Olympische Spelen

Na een week van stress, twijfel en pijn is Sifan Hassan dan toch ‘the greatest’

Twee keer goud en een keer brons. Na haar slotronde op de 10.000 meter gelopen in reuzepassen is Sifan Hassan kapot. Maar de missie is geslaagd. Op naar Parijs 2024, op naar de marathon.

Sifan Hassan wint de 10.000 meter haar 2de gouden medaille. Beeld Klaas Jan van der Weij
Sifan Hassan wint de 10.000 meter haar 2de gouden medaille.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het waren dagen van uitersten voor Sifan Hassan, dagen vol stress, schrik, pijn en pijntjes, euforie, vermoeidheid, slapeloosheid, twijfel, en dan zaterdag in het olympisch stadion toch de ultieme vreugde en daar bijbehorende emoties. Op 10.000 meter snelde ze naar haar tweede goud op de Olympische Spelen.

Dat ze na de eindsprint in een loodzware race duizelend van de inspanning over de baan kroop, kon er na zo’n week ook nog wel bij. ‘Ik ben ­superblij. Ik ben ook moe en wil gaan slapen’, zegt ze in de catacomben van het stadion.

Dat komt er nu eenmaal van als je ­jezelf op de proef stelt door zowel de 1.500, 5.000 en en 10.000 te lopen. Dan kan er van alles gebeuren. Ze lijkt even ontdaan na de eerste serie op de 5.000, zo warm was het geweest. Zo veel gezweet had ze nog nooit. Wat ze lang verzwijgt en pas zaterdag prijsgeeft, is dat ze toen in de warming-up een verrekking in het bovenbeen heeft opgelopen.

Geen trilogie

In de kwalificatie voor de 1.500 struikelt ze over een vallende concurrent en spurt vervolgens toch naar de winst. Haar manager Sander Ogink meent dat het een keerpunt in de week was. ‘Vanaf toen wist ze dat de gewenste vorm er was.’ Maar de gedroomde gouden trilogie voor de geboren Ethiopische raakt vrijdag buiten beeld met het brons op die afstand.

Volgens Jos Hermens, voormalig langeafstandsloper en nu directeur van het managementbureau Global Sports Communication van Hassan, was de keus voor drie afstanden voor haar een ode aan de vrijheid. ‘Ze koestert de ruimte die ze krijgt om te doen wat ze zo graag doet. Ethiopische atleten krijgen die kans niet. Die lopen er meestal maar één. Of het verantwoord was? Wij zijn haar baas niet. Zij is onze baas. Je gaat jonge mensen niet tegenhouden hun dromen na te jagen. Het was heftig, ja. Maar dit is de drive van een topsporter.’

Uit het brons op de 1.500 weet ze kracht te putten. Als Hassan zaterdagavond aan de start verschijnt, is ze ­optimistisch. ‘Winnen kost meer energie dan verliezen’, had ze gezegd. Neem alleen al de eindeloze gang na de race langs cameraploegen en ­verslaggevers. Van opwinding had ze ’s nachts nauwelijks kunnen slapen. Haar rekensom voor deze avond: 90 procent kans op winst, 5 procent op verlies.

Uitgeput op het tartan

En of winnen bakken aan energie kost. Na 29.55 minuten zijgt ze ineen na de finish, waar ze met misschien wel de grootste passen, in elk geval de belangrijkste, in haar loopbaan, naar toe is gerend. Op het tartan kan ze geen rust vinden, ze gebaart dat ze water wil, of wat dan ook. Ze probeert tevergeefs op te staan. Het blijft bij kruipen. Weer wenkt ze. Help me! Dan snelt iemand toe met een flesje. Een ander verschijnt met een rolstoel.

Minutenlang ligt ze op haar rug, het is alsof haar kronkelende benen geen deel meer uitmaken van de rest van het lichaam. Hassan: ‘Ik ben nog nooit zo diep gegaan. In die laatste 400 meter wist ik niet eens meer waar ik was. Waar is de finishlijn? Het was een ­hitteklap, denk ik.’

Ze heeft een score op de middellange en lange afstand neergezet die bij de vrouwen op de Spelen nooit eerder is vertoond. In 2008 kwam de Ethiopische Tirunesh Dibaba in ­Beijing in de buurt, met goud op de 5.000 en 10.000. De BBC doopt Hassan kort na de race the greatest ever.

De marathon in Parijs

Zelf zegt ze: ‘Ach, ik ben gewoon ­iemand die haar hart volgt.’ Een volgende keus is al gemaakt: op de Spelen in Parijs heeft ze ambities voor de marathon.

Om tien voor negen ’s avonds ­Japanse tijd gaat de Nederlandse vlag omhoog en staat Hassan, in 2008 naar Nederland gekomen als minderjarige asielzoeker, te snikken tijdens het ­Wilhelmus, de wilde krullen bevrijd van de elastiekjes uit de race. ‘Ik huil normaal gesproken niet, ik ben Sifan Hassan. Maar ineens was alle stress weg. Ik kon niet meer stoppen met huilen. Ik wist: het is gelukt.’

De ontspanning is ook terug, ze legt troostend haar arm om haar aangeslagen voormalige landgenoot Letensenbet Gidey uit Ethiopië, de wereldrecordhouder, die als derde over de streep is gekomen.

De imposante passen, de verschroeiende versnelling in de laatste 100 meter, zijn nodig om die tegenstander eerst af te schudden en dan afstand te nemen van Kalkidan Gezahegne uit Bahrein. Ronde na ronde probeert ­Gidey Hassan vanaf de tweede kilometer te slopen, het veld geleidelijk uit elkaar trekkend en gaandeweg alsmaar deelnemers lappend.

Met reuzepassen

Maar de Nederlandse geeft geen krimp. Bij blijven is het devies. Volgen. Op 8.000 meter zijn er vier over. Hellen Obiri uit Kenia past als eerste. Even lijkt ook Gezahegne een gat te laten vallen, maar tot de laatste bochten zijn ze als magneten aan elkaar geklonken. ­Totdat Hassan haar reuzepassen inzet. Ze blijft Gezahegne een krappe seconde voor, Gidey geeft ruim vijf seconden toe.

Hermens herinnert zich nog dat hij Hassan voor het eerst zag lopen. Hij kreeg een telefoontje uit Eindhoven dat daar een veelbelovend talent liep, onder begeleiding van de Ethiopische oud-atleet Aiduna Aitnafa. ‘Ze had een vreemde loopstijl. Haar ene been was veel zwakker dan de andere. Dat compenseerde ze door met een arm te zwaaien. Die ging bijna de lucht in. Dat leidde tot veel te veel torsie. Er is hard aan gewerkt om dat eruit te krijgen.’ Dat ze zou uitgroeien tot de beste ­atleet ter wereld, had hij niet kunnen bevroeden. ‘Maar dat weet je nooit, ­natuurlijk.’

Manager Ogink vertelde nog voor de race dat Hassan alleen maar professioneler is geworden. ‘Vroeger was ze wel eens twee weken onbereikbaar als ze had verloren. Ze is nog steeds boos, hoor, maar nu zegt ze: oké, wat kunnen we er aan doen om dit te voorkomen? Het meisje dat zichzelf volkomen zinloos zichzelf strafte, bestaat niet meer.’

Iets van zelfkastijding heeft het toch wel, de uitputting en het bijna hulpeloze gespartel op de baan van het stadion. Maar inderdaad, zinloos is het niet als je vanaf nu als the greatest door het leven gaat.

Meer over