Reportage

Na drie uur op het koude ijs lach je niet meer om curling

Leuke bezigheid, maar topsport? Curling staat er in Nederland niet goed op. Onterecht, zeggen de curlers. Het is wel een olympisch discipline.

Het Nederlandse mannenteam in actie op het ijs van Zoetermeer.Beeld Io Cooman

'Hard, hard, hard', schreeuwt aanvoerder Jaap van Dorp, terwijl zijn teamgenoten schrobben met hun bezems. De steen koerst in volle vaart naar de cirkel, het huis. Al draaiend kaatst hij de blauwe steen van de tegenstander uit het huis. De jongens juichen. Doel bereikt.

Afgelopen weekeinde vond het NK curling plaats in Silverdome Zoetermeer, het curlingcentrum van Nederland. De titel is voor de vierde keer op rij voor het nationale mannenteam.

In Nederland is curling nooit serieus genomen; iets voor huisvrouwen. De NOC*NSF investeerde weinig in de sport. De nationale mannen- en vrouwen plaatsten zich nimmer voor de Olympische Spelen.

Dat moet veranderen. Curling zit in de lift. De curlingbond heeft de Spelen van 2022 voor ogen. Bondscoach Shari Leibbrandt is ambitieuzer. 'Ons doel is Pyeongchang in 2018, dat is realistisch.' De Nederlandse mannen waren vorig jaar op het EK voor B-landen goed voor zilver met het jongste deelnemende team. Hierdoor promoveerde Neder-land naar de A-divisie, de Europese top tien.

Het WK, dat dit weekend samenviel met het NK, kwam te vroeg. Volgend jaar hoopt Nederland wel deel te nemen. Door punten te vergaren op de komende WK's kan Pyeongchang werkelijkheid worden.

De van oorsprong Canadese Leibbrandt (49) staat aan de basis van dit succes. 'We zijn al heel lang bezig met de opleiding.'

De liefde bracht haar in 2004 naar Europa. Nog datzelfde jaar trouwde ze met haar Nederlandse vriend. 'Ons huwelijk was op 28 november 2004, zodat ik in de eerste week van december meteen het EK kon spelen met het Nederlandse vrouwenteam.'

Van meet af trainde ze de jeugd. Toen een aantal spelers van het huidige team te oud werd voor de jeugdcompetities besloot ze hen te blijven coachen bij de senioren. Daarom stopte Leib-brandt in 2010 met curling. Pas sinds een jaar is ze officieel bondscoach, op voorwaarde dat ze ook de jeugdopleiding opnieuw mocht inrichten. 'Wat is een eerste team zonder aanwas?'

Terwijl aanvoerder Van Dorp (24) op het ijs de lijnen uitzet, analyseert Leibbrandt de wedstrijden op haar laptop. Ze houdt van curling omdat het een echte teamsport is. Een sport voor jong en oud bovendien.

De aanvoerder, ook wel 'skip', bepaalt de tactiek. Hij heeft de meeste ervaring en beslist waar de gooier de steen naartoe moet gooien.

De twee vegers proberen invloed uit te oefenen op de snelheid en op de baan van de steen. De steen wordt al draaiend gegooid. Hoe meer vaart, hoe rechter de koers; hoe lager de snelheid, hoe makkelijker de steen een curve kan maken.

Niet alleen het vegen vergt intensieve arbeid. 'Het wordt vaak onderschat hoe fit je moet zijn', zegt Leibbrandt. Naast intervaltrainingen zijn met name de been-, buik- en armspieren belangrijk voor de balans op het ijs.

'Curling is een fysiek zware denksport. De jongens fitnessen veel. Een wedstrijd duurt tussen de twee en drie uur. Het is pittig om zo lang in die kou geconcentreerd te blijven.' Maar ook ervaring is belangrijk. 'Daarom is het zo knap wat we nu al bereikt hebben, met zo'n jong team en weinig middelen.'

Landen als Zwitserland, Schotland en Canada beschikken over meer financiële armslag. 'In Canada is curling de tweede televisiesport, na ijshockey. Daar groeien de kinderen op met de sport.'

In Nederland is curling een B-sport. 'Als curler betaal je veel internationale reizen uit eigen zak.' Die trips maakt het nationale mannenteam wel vijftien keer per jaar. Alleen de EK's en WK's worden gefinancierd. 'Hopelijk krijgen we meer hulp van de NOC*NSF als we ons kwalificeren voor de Spelen.'

Nederlanders doen lacherig over curling, volgens Leibbrandt. 'Kinderen willen geen sport beoefenen waarover grapjes worden gemaakt. Maar een curler mag trots zijn. Je werkt hard, hebt een fit lijf en je gaat vaak naar het buitenland voor wedstrijden. Je hebt de mogelijkheid om voor je land op de Olympische Spelen uit te komen. Wat wil je nog meer?'

Wouter Gosgens grijnst als hij de woorden Olympische Spelen hoort. Met zijn 16 jaar is hij de jongste van het team. Zaterdagmiddag krijgt hij vrijaf, omdat hij ook moet studeren voor zijn havo-examens.

Gosgens voetbalde tot voor kort, maar hij koos voor curling. 'Mijn teamgenoten vonden het een vreemde sport met dat vegen.' Om begrip te kweken nodigde hij de jongens uit voor een paar try-outs. 'En altijd kwamen ze blij van het ijs.'

'Iedereen heeft zijn vooroordelen klaar', zegt Gosgens. 'Lekker makkelijk. Wij zeggen altijd: eerst proberen, dan oordelen. Het is een knap lastig spelletje. Het ziet er makkelijk uit, maar is dat niet ook zo als je Barcelona ziet voetballen?'

Leibbrandt knikt. Meerdere malen kreeg ze aanbiedingen om te coachen in landen waar financieel en sportief meer mogelijk is. Ze besloot te blijven. 'Ik geloof echt in deze jongens.'

Het Zweedse team in actie op de Olympische spelen in 2014 in Sotsji.Beeld epa
Meer over