'Mijn droom was me afgepakt, niets kon me meer boeien'

Ze viel na haar gedwongen afscheid in 2004 in een zwart gat. ‘Mijn generatie ging te vroeg kapot.’ Nu keert ze terug in het turnen, als herintredende moeder....

Door Robèrt Misset

Ze verwachtte niet teveel van haar rentree, vertelt turnster Gabriëlla Wammes als haar eerste pogingen om zich te kwalificeren voor het WK in Londen zijn mislukt. ‘Ik ben pas in mei serieus begonnen met trainen. Dit is een opstapje naar misschien iets groots. In mijn achterhoofd speelt van alles, maar ik bekijk het van dag tot dag. Ik wilde kijken hoe ik ervoor stond. En vooral weer genieten van mijn sport.’

Lachend noemt Wammes zichzelf ‘een herintredende moeder’, want topsport zegt ze niet te bedrijven. ‘Dan zou het turnen op één moeten staan, ik heb er een baan als trainer en een kind bij. Dat maakt het anders. Ik weet ook dat ik niet meer 30 uur per week kan trainen. Het gaat niet vanwege mijn rug en het past niet meer in mijn leven.’

Ze behoorde met Renske Endel en Verona van de Leur tot de nationale ploeg die in 2001 verrassend een vijfde plaats veroverde bij de WK in Gent. Bijna symbolisch droeg Wammes het pakje uit Gent tijdens de warming-up voor de WK-kwalificatie in Amsterdam. Maar in 2003 faalde het team van bondscoach Frank Louter opzichtig bij de WK in het Amerikaanse Anaheim. De olympische missie van Wammes eindigde in een tranendal.

‘Iedereen kampte met blessures. De coaches moesten kiezen tussen turners met kleinere of grotere kwetsuren. Het was niet te doen. Ik ging vanwege mijn rugblessure als tweede reserve naar Anaheim. Elke dag werd opnieuw bekeken wie in het team zou komen. Er was geen peil op te trekken. Uiteindelijk werd ik opgesteld, maar op de brug ging het mis en het landentoernooi werd een drama.’

Coach Louter werd keihard afgerekend op het echec van de Nederlandse ploeg, die geen teamticket voor de Spelen van Athene wist te bemachtigen. Wammes: ‘Ik heb die kritiek op Frank nooit begrepen. Het is gemakkelijk oordelen vanaf de zijlijn.

‘Frank is op persoonlijke dingen aangepakt, niemand heeft bij hem in de trainingszaal gekeken. Hij heeft met iedereen rekening gehouden. In 2001 was Louter nog een toptrainer, zou hij er dan twee jaar later niets meer van kunnen?’

Na de WK in Anaheim bleef Wammes sukkelen met haar rug. ‘Na een maandje rust kreeg ik weer last tijdens de training. De arts die me al in 2002 had onderzocht, adviseerde me twee jaar later om te stoppen. De zenuwen in de rug zouden kunnen worden beschadigd, het was puur overbelasting.’

Daar stond ze dan, als meisje van net achttien jaar. Wammes: ‘Aan de vooravond van een EK in eigen land en een half jaar voor de Spelen van Athene was het afgelopen voor mij. Ik heb flink gehuild in die periode, erger kon het niet. Ik ging als meisje van negen jaar naar de turnzaal van Pro Patria in Zoetermeer om bij Frank Louter te kunnen trainen.

‘Ik had maar één droom, turnen bij de Spelen. En dan spat die olympische droom enkele maanden voor de Spelen uiteen. Ik behoorde tot de gouden generatie van het vrouwenturnen, maar die ging net te vroeg kapot.’

Wammes was nog een tiener en viel in het zwarte gat van de gestopte topsporter die geen alternatief kan bedenken. ‘Ik kon vanwege mijn rug niet aftrainen, ik ging van 30 uur naar niets’, aldus Wammes. ‘Mijn hoofd had altijd naar het turnen gestaan. Nu zat ik de hele dag op school met kinderen die me nauwelijks kenden.

