interview

Na haar akelige val op de Spelen rijdt Laurine van Riessen alweer de WK. ‘Iedereen had goud, behalve ik’

Tijdens de Spelen ging baanrenster Laurine van Riessen begin augustus hard onderuit. Twee weken ziekenhuis, weg olympische droom. Deze week neemt ze deel aan de WK baan. Angst? ‘Het zal snel vertrouwd voelen.’

Laurine van Riessen doet haar rekoefeningen voor aanvang van de training, een klein wonder gezien haar zware val op de Spelen van Tokio begin augustus. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Laurine van Riessen doet haar rekoefeningen voor aanvang van de training, een klein wonder gezien haar zware val op de Spelen van Tokio begin augustus.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Als ze de trap neemt tussen de catacomben en het middenterrein van Omnisport in Apeldoorn, ligt de zwart glanzende Koga Kinsei op de schouder. Voordat ze de wielerbaan oprijdt, controleert ze de bandenspanning. Dan volgen kalmpjes de eerste pedaalslagen. Het tempo gaat omhoog en de eerste instructies van de coaches galmen door de hal.

Zo gaat het alweer enkele weken. Baansprinter Laurine van Riessen (34) is op de weg terug naar de akelige val op de wielerbaan van Izu tijdens de Olympische Spelen van Tokio. In de kwartfinale op de keirin kwakte ze 5 augustus in volle vaart tussen twee concurrenten onderuit en schoof als een ledenpop met de fiets nog tussen de benen naar beneden. Bewusteloos verdween ze op een brancard uit de arena, waarna een verblijf van ruim twee weken in het ziekenhuis wachtte.

Het herstel is snel gegaan. Afgelopen vrijdag kwam het bericht waar ze stilletjes hoopte, al dichtte ze zichzelf van tevoren een waterkansje toe. Ze maakt deel uit van de selectie voor de wereldkampioenschappen in Roubaix, die woensdag begonnen in het overdekte velodroom Jean Stablinski.

Weer rijdt ze de keirin, op zondag; zes renners die zich na drie ronden achter een gangmaker naar voren dringen, voor nog eens drie ronden op het scherp van de snede. ‘Of ik nog angst zal hebben? Ik ga niet zeggen dat alles weer normaal zal zijn. Maar ik heb zoveel ervaring dat ik wel vol gas zal durven geven. Het zal snel vertrouwd voelen.’

Winter- en Zomerspelen

Jaren had ze naar Izu toe gewerkt. De vorm was goed, dat had ze al gemerkt op de teamsprint, eerder die week. Met Shanne Braspennincx was ze vierde geworden, terwijl ze er nauwelijks op hadden getraind. De voorbereiding concentreerde zich op de keirin en de sprint. Meer krachttraining en investeren in tactiek, waarbij ze races nabootsten met talenten uit de mannengroep, hadden resultaat opgeleverd. ‘Ik was sneller geworden, ik kon grotere verzetten aan, ik wist beter wat ik moest doen.’

Dat ze zich bij de zes sporters had kunnen voegen die als enigen zowel op de Winter- als de Zomerspelen medailles haalden, was niet meer dan een prettige bijkomstigheid geweest. In 2010, in Vancouver, schaatste ze naar brons op de 1000 meter. ‘Wat ik vooral voor ogen had, was het podium in Tokio.’

Ze weet op die middag van 5 augustus dat het een zware rit gaat worden. Wereldkampioen Emma Hinze is er, Olena Starikova, Katy Marchant, Way Sze Lee. Geduchte tegenstanders. Bij de eerste vier, dat moet haalbaar zijn. Ze zit goed vooraan, denkt ze, als ze de een na laatste bocht ingaat. Daar stopt haar herinnering.

Later kijkt ze de beelden terug. De onder haar rijdende Lee wijkt lichtjes uit naar rechts. In een reactie stuurt Van Riessen naar boven en raakt het achterwiel van Hinze. Ze zwiept omhoog en torpedeert Marchant. ‘Als zoiets met zo’n 65 kilometer per uur overkomt, vlieg je meteen weg.’ Ze valt ook nog eens in de diepte, in plaats van tegen de schuin aflopende baan op.

