Olympische Spelen

Na de eerste de beste aanval ligt Henk Grol op zijn rug: einde carrière van een groot judoka

De droom van judoka Henk Grol (36) lag binnen de kortste keren aan diggelen. Geen groots afscheid, maar een tragische afgang.

Henk Grol weet zich verslagen door de Oezbeek Oltiboev. Beeld ANP
Henk Grol weet zich verslagen door de Oezbeek Oltiboev.Beeld ANP

Daar ligt hij dan op zijn rug. Zijn handen voor zijn ogen gevouwen. Slechts 25 seconden duurt het gevecht waar judoka Henk Grol (36) zijn carrière vijf jaar voor verlengde. Nu is het afgelopen, nog voor hij het beseft. Op zijn kale hoofd is geen druppel zweet te bekennen. Zijn judopak is nog ongekreukt.

In zijn laatste partij als judoka komt de vleesgeworden vechter niet eens aan vechten toe. In de klasse boven de 100 kilogram laat hij zich in zijn eerste partij meteen verrassen door de Oezbeek Bekmoerod Oltibojev: ippon. Weg olympische droom. Het is een pijnlijk einde van een imposante maar onbevredigende loopbaan.

Van een judoka die niet alleen tegen zijn tegenstanders, maar ook tegen zijn eigen schaduw vocht. Omdat hij van zichzelf wist dat hij de allerbeste was, maar nooit de allerbeste werd. Omdat het een keer moest lukken, ook al had hij de tijd niet mee. Maniakaal zette hij door.

Zelfvernietiging

Gedreven door de liefde voor de sport, maar ook door onvrede en wrok. Zijn twee bronzen olympische medailles (2008, 2012) en drie zilveren plakken op de WK ten spijt. Of misschien juist wel door die bronzen en zilveren medailles. In de overtuiging dat de ultieme beloning altijd dichtbij was, maar op de belangrijke momenten verder weg bleek dan ooit.

Grol deed aan zelfvernietiging, om vervolgens de moed en kracht te vinden om weer door te gaan. Na zijn vroegtijdige uitschakeling op de Spelen van Rio kondigde hij het einde van ‘het tijdperk-Grol’ aan. Als cumulatie van de teleurstellingen die hij had doorstaan en de voortdurende druk die hij zichzelf had opgelegd.

Toen hij eens bij een bedrijfspresentatie werd aangekondigd als de nummer twee van de wereld raakte hem dat tot in zijn ziel. Het was voor hem een reden om nog meer te gaan trainen. Na de presentatie stuurde hij zijn auto meteen naar het krachthonk, ook al had hij die dag al drie keer getraind.

Stap naar boven 100 kg

Keer op keer richtte Grol zich op. Al moest de beste Nederlandse judoka van het afgelopen decennium zich opnieuw uitvinden na Rio. Hij stapte over van de klasse tot 100 kilogram naar de zwaargewichten (boven de 100 kilogram). Min of meer gedwongen, dat wel.

Zijn hele carrière had Grol als een monnik geleefd. Buiten de wedstrijden om groeide de drievoudig Europees kampioen door de krachttraining naar 110 kilo. Voor toernooien moest hij die tien kilo te veel weer kwijt zien te raken. Telkens hongerde hij zichzelf uit. Hij vroeg het maximale van zijn lichaam, en soms meer dan dat.

Die monomane manier van leven leverde hem nooit de gewenste olympische gouden medaille of wereldtitel op. In de herfst van zijn loopbaan kon en wilde hij het gevecht tegen de kilo’s niet nog een keer voeren. Hij schroefde zijn trainingsarbeid terug, omdat zijn versleten lichaam daar om vroeg.

Bovendien overtuigde hij zichzelf dat hij ook tevreden kon zijn met een andere kleur medaille dan goud. Het was zijn manier om er nog een keer alles voor opzij te zetten. Om de beste versie van zichzelf te laten zien en mee te dingen om de medailles. Met olympisch eremetaal als het ultieme doel, op de plek waar zwaargewicht Anton Geesink in 1964 eeuwige olympische roem vergaarde.

Eigen schuld

Met die overtuiging betrad hij vrijdag de tatami in de Budokan, de heilige tempel van de judosport. Maar nog voordat hij er erg in had, lag hij verslagen op zijn rug en zat zijn individuele carrière als judoka erop. Nota bene tegen een judoka van wie hij naar eigen zeggen nooit had mogen verliezen, maar die Grol over zijn schouder gooide alsof het een lichtgewicht betrof.

Grol noemde zichzelf een stomme lul voor de camera van NOS. Hij had alles bij elkaar geraapt om nog een keer eruit te halen wat erin zat. Maar was de eerste om te bekennen dat hij het op het belangrijkste moment het niet goed had gedaan. Niet eens strijdend ten onder.

Zaterdag komt hij nog in actie bij de teamwedstrijd, een nieuw olympisch onderdeel. Het is niet meer dan een verplichting voor de judoka die zijn hele carrière individueel de allerbeste wilde zijn, maar in Tokio de harde bevestiging kreeg dat nooit meer te worden.

Meer over