Schaatsen

Na 602 dagen zonder wedstrijd mogen de marathonschaatsers weer het ijs op

Niemand kende zo’n lange door de coronamaatregelen gedwongen wedstrijdpauze als de marathonschaatsers. 29 februari 2020 was de laatste race geweest en na 602 dagen mochten zaterdag weer los op de Amsterdamse Jaap Edenbaan.

Het publiek staat langs de Jaan Edenbaan in Amsterdam bij de opening van het marathonseizoen.  Beeld Raymond Rutting  / de Volkskrant
Het publiek staat langs de Jaan Edenbaan in Amsterdam bij de opening van het marathonseizoen.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De vrouwen vlogen er vol in voor hun tachtig ronden op de onoverdekte 400-meterbaan, vooral de Zaanlander-formatie van coach Jillert Anema liet zich gelden. Alsof ze wilden benadrukken: we zijn er weer. Elisa Dul, Marijke Groenewoud en Melissa Wijfje deden het voorwerk in een driemans kopgroep. Daarna stak Irene Schouten over en begon aan een solo. Uiteindelijk werd ze opgeveegd door twaalf achtervolgers, die niet konden verhinderen dat de 29-jarige de eindsprint won, voor Ineke Dedden en Aggie Walsma.

Bij de mannen, die 125 ronden op het bord hadden, leidde de hernieuwde kennismaking met de marathon juist tot een tamme koers. Ze tastten af: hoe liggen de verhoudingen? Daarbij hadden de twee grootste teams, Team Royal A-Ware/ZiuZ en Jumbo, wel zin in een sprint op de windstille buitenbaan.

Als in een vlakke touretappe reden de ploegen in de slotfase als treintjes naar de massaspurt die een prooi werd voor Sjoerd den Hertog (29) ook een pupil van Anema, onder de vlag van Team Royal A-Ware/ZiuZ. Een ‘luxe sprint’, zei Den Hertog, die Casper de Gier en Harm Visser (beiden van Jumbo-Visma) te snel af was. ‘Wij wilden laten zien de beste trein en beste sprinters hebben.’

Geen bubbel

Vorige winter werd midden in de pandemie een aantal topsportcompetities weer opgestart. Maar voor marathonschaatsen was geen plek op de lijst van sporten die daarvoor in aanmerking kwamen. De typisch Nederlandse discipline is niet olympisch en kent geen internationale kampioenschappen, anders dan bijvoorbeeld het eveneens niet-olympische veldrijden dat wel door mocht gaan.

Pas nadat de lijst door NOCNSF was vastgesteld bleek dat ook de opzet van de nationale competitie in het nadeel van de marathon had gewerkt. De Marathon Cup bestaat als competitie traditioneel naast het onafhankelijk verreden nationaal kampioenschap. Als de Cup tot een landstitel zou hebben geleid, zoals dat in veel topcompetities het geval is, dan had de KNSB wellicht wel marathonwedstrijden mogen organiseren.

Een poging om de de competitieopzet te wijzigen en zo alsnog groen licht te krijgen strandde. ‘Er zijn nooit meer toevoegingen aan de lijst met topcompetities gedaan’, vertelde Willem Hut, disciplinemanager marathon bij de KNSB. Dat is nog altijd niet gebeurd. Mocht de samenleving weer op slot gaan, dan moet Hut opnieuw gaan lobbyen. ‘Het was heel spijtig, vooral omdat wij het net zo veilig konden organiseren als andere sporten op dat moment.’

Geen NK natuurijs

Het pijnlijkst was het afblazen van het NK op natuurijs in februari van dit jaar. Het ijs was dik genoeg, Hut had een locatie op het oog waar zonder publiek gereden kon worden, maar de overheid ging in extremis niet akkoord. Tandenknarsend moesten de marathonrijders toezien hoe half Nederland de ijzers onderbond, maar zij die ervoor leven geen wedstrijd mochten rijden.

Hoe anders was het voor de langebaanschaatsers, die in de Heerenveense bubbel niet alleen volop konden trainen, maar ook tal van wedstrijden mochten rijden. Was dat de reden dat twee schaatsers uit de stal van Anema, die behalve een marathonlicentie er ook een voor de langebaan bezit, wonnen?

Volgens Den Hertog was de toegang tot de langebaanbubbel een inderdaad een meevaller. Zijn overstap naar Anema’s ploeg in het voorjaar van 2020 was wat dat betreft goed getimed. ‘Ik had wat meer structuur in het coronajaar, dat scheelt een hoop. Maar als je als marathonschaatser niet op het ijs kon, had je er geen reet aan om niets te doen. Het kwam dan wat meer op intrinsieke motivatie aan.’

Klein peloton

Mogelijke verschillen in conditie tussen de pure marathonrijders en degenen die ook op de langebaan actief waren, zouden volgens Den Hertog nu wel bijgetrokken moeten zijn. ‘Iedereen wist sinds het voorjaar dat er een marathonwinter zou komen. Dan moet je hier op de eerste afspraak er kunnen staan.’

Ook Schouten, vorig jaar op de langebaan wereldkampioen 5 kilometer en ploegenachtervolging, wilde niets weten van een tweedeling in het peloton tussen diegenen die vorig seizoen competitief konden sporten en zij die langs de kant stonden. ‘Je kon ook in Hoorn gaan schaatsen en dan van een training zelf een wedstrijd van maken. Als je een bepaalde mentaliteit hebt, dan kun je ervoor blijven gaan.’

Hut zag de impact van de coronapauze in de geringe omvang van het peloton. Op de met sfeerlichtjes versierde baan was het mannenpeloton slechts veertig rijders groot. Twee jaar geleden waren het er bij de openingswedstrijd in Amsterdam nog 57. De enige ploeg die met zes man aan de start verscheen was die van winnaar Den Hertog.

In de wedstrijdluwe periode besloot een aantal toonaangevende marathonrijders te stoppen: onder anderen Jouke Hoogeveen, Erik Jan Kooiman, Arjan Stroetinga en de broers Bob en Bart de Vries. Daarnaast keerden er ook minder ploegen en sponsoren terug.

De komende weken moet blijken of de sport opveert na een jaar afwezigheid. Hut: ‘Er is nog steeds een bepaalde angst, wat heeft corona ons als marathonsport gekost? Weten sponsors en publiek nog wat marathonschaatsen is?’

Meer over