ReportageOlympische Spelen

Nederlandse olympiërs voelen zich welkom op Japanse bodem

Roeicoach tijdens een training op de Sea Forest Waterway. Beeld AP
Roeicoach tijdens een training op de Sea Forest Waterway.Beeld AP

De Nederlandse olympische afvaardiging, een kleine vijfhonderd koppen groot, is op verschillende dagen en in aparte delen aangekomen in Japan. De stemming is goed. Hindernissen van de huidige noodtoestand zijn er om overwonnen te worden.

Dorien Hoekstra, teamleider zeilploeg, haven Enoshima, hotel Laguna: ‘Wij waren de eersten. Op 4 juli zijn we al uit Nederland vertrokken. Vier mensen in oranje in een heel vliegtuig. We hadden ons voorbereid dat de dingen anders zouden lopen. Wind je niet op, hebben we gezegd. Het ging allemaal prima. De doorstroming op het vliegveld duurde alleen bij Jaap Zielhuis, de ‘deputy chef de mission’ volgens zijn kaart, en Mark Haak, de fysiotherapeut, achtenhalf uur. De zeilers waren er telkens in twee, tweeënhalf uur doorheen.

‘De Japanners die ons hielpen en helpen zijn superaardig, welwillend, doen hun best. Mijn tolken werken hard. De Japanse koks krijgen opdrachten van mij die weer worden vertaald door de tolk. Het is allemaal anders dan we hadden bedacht. We hadden eigen huizen gehuurd, maar die mochten we niet gebruiken. Afgekeurd. Het werd een hotel in de haven, twee verdiepingen, een trap, geen lift. Ik had het hotel nooit eerder gezien. Het was plan B. Want plan A was het olympisch dorp op drie kwartier rijden, alleen voor de sporters. De coaches mochten er niet bij. Onwerkbaar natuurlijk.

‘We zijn hier met 23 mensen. Voor 15 juli mocht niemand het water op. Kiran Badloe en Nicholas Heiner zijn daarom laat gearriveerd. Dat was hun eigen idee. Ook niet erg, want het heeft hier van 5 juli af zes dagen onafgebroken geregend. En er was geen wind. Nu is het regenseizoen voorbij en is het warm geworden.

‘Wij hebben hier hard gewerkt. Vijf containers moesten gelost. Douwe Broekens en Bart van Roesel waren meegereisd, twee technische Harry’s. Ik had beperkingen, mocht in hotel en haven zijn en heb via FaceTime de Japanse mannen de weg gewezen hoe en wat zij moesten meenemen van onze andere plekken. Ik was hun ogen, zij de handen.’

Ad Roskam, teamleider atletiekploeg, Chiba, hotel Qube: ‘We zitten hier geweldig in Chiba, waar ze alles voor ons doen. Het is echt ongekend zoals de Japanners zich voor ons inspannen. Ja, er is veel gecorrespondeerd met Chiba, maar de uitvoering is bijzonder. We hebben eigen busjes. Als we bij de baan komen, keren zij het busje alvast om, poetsen het, vullen de routeplanner in. Wij rijden zelf. Tegen de besmettingen, zullen we maar zeggen.

‘Er zijn 25 van onze atleten gearriveerd, van de in totaal 45. Woensdag komt er nog een grote groep. Het is afhankelijk van het ingediende Activity Plan, wanneer mensen mogen aankomen. Zo werkt het bij deze Spelen. Sifan Hassan heeft nog een trainingskamp op hoogte in de VS. Susan Krumins doet dat in Sankt Moritz. We houden tien dagen trainingskamp in Chiba. Drie dagen voor de wedstrijd gaat de atleet naar het olympisch dorp in Tokio, dan twee dagen om de inloopbaan te verkennen, het stadion te bekijken en klaar voor de wedstrijd te zijn.

‘We hebben een grote ploeg. Dat komt omdat de estafettes volledig bezet zijn. Dat geeft de ploeg volume. Als subtoppers zien dat ze via de estafette deze toernooien kunnen halen, zetten ze alles op alles. Dat werkt. Bij de zwemploeg was dat in het verleden ook zo.

‘Ons hotel verdient een compliment. We hebben hier eerder gezeten met de atletiekploeg. Het heeft een andere naam en een andere eigenaar gekregen. De manager is een Nederlander, Rogier Luijnenburg. We hebben de vijfde verdieping gekregen, met een lounge en een gym. Er is goede koffie, heel belangrijk. De eetzaal is op de 21ste verdieping. Allemaal aparte tafels, eenpersoons. Het uitzicht is naar buiten. Of naar de skyline van Tokio en anders naar Mount Fuji. Veel mooier krijg je het niet.’

André Cats, ploegleider zwem- en waterpoloteam, Chiba, hotel New Otani: ‘Dit is het land van de regeltjes. Dat maakt het verblijf heel complex. Na een voorzichtig begin zijn er kleine versoepelingen gekomen van het veiligheidsbeleid. Het was bijvoorbeeld zo dat ze ons de eerste dagen niet zelf wilden laten rijden. Bang dat we met het busje midden in het winkelcentrum van Chiba, spreek uit Tsjiba want Sjiba betekent hier hond, zouden uitkomen. Dat is in hun ogen een horrorscenario.

‘Na een dag of twee, drie heb je even iets van: dit jeukt wel, al deze shit. Maar dit is heel belangrijk voor hen. Maar ik zeg: de risico’s komen van de Japanners. Wij zijn hier met een 100 procent gevaccineerd KNZB-team dat tien PCR-testen achter de rug heeft. De risico’s komen niet van ons. Maar nu is het prima, we respecteren hun opvatting volledig. Niet alle prefecturen (regio’s, red.) in Japan hebben hun uitnodigingen aan de internationale sportwereld laten doorgaan. In Chiba zijn aardig wat Nederlandse stages doorgegaan.

‘Dit is dik in orde. We zitten in hetzelfde hotel als waar we twee jaar geleden de voorbereiding op de WK in Zuid-Korea deden. We hebben een zwembad voor onszelf, prima onderdak, goed eten, eigen vervoer. We zitten vijf minuten rijden van het bad. De prefectuur Chiba heeft zich enorm ingespannen voor ons Nederlanders.

‘Ons hotel is vijfsterren. We eten op de twaalfde etage, een lange tafel, per persoon gesegmenteerd met plastic schermen. Uitzicht op downtown Tokio. Twee jaar geleden ingekocht tegen een heel andere prijs dan nu wordt betaald. Die bittere pil is geslikt. We zijn hier met veertien zwemmers, dertien waterpolosters en dertien man begeleiding. Veertig in totaal. Dinsdag (vandaag) verhuizen we naar het olympisch dorp in Tokio. Het is een heel mooi dorp, hebben we gezien bij de bezichtiging zondag. Beter dan Rio en Peking. Trainen doen we dan in een van de drie baden die beschikbaar zijn. De drukte van veel zwemmers in gemengde banen hebben de Japanners echt vermeden.’

Meer over