Interview

Na drie decennia schaatst er weer een Brit op de Spelen: Cornelius Kersten uit Heemstede

Bij het schaatsen doen op de Winterspelen straks niet drie, maar vier Nederlanders mee op de 1.000 en 1.500 meter. Cornelius Kersten is half-Engels en draagt straks het pak van Groot-Brittannië.

Dirk Jacob Nieuwboer
Cornelius Kersten tijdens zijn 1.000 meter bij de EK afstanden van afgelopen weekend. Beeld Pro Shots / Erik Pasman
Cornelius Kersten tijdens zijn 1.000 meter bij de EK afstanden van afgelopen weekend.Beeld Pro Shots / Erik Pasman

Cornelius Kersten had ‘geen idee, geen enkel idee’ toen hij in 2014 besloot voor Groot-Brittannië te gaan schaatsen. En eerlijk gezegd viel het hem behoorlijk tegen. Het geregel, het bij elkaar schrapen van geld, de eenzame trainingsuren vooral. Eigenlijk had hij niet eens verwacht dat hij nu nog zou schaatsen, maar eindelijk is er de beloning: hij mag naar de Olympische Spelen in Beijing.

Zo doet er voor het eerst sinds Craig McNicoll in Albertville in 1992 een Brit mee aan het langebaanschaatsen op de Winterspelen. Door zijn goede prestaties in de wereldbekers kreeg hij groen licht van het Britse Olympisch Comité om uit te komen op de 1.000 en 1.500 meter.

Hij had het goede nieuws al binnen toen hij dit weekend op het EK in Heerenveen ook nog keurig als vierde eindigde op de 1.000 meter. Als eerste Brit, en eigenlijk ook als vierde Nederlander, want hij groeide op in Heemstede en heeft beide nationaliteiten.

Spelletje

‘Schaatsen is een beetje spelletje voor mij’, zegt Kersten (27) over zijn keuze om voor het land van zijn moeder uit te komen. ‘En ik wil het heel graag uitspelen, mijn maximale potentie halen.’

Als junior schurkte hij in Nederland tegen de nationale top aan, soms haalde hij het podium, maar vaker gebeurde dat niet. Toen hij geblesseerd raakte, was duidelijk dat hij niet verder zou komen. ‘Je bent in Nederland klaar als je niet kunt opschalen naar een grotere ploeg en op dat moment kon ik dat niet. Via Engeland kon ik me wel verder ontwikkelen en stapje voor stapje verder komen.’

Kersten had zich alleen niet gerealiseerd wat er allemaal bij zou komen kijken om verder te kunnen met zijn ‘spelletje’. Het langebaanschaatsen lag in Groot-Brittannië volledig op zijn gat. Er was geen ondersteuning van de bond, geen structuur, eigenlijk helemaal niks.

‘De mensen kwamen uit het shorttrack en het kunstschaatsen’, vertelt Kersten over de begintijd. ‘Zij kenden de langebaan helemaal niet en hadden geen idee wat er nodig was. Er zijn nog steeds geen 400-meterbanen in Engeland, dus trainen kunnen we sowieso niet. Maar ze helpen nu wel veel met de administratieve kant, dat neemt veel stress weg.’

Vriendin

Kersten verbleef een tijd in Calgary, waar hij met de opleidingsploeg van de Canadese schaatsbond trainde. Maar de laatste jaren woont hij in Heerenveen met zijn vriendin Ellia Smeding (23), die ook een Britse moeder heeft en ook uitkomt voor Groot-Brittannië. Zij moet nog horen of ze ook naar de Spelen mag, maar de kans is kleiner omdat haar uitslagen minder goed zijn dan die van Kersten.

Want zo makkelijk is het niet om via de Britse route de Spelen te halen. In Nederland is de concurrentie het grootste probleem. Zeker ook op de 1.000 meter, Kerstens favoriete afstand, waarop zelfs olympisch kampioen Kjeld Nuis zich niet plaatste. Maar de Britten zijn een stuk strenger sinds de wereld in een deuk lag om skischansspringer Eddy ‘the Eagle’ Edwards. Zo’n amateur is Kersten zeker niet, bij de laatste drie wereldbekers eindigde hij twee keer als negende en een keer als tiende.

‘De coronaschaatsbubbel vorig jaar pakte heel goed uit voor mij’, zegt Kersten. ‘Zonder Nederlandse topsportstatus had ik anders niet kunnen trainen. In die bubbel heb ik weer stappen kunnen maken. En uiteindelijk werd ik 11de op het WK afstanden, daar was ik heel blij mee.’

Profploeg

Mede door die prestatie kwam hij in het vizier van het Worldstream-Corendonteam van Koen Verweij en Jutta Leerdam, waar hij sinds het voorjaar van 2021 bij zit. Zo lukte jaren later toch nog wat na zijn juniorentijd niet lukte: aanhaken bij een Nederlandse profploeg.

‘Voor mij is het de perfecte situatie, ik krijg heel veel ondersteuning en ik heb vooral weer ploeggenoten met wie ik samen kan trainen. Dat maakt schaatsen heel veel leuker.’

Ook financieel zorgt het bovendien voor verlichting. De ploeg betaalt de trainingsuren en andere faciliteiten. Maar om rond te komen heeft Kersten nog wel andere inkomsten nodig. Naast hun schaatscarrières timmeren hij en Smeding daarom aan de weg met Brew ’22, een koffiebedrijfje met een sporttintje. De verpakkingen hebben de olympische kleuren en de verschillende soorten hebben namen als Dreamcatcher, Underdog en Powerhouse.

Sterke koffie

‘De Powerhouse is onze dark roast, een sterke koffie’, lacht Kersten. ‘En de Underdog onze decaf, voor een koffie zonder cafeïne is die veel beter dan verwacht. Het is voortgekomen uit liefde voor koffie, maar het is ook wel noodzakelijk. We groeien, maar ik kan er niet zoveel tijd in steken als ik wil, maar ja, Brew is er voor het schaatsen, niet andersom.’

Schaatsen is zo leuk, vindt hij, omdat het heel onnatuurlijk is. ‘Als mensen zijn we geëvolueerd naar rechtop staan en vooruit lopen. Wat gaan wij doen? Diep zitten en opzij afzetten. Daardoor ben je altijd aan het leren en analyseren.’

Dat hij door die passie Groot-Brittannië weer een beetje als schaatsland op de kaart kan zetten, is mooi meegenomen. ‘Ik doe het vooral om het spelletje voor mezelf uit te spelen. Maar ik wil ook graag mijn steentje bijdragen om het Britse schaatsen weer omhoog te trekken. Misschien geeft mijn deelname inspiratie om weer een baan te bouwen of dat een paar kids willen langebaanschaatsen. Daar zou ik wel heel trots op zijn.’

Meer over