Nieuws

Na vijf jaar verwennerij hebben de handbalsters het even moeilijk, maar talent is er genoeg

Na teleurstellende Olympische Spelen beginnen de handbalvrouwen weer aan de EK-kwalificatie. Aan het eind van het jaar wacht het WK in Barcelona, waar de titel moet worden verdedigd. Lukt het de ploeg om aan de absolute top te blijven?

Angela Malestein woensdag met de Nederlandse handbalploeg tegen Belarus de trefzekerste met acht treffers. Beeld ANP
Angela Malestein woensdag met de Nederlandse handbalploeg tegen Belarus de trefzekerste met acht treffers.Beeld ANP

Estevana Polman speelt al ruim een jaar geen wedstrijden. Twee knieoperaties heeft ze ondergaan, maar van haar vechtlust heeft ze nog niks verloren. ‘Dat wil ik ook aan de kinderen laten zien’, zegt de handbalster vastbesloten. ‘Wij geven niet op. Waarom? Omdat je een beetje pijn in je knie hebt? Als het niet lukt, dan probeer je het nog een keer. En nog een keer.’

De vedette van de Nederlandse handbalvrouwen moest de laatste twee toernooien, het EK en de Spelen, missen. Voor de twee EK-kwalificatieduels tegen Belarus en Griekenland is ze weer aangesloten bij de groep, maar spelen doet ze nog niet. Ze traint wel mee, maar alleen zonder contact.

‘Ik kan niet wachten om weer lekker samen te gaan knokken’, zegt Polman. Ze hoopt het WK in december in Spanje te halen, maar is eerlijk over haar revalidatie: die verloopt niet zoals ze wil. Met de kracht zit het wel goed, de timing en reactie zijn het probleem. ‘Als alles nep is in je knie, dan heb je niet meer die sensoren die dat triggeren, dat heeft tijd nodig.’

Lastig

Van afstand zag de speler van het Deense Esbjerg dat de handbalvrouwen het lastig hadden dit jaar. Op het EK werd een zesde plek behaald, op de Spelen walste Frankrijk in de kwartfinale over ze heen. Het is even wennen, want sinds 2015 werden er op EK’s en WK’s steeds medailles gehaald, met als hoogtepunt de wereldtitel in Japan in 2019.

‘We hebben natuurlijk vijf jaar lang iedereen best wel verwend’, relativeert Polman de iets mindere resultaten. ‘In Tokio worden we nu vijfde, dat is niet slecht hoor. Op de Spelen in Rio speelden we echt verschrikkelijk, maar tegen Brazilië waren we wel goed, en dan is het halleluja, want we worden vierde. Nu gaat het een wedstrijd slecht, maar spelen we eigenlijk een fantastisch toernooi.’

Eén goede of slechte wedstrijd kan veel uitmaken, want de top bij de vrouwen is behoorlijk breed. Nederland moet het opnemen tegen traditionele handballanden als Frankrijk, Noorwegen, Denemarken en Zweden. Rusland is ook vaak een sterke ploeg en Duitsland heeft op dit moment een goede lichting. En dan zijn er nog de taaie teams uit het voormalige Joegoslavië.

Uitschieter

‘Als wij ons daartussen nestelen dan doen we het hartstikke goed’, zegt handbalveteraan Harry Weerman. ‘Je kunt niet structureel top-4 spelen, daar zijn wij echt te klein voor. Dat wij bij de top-6 tot 8 van de wereld horen is een topprestatie. En een medaille zal dan af en toe een uitschieter zijn.’

Talent is er in ieder geval genoeg, vindt de Emmenaar. ‘Je hebt de linkerhoek met Bo van Wetering en Zoë Sprengers, aan de cirkel Nikita van der Vliet, Merel Freriks, Tessa van Zijl voor de rechteropbouw. En ook bij de Onder 19 lopen alweer twee, drie hele goeie.’

Wat volgens Weerman wel beter kan, is de doorstroming. Onder de vorige bondscoach, de Fransman Manu Mayonnade, is die te veel gestokt. ‘Hij koos nadrukkelijk voor de oudere garde’, zegt Weerman, die zijn assistent was op het WK in 2019 en het EK in 2020. ‘Dat is ook een hele goede groep. Maar voor de lange termijn is het belangrijker dat er nu jonge spelers aan bod komen. Dan eindig je misschien een paar keer op plek vijf tot acht, maar dat is helemaal niet erg.’

Evalueren

Mayonnade en het Handbalverbond (NHV) werden het na de Spelen niet eens over een nieuw contract. De bond bood de Fransman, die ook coach is van de Franse topclub Metz, een verlenging aan tot en met het WK in Spanje. Mayonnade wilde alleen langer door, tot en met het WK in 2025 in Nederland. ‘Wij wilden eerst evalueren’, zegt NHV-directeur Sjors Röttger. ‘Juist omdat we een nieuwe cyclus ingaan.’

Met de aanstelling van oude bekende Monique Tijsterman als interim-bondscoach tot en met het WK koopt de bond tijd. Zij was eerder technisch directeur bij het NHV, stond aan de basis van de succesvolle Handbalacademie en leidde de Onder 19 in 2011 en 2019 naar WK-zilver. Tussendoor werd ze twee keer kampioen met het mannenteam van de Limburg Lions. Als ze het goed doet, mag ze waarschijnlijk blijven.

‘Wij hebben vijf tot tien mails gekregen van mensen die geïnteresseerd zijn’, zegt Röttger. ‘Die gooien we niet weg, maar Monique wordt op een positieve manier afgerekend.’ Daarbij gaat het niet zozeer om het eindresultaat op het WK, maar ook om hoe het team speelt en hoe spelers zich ontwikkelen.

Kansen

‘De jonge spelers gaan zeker kansen krijgen’, zegt Tijsterman, die in het verleden al met bijna alle internationals werkte. In eerste haar selectie zitten ook al een paar nieuwelingen. ‘Ik haal die meiden er niet bij om ze niet te laten spelen. Maar het is ook zo: als iemand van dertig beter is, dan speelt die.’

Voor het WK hoopt ze wel, maar rekent ze niet op de 29-jarige Polman. ‘Dat scheelt wel even hoor als zij er bij is’, zegt Weerman. ‘Ze kan iets openbreken met een individuele actie. Maar ze is ook een rat in het veld, die heb je nodig. Een vechtjas, die nooit de kop laat hangen.’

Dat vechten heeft misschien ook met ‘ego’ te maken, zegt Polman. In ieder geval, tijdens haar revalidatie. ‘Ik wil zo niet stoppen, ik wil het zelf bepalen. Al speel ik nog maar één wedstrijd, ik moet er alles aan hebben gedaan. En als de keuze dan toch komt, kan ik het beter accepteren, denk ik.’

Ruim langs Belarus

Tegen Belarus kwam Nederland zoals verwacht geen moment in problemen. De Belarussen kwamen nog wel op voorsprong, maar bij rust was het verschil vijf doelpunten. Aan het eind van de wedstrijd waren dat opgelopen tot elf: 38-27.

‘Ik had wat minder doelpunten tegen willen hebben’, zegt de debuterende bondscoach Monique Tijsterman. ‘Maar verder ben ik best tevreden, ook omdat we wat dingen uit hebben kunnen proberen.’

Tijsterman wil onder meer wat offensiever verdedigen, zodat Nederland vaker via uitbraken kan profiteren van de snelheid. ‘Dat is nog wennen. De overgangen liepen niet helemaal goed, daar zijn wel vijf of zes tegendoelpunten aan te wijten.’

Meer over