Aan diggelen

‘Het zag er niet eens zo indrukwekkend uit. Ik dacht: is dit alles? Dat ik niet meer overeind kom en zelfs niet meer beweeg, is wel heftig. Gelukkig draaien de camera’s weg. Er zijn pas weer opnamen als ik de baan wordt afgedragen, op de brancard, met mijn nek gefixeerd.’ In het ziekenhuis wordt de diagnose vastgesteld: zeven gebroken ribben, een gebroken sleutelbeen, een longkneuzing (later gevolgd door een klaplong) en een kleine bloeding in het hoofd.

De ernst dringt niet onmiddellijk door. Ze voelt een felle pijn in haar schouder en denkt: daar kan ik last van hebben, over twee dagen op de sprint. Als artsen haar pak willen openknippen, weert ze ze af. Nee, nee, ik moet nog rijden! Pas als ze na een scan te horen krijgt dat er meerdere botten zijn gebroken zijn, weet ze dat de Spelen voorbij zijn.

Die dag wint Braspennincx, met wie ze zo intens naar het toernooi had toegewerkt, goud op de keirin. ‘Het was zo raar. Ik ging van onderzoek naar onderzoek, ik zat al onder de pijnstillers. Ik hoorde het van onze sportarts. Ik dacht: hè? Wat goed. Maar heeft ze echt gewonnen? Het volledige besef kwam daarna. Supergaaf! Net als ik heeft Shanne er alles voor opzij gezet. Het gaf zelfs troost dat het haar was gelukt.’

De eerste dagen brengt ze in een roes door. Ze krijgt maar half mee dat haar vriend Matthijs Büchli 15 kilometer verderop op de keirin voortijdig strandt. Dat in Izu de sprint begint zonder haar, voelt onwerkelijk. ‘Daar hadden we veruit het meest aan gedaan. Ik kon er met mijn hoofd niet bij.’ De tweede week mag ze haar kamer verlaten. Büchli is er elke dag. Ze zit op een hometrainer, een half uurtje, en trapt een slakkengangetje.

Terug op de baan

Het moeilijkste moment is als ze voor het eerst terug is op de baan in Apeldoorn, waar al die uren in het zweet zijn doorgebracht. ‘Toen kwam het pas echt binnen. In één klap was alles voorbij. Het voelde ook dubbel. De keirin kun je niet op safe rijden. Maar het had ook erger kunnen aflopen.’

Als ze vijf weken na de val weer haar eerste meters aflegt, mag er niemand anders op de baan. Voorzichtigheid is troef. Trainen met hoge intensiteit is taboe, dat kunnen de longen niet aan. Maar er is snel progressie. De 100 meter vliegende start gaat van 5,9 seconden naar 5,6, naar 5,5. De 5,2 en 5,3, tijden in topvorm, komen in zicht. ‘Ik voel het nog wel, aan mijn linkerkant. Maar het lukt door de pijn heen te rijden.’

Wat ze op de WK in Roubaix kan klaarspelen, is nog een vraagteken. ‘Ik heb niet op de Spelen kunnen laten zien waartoe ik in staat was. Ik denk dat ik weer in de buurt zit, ik ben er nog net niet.’ Nog een keer over de risico’s: ‘Die horen erbij. Als je bang bent, moet je er niet aan beginnen. Het helpt dat ik niet heb meegemaakt wat er precies is gebeurd.’

Vast staat dat Tokio 2021 haar laatste Spelen zijn geweest, na Vancouver (2010), Sotsji (2014) en Rio de Janeiro (2016). Parijs 2024 staat niet op haar agenda. Het doel is de WK van volgend jaar, ook in de Franse hoofdstad. ‘Ik wil nog een jaar alles op alles zetten. De blik vooruit. Lekker weer wedstrijden rijden. Daarna ga ik aan andere dingen denken. Een olympische medaille had wel wat meer rust gegeven. Het hele sprintteam had goud in Tokio, behalve ik. Het was pech, botte pech.’

Meer over