‘Ik had steun aan een gestopte kunstrijdster die met dezelfde problemen zat. Ik heb deelcertificaten op school gehaald, maar ik miste de motivatie. Mijn droom was me afgepakt, niets kon me boeien. Ik zat in de klas en dacht: wat doe ik hier? Ik was mentaal zoveel verder dan mijn leeftijdgenoten, het turnen had me snel volwassen gemaakt.’

Haar teamgenoten uit de succesvolle WK-ploeg uit 2001 zag ze geregeld. Maar al voor de geruchtmakende rechtszaak tegen haar vader had Verona van de Leur alle contacten met de Nederlandse turnwereld verbroken. Wammes: ‘Van de ene dag op de andere hoorde ik niks meer van Verona, vreemd en moeilijk te accepteren.’

Op haar twintigste beviel Wammes van haar zoon Dayron, die ze na haar scheiding zelf moet opvoeden. ‘Het is moeilijk geweest,’ zegt ze, als het zondag 3 jaar geworden jochie thuis in Gouda om een snoepje vraagt.

‘Je hebt een kind samen en dan houd je er geen rekening mee dat je uit elkaar gaat. Gelukkig stonden mijn ouders en mijn zus altijd voor me klaar. Ik heb nu een nieuwe vriend en Dayron is ook gelukkig. Dat was een voorwaarde, anders hoef je niet aan een nieuwe relatie te beginnen.’

De sport bood haar na het gedwongen afscheid een reddingsboei. Wammes: ‘Ik zei altijd: ik word nooit turntrainster. En wat werd ik? Ik vind het leuk om mijn ervaring over te brengen op kinderen. Ik kan me als geen ander verplaatsen in hun wereld.’

Toch bekroop Wammes steeds vaker het gevoel dat haar carrière nog niet af was. En had haar vriendin Suzanne Harmes al niet bewezen dat ook moeders nog kunnen turnen? De bondsarts van de KNGU gaf het groene licht. ‘Mijn rug was verbeterd door al die jaren rust’, zegt Wammes.

‘Maar ik kreeg wel het uitdrukkelijke advies mee om mijn rug goed te trainen. Ik moet waken voor overbelasting. Ik zal mijn gevoel moeten volgen, meer kwaliteit uit minder trainingen halen.’

De Spelen lijken niet haalbaar meer, er is een andere droom voor in de plaats gekomen. Gabriëlla Wammes wil graag nog een keer met haar broer Jeffrey naar het WK om de nare herinneringen aan hun laatste optreden in 2003 weg te spoelen.

‘Jeffrey was nog een guppie, hij kwam in Anaheim net kijken. En mijn toernooi was al na één wedstrijd afgelopen. Ik zat drie weken in Amerika, maar het leek meer op een vakantie dan op een WK. Jeffrey heeft net als ik de nodige klappen moeten verwerken. Maar we hebben elkaar geweldig kunnen steunen.

‘Toen Jeffrey zijn beide enkels brak begreep ik hoe hij zich voelde. Hij heeft flink zitten janken. Gelukkig is zijn revalidatie goed verlopen, hoewel het ook dit jaar niet mee zit voor Jeffrey. Ook hij bouwt nu een leven naast het turnen op. Maar hij gaat vast nog mooie dingen laten zien.’

Met broer Jeffrey en haar trainer Frank Louter naar de WK, dan kan ze haar missie eindelijk voltooien. Wammes: ‘Het is niet de voornaamste reden voor mijn rentree. Maar ik ben nog niet klaar met turnen.

‘Ik zou het voor Frank mooi vinden om nog eens gezamenlijk op een WK-podium te staan. Het is een vorm van rehabilitatie. Voor Louter is het ook moeilijk geweest. Na dat WK in Anaheim vertrokken turnsters naar andere verenigingen. Frank was bondscoach en raakte toen nagenoeg werkloos.

‘We hebben nu zelfs een hechtere band dan vroeger. Ik ben volwassen geworden, Frank accepteert mijn beperkingen. Het is mijn eigen keuze om weer te gaan turnen. De droom is weer terug, hij heeft alleen een andere inhoud gekregen.’

Meer over