Na een week verveling volgt een week hockey

'De fase verveling ligt achter ons', zegt bondscoach Maurits Hendriks, terugkijkend op de eerste week van het Europees kampioenschap in Italië....

In de tussentijd worden de hockeyers beziggehouden met een middagje Venetië, een onderling tennistoernooi en een bezoek aan de Ferrarifabriek. Want geklaagd werd er veel in Padua. Over het veld, de warmte en vooral over het wel heel rustige kuuroord waar de spelers hun intrek hebben genomen. Hendriks haalt zijn schouders erover op. 'Er is tijdens zo'n toernooi veel tijd om te klagen. Dat hoort erbij.'

Om de Europese titelstrijd enig aanzien te geven, hebben twaalf landen zich kunnen plaatsen voor het evenement. Zeker de helft, waaronder het organiserende land Italië, speelt echter een dubieuze rol als opvulling en daaraan valt voor de wereld- en olympisch kampioen weinig eer te behalen. Toch waakt Hendriks ervoor het toernooi als een B-evenement af te schilderen.

'Dat is ook niet reëel, want we worden geconfronteerd met fysiek goed geprepareerde ploegen. Als olympisch kampioen ben je snel geneigd zo'n toernooi vanuit je eigen perspectief te bekijken. Dan zou je dus terug moeten naar zes of acht landen, maar dat is niet goed voor de sport. Dan krijgen dit soort landen nooit de kans om wedstrijden op hoog niveau te spelen.'

Hoewel de bondscoach de huidige toernooiopzet eveneens twijfelachtig vindt, kan het voorstel om twee poules van zes landen te formeren (gerangschikt naar de huidige positie op de wereldranglijst) en een promotie/degradatie in te stellen, evenmin rekenen op zijn goedkeuring. Liever ziet Hendriks een structuur van vier poules bestaande uit drie landen, waarna kwartfinales worden gespeeld. Dat vermindert in elk geval het grote aantal poulewedstrijden, die ook in Italië op weinig publieke belangstelling konden rekenen.

Monsterscores zoals twee weken geleden bij de Europese titelstrijd voor vrouwen (waar de Nederlandse hockeysters hun eerste wedstrijd met 15-0 van België wonnen) bleven in Padua achterwege, maar met vijftien doelpunten uit drie wedstrijden staat het Nederlands team wel ongeslagen bovenaan. Net als België overigens, dat in poule B de leiding heeft genomen, na onder meer een verrassende overwinning op Spanje.

Tevreden is Hendriks tot op heden echter niet over de verrichtingen van zijn ploeg. 'We willen beter en we kunnen beter en dat gaan we hier in Padua laten zien', zegt hij strijdvaardig. Vooral het lage tempo in de wedstrijden, veroorzaakt door het trage kunstgrasveld, kan hem maar matig bekoren. Toch zag hij zaterdag tegen Rusland al enige vooruitgang. 'Het toernooi komt heel langzaam op gang. Als we straks in de halve finales staan, dan moet de vorm er weer zijn.'

Met name de aanvallers hebben te lijden onder het hoogpolige kunstgras in Padua. Het snelle speltype van de Nederlandse ploeg wordt erdoor verstoord. Fysiek sterke ploegen als Engeland en Duitsland zijn daarmee in het voordeel, maar volgens Hendriks staat dat de Europese titel niet in de weg. 'We vinden langzaam uit hoe we het veld optimaal moeten benutten. We leren elke dag weer bij.'

Dat geldt zeker voor de bondscoach zelf, die pas begin dit jaar de leiding overnam van succescoach Roelant Oltmans. Veel tijd besteedde Hendriks de afgelopen maanden in het zoeken naar de perfecte toernooivoorbereiding en het verstevigen van een goede relatie met zijn spelers. 'Dat heeft veel tijd nodig en het kan nog steeds beter. Van belang is dat ik veel naar de spelers luister zonder mijn eigen doelstellingen uit het oog te verliezen.'

Het enige dat de bondscoach zijn spelers niet hoeft bij te brengen is motivatie. Zodra het weer om serieuze dingen gaat, zoals een plaats in de finale of de titel, verstomt het geklaag en is de verveling snel verdreven. Zelfs een Europese titel wordt fel begeerd door de wereld- en olympisch kampioen.

Het is dan ook de enige prijs die de afgelopen tien jaar nog niet werd behaald.

Meer over