel een vergelijkbaar scenario voorkomen.

De controle over wie er samen met de Nederlandse sporters naar Beijing vliegen is veel groter dan voor Tokio, zei Maurits Hendriks. In de zomer zaten er ook andere passagiers in het toestel. Op de twee vluchten die nu worden genomen niet. ‘Nu zitten er alleen olympische deelnemers in. En in overleg met KLM hebben we ook kunnen kiezen welke andere landen met ons van de vlucht gebruik maken.’

De coronazorgen, en met name de vrees voor omikron, zijn er volgens Hendriks niet minder om. ‘De situatie is penibel.’ Daarom zijn er extra testmomenten voorzien voor vertrek. Hij heeft voor de sporters een opdracht, die hij zelf ook zal naleven. ‘We moeten de komende weken als monnik leven en streng in de leer blijven om zonder besmettingen naar de Spelen te gaan.’