Na 34 jaar heeft Geesink weer een 'koninklijk gevoel'

Niets heeft op donderdagochtend zo'n magische aantrekkingskracht als de roltrap in de lobby van het Kokusai-hotel, want alleen langs die weg kunnen vandaag de verlossende antwoorden komen....

WYBREN DE BOER

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

NAGANO

Kroonprins Willem-Alexander, op dat moment nog ver weg van Japan, heeft een peloton verslaggevers en enkele cameraploegen naar de door twee bewakers afgeschermde roltrap gelokt. Op de eerste etage vergadert het Internationaal Olympisch Comité, dat zich buigt over de vraag of de toekomstige koning van Nederland mag toetreden tot de olympische familie. Het wachten duurt ruim een uur, maar dan is er plotseling het officiële communiqué, het ja-woord van IOC-president Samaranch.

Dat is even wennen, niet in de laatste plaats voor Nick Kouwenhoven, de snel ter plekke zijnde woordvoerder van de Rijks Voorlichtings Dienst. 'Dit is geheel nieuwe materie voor ons.'

Maar enthousiasme heerst in de hoogste kringen, dat mag duidelijk zijn. Jan Saijes, directeur welzijn van het ministerie van VWS, zegt het nog maar eens. 'Staatssecretaris Terpstra staat hier met hart en ziel achter. Maar dit alles is niet door haar aangezwengeld.'

Maar door wie dan wel? Ook niet door Hein Verbruggen, de voorzitter van de internationale wielrenunie en in die hoedanigheid lid van het IOC. De verbazing over alles wat in de voorbije dagen is gebeurd, staat nog altijd op zijn gezicht te lezen. 'De geruchten waren heel sterk, maar toch blijf ik het een grote verrassing vinden. Ook een mooie verrassing. Zo heeft Nederland in korte tijd toch maar even drie mensen in het IOC gekregen.'

Die derde man, al komt hem gelet op zijn elfjarige lidmaatschap van het IOC meer de kwalificatie eerste man toe, daalt even na twaalven met de roltrap uit de olympische hemel. Anton Geesink weet zich onmiddellijk gevangen in de ogen van de camera's, trekt de revers van zijn kolbert strak en geniet zichtbaar.

Even daarvoor heeft hij zijn ambitie om gekozen te worden in het hoofdbestuur van het IOC weliswaar zien stranden, maar Geesink voelt zich geen verliezer. Verre van. 'Ik ben heel erg gelukkig, mag u schrijven. In 1964, toen ik in Tokio olympisch goud won, waren prins Bernhard en prinses Beatrix aanwezig. Toen had ik een koninklijk gevoel. En nu heb ik dat weer.'

Anton Geesink zegt het niet zo direct, maar tussen de regels door laat hij duidelijk weten dat hij de winnaar is in de al jaren durende competentiestrijd tussen hem en het Nationaal Olympisch Comité.

Hij noemt het vreemd dat ze hem niet om advies hebben gevraagd toen bekend werd dat nog een IOC-zetel vrij was. Maar gepiqueerd is hij bovenal door het feit dat ze zijn kandidatuur voor het hoofdbestuur niet hebben gepromoot. 'Dat heeft mij schade toegebracht.'

Kansrijk achtte Geesink zich vooraf om aan te schuiven in de Executive Board, maar zonder de ruggesteun van zijn landgenoten was hij kansloos tegen de zorgvuldig geregisseerde lobby voor de Belg Jacques Rogge. Geesink: 'Ik moet altijd alleen de barricaden op, dat is trekken aan een dood paard.'

Tot zijn ergernis deed het NOC wel intensieve pogingen zieltjes te winnen voor kandidaat IOC-lid Huibregtsen. 'Maar juist daardoor kregen ze in het buitenland in de gaten dat er iets vreemds aan de hand was.'

Liefst zes Nederlanders kandideerden zich voor het IOC-lidmaatschap, met NOC-voorzitter Wouter Huibregtsen en Ard Schenk als kopstukken. Beter zou het zijn geweest één kandidaat naar voren te schuiven, doceert Geesink, want nu zorgde interne verdeeldheid ervoor dat de onverwachte nummer zeven er met de prijs vandoor gaat. 'Als je één van die zes had gekozen had je toch schuine ogen gekregen, nu met de keuze van de kroonprins blijft de rust in de tent.'

Waaruit volgens Geesink niet de conclusie getrokken mag worden dat de keus voor de kroonprins louter gedaan is om problemen te voorkomen. Laat staan dat zijn adellijke afkomst een doorslaggevende overweging is geweest. Geesink: 'De prins is gekozen vanwege zijn kwaliteiten. Hij is jong, enthousiast en houdt van de sport. We waren gauw klaar met de vraag of hij de juiste kandidaat was.'

Nee, Geesink heeft de bal niet aan het rollen gebracht, maar dat de kroonprins al langer sympathie genoot van president Samaranch was hem bekend. Vier jaar geleden, in Lillehammer, arrangeerde hij persoonlijk een ontmoeting tussen de prins en de IOC-baas en twee jaar later in Atlanta, waar Willem-Alexander uitbundig meehoste met de volleyballers en roeiers, sprak Samaranch tot Geesink: 'Jullie hebben een zeer enthousiaste prins.'

Geesink zegt 'Zijne Hoogheid' graag van dienst te willen zijn bij het inwerken in diens nieuwe functie. En samen zullen ze volgens hem het olympisch vuur in Nederland nog feller doen branden.

Meer over