Missie in Sevilla volledig mislukt

Elf Nederlandse atleten reisden naar het Spaanse Sevilla voor de WK-atletiek. Slechts twee, Kamiel Maase op de 10.000 meter en Marcel Pennings bij het hoogspringen, deden ongeveer wat van hen verwacht mocht worden....

Woensdagmiddag, 12 uur, het Estadio Olímpico. Tienkamper Chiel Warners gooit na zes onderdelen de handdoek in de ring. Met de jonge getalenteerde meerkamper verlaat de laatste Nederlander de zevende WK-atletiek - het toernooi is op dat tijdstip precies halfweg. Vijf dagen atletiek die voor Nederland dramatisch slecht verliepen. En dat geeft, een jaar voor de Spelen van Sydney, te denken.

De sportkoepel NOCNSF presenteerde onlangs een lijstje sporten, waarin volgend jaar in Australië een medaille wordt verwacht. Naast voor de hand liggende disciplines als zeilen, hockey, judo en zwemmen, stond daar onder meer ook atletiek bij. Joop Alberda zal zich, als afgevaardigde van de sportkoepel, de laatste dagen zeker enkele malen op het achterhoofd hebben gekrabt. Want waar in hemelsnaam waren die medaille-kandidaten?

Niet in Sevilla, waar de vaandeldrager van de Nederlandse atletiek, Robin Korving, een slechte halve finale liep. Grote concurrenten als Crear en Johnson haalden de finale ook niet. De weg richting podium had in de eindstrijd dus opengelegen. De kans dat de Noord-Hollandse hordenloper ooit weer zo dicht in de buurt van een mondiale atletiek-medaille komt, lijkt gering.

Korving redde vorig jaar bij de Europese kampioenschappen de Nederlandse eer, door een bronzen medaille te winnen. Dit jaar werd de Nederlandse equipe de totale afgang bespaard door het optreden van Kamiel Maase op de 10.000 meter. De microbioloog draafde naar een achtste plaats. Hij moest slechts een andere Europeaan voor zich dulden, de Portugees Antonio Pinto.

Is Maase dan die medaille-kandidaat van NOCNSF? In elkr geval niet op de 10.000 meter, waar hij, hoe hard hij ook gaat lopen, nooit partij zal kunnen bieden aan superatleten als Haile Gebreselassie, Paul Tergat, Habte Jifar en wat er nog meer in dat onuitputtelijke Oost-Afrikaanse vat zit.

Wat Maase dinsdagavond, in een snikheet Sevilla, presteerde, was het maximaal haalbare resultaat. Nimmer liep een Nederlander op een mondiaal toernooi beter over de 25 rondjes.

Maase kiest volgend jaar voor de marathon. Hij kreeg de smaak van de 42.195 meter te pakken na zijn opmerkelijke debuut tijdens de marathon van Rotterdam, waar hij als haas doorliep naar 2.10,09. Die tijd was meteen goed voor Olympische kwalificatie. Met een meer gespecialiseerde voorbereiding moet de atleet een tijd van onder de 2.09 in zijn benen hebben - maar zeker zijn deze prognoses nooit voor de klassieke afstand.

Net als Maase beleefde 1500-meterloper Marko Koers in 1997 een minder goed jaar. Koers heeft echter de vorm, die hem in 1996 en 1997 naar grote finales bracht, dit jaar nooit meer kunnen vinden. Hij ontbeert de kracht om in de laatste meters tegenstanders opzij te zetten.

Gert-Jan Liefers viel te prijzen vanwege zijn strijdlust op de 1500 meter. Hij wilde zich zaterdag hoe dan ook plaatsen voor de halve finale. Dat doel werd bereikt, waarna een doorwaakte nacht volgde vol maag- en darmklachten, waarbij sportarts Peter Vergouwen de handen flink uit de mouwen moest steken.

Gelijk Liefers blijft Chiel Warners een belofte voor de toekomst. De tienkamper lag op het moment dat hij de strijd staakte op een uitstekende zesde plaats. Maar de volledige rekening wordt bij dit koningsnummer pas na de afsluitende 1500 meter gepresenteerd.

Hoogspringer Wilbert Pennings, een debutant op dit niveau, presteerde wel goed. Hij bereikte, als eerste Nederlander in de geschiedenis, de WK-finale bij het hoogspringen, maar kon de lat op 2.32 meter niet overbruggen.

Kortom, een grote plus voor Maase, een plusje voor Pennings. Verder was het kommer en kwel. Sharon Jaklofsky, Patrick van Balkom, Pieter van der Kruk, Lieja Koeman en Simon Vroemen laten soms leuke prestaties zien op Nederlands grondgebied, maar bij grote toernooien hebben ze vooralsnog niks te zoeken. Nette atleten, maar geen winners.

De oorzaken van het collectieve falen, behoudens de twee uitzonderingen? Was het te warm? Was de ploeg aangeslagen door de dopingaffaire rond Troy Douglas? Was de tegenstand te groot? Antwoorden zijn niet een-twee-drie te geven. Atleten zijn individuele sporters, die altijd een keer een misstap kunnen maken. De afgelopen dagen werden er echter te veel van die stappen gezet.

Bert Paauw, technisch-directeur van de KNAU, hoopte vooraf dat de prestaties (vijf Nederlanders bij de eerste twaalf) van de WK in Athene in 1997 verbeterd konden worden. Pas dan zou hij tevreden zijn. Dat streven werd op het laatste grote sportevenement van de eeuw door de elf Nederlanders met twee toptwaalf-noteringen (Maase/Pennings) bij lange niet gehaald en dat is bijzonder teleurstellend.

De Nederlandse atletiek zat in een opbouwfase, richting het jaar 2000 en vooral het 'oogstjaar' 2004 (de Spelen van Athene), maar de steigers rond het bouwwerk werden in Andalusië ruw weggeslagen.

Meer over