Michels maakte van trainen een vak

Met de komst van trainer Rinus Michels naar Ajax ontwaakte het professionalisme in het Nederlandse voetbal. Wie hem niet volgde, viel af....

Precies op tijd, in januari 1965, tekende de onervaren trainer Rinus Michels bij Ajax. Ajax, dat zelfs nog een elftalcommissie had voor de opstelling, vertoefde ondanks de aanwezigheid van veel talent in de degradatiezone.

Rinus Michels, in het jubileumboek van Ajax: 'Trainer, dat was eigenlijk geen vak, althans niet voor een Nederlander. De trainingsarbeid moest drastisch worden geïntensiveerd. Ik had algauw in de gaten dat de teamdiscipline ontbrak, iedereen deed maar wat en leefde er wat op los.'

Van een paar keer per week trainen ging het naar een paar keer per dag. Voormalig speler Frits Soetekouw: 'De komst van Michels betekende de totale verandering, ook tactisch. Zijn voorganger Buckingham was wat dat aangaat zwak, te Engels. Michels voerde een laatste man in en liet die later zelfs inschuiven.'

En dan waren er de discipline en de loodzware trainingen. Lopen, met doelman Heinz Stuy op je rug, tegen een heuvel op. 'Ik heb ze zien kotsen', zegt Mühren, 'maar dat interesseerde hem niets.'

Michels' beroemdste uitspraak luidt onverkort: 'Topvoetbal is net zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft, is verloren.'

Mühren: 'Hij bedoelde ook dat hij de spelers het liefst altijd bij zich had, net als soldaten. Als voetballers trouwden, was hij ze soms kwijt. Dat vond hij jammer. Hij had één gedachte: voetbal.'

Mühren kwam in 1968 van Volendam: 'Als we daar verloren, vond ik het toch best als ik zelf lekker had gespeeld. Michels heeft me gevormd. Zonder hem had ik het niet gehaald.'

Bobby Haarms, destijds assistent van Michels: 'Bijna iedereen was semi-prof toen hij kwam. Hij eiste een leven als full-prof en had zo een stok achter de deur. Hij zei: als je het niet kunt opbrengen, ga je maar terug naar kantoor of achter de geraniums zitten.'

Toen Michels hem in 1967 vroeg assistent te worden, zei Haarms: 'Ik ben al begonnen.' Ook hij stapte een ander leven binnen, want hij was tevens uitbater van een café. 's Morgens om negen uur kwamen ze bij elkaar om de training te bespreken onder een kop koffie. Dan zetten ze de pionnetjes uit, opdat 'de heren meteen konden beginnen.'

Natuurlijk profiteerde Michels van het talent: een gouden generatie, Cruijff, honger naar succes.

Maar zelfs Cruijff protesteerde nauwelijks tegen zijn methoden. Michels kon bikkelhard zijn. Hij wiste de initialen van Wim Suurbier eens van het opstellingsbord toen die een minuut te laat bij de training was.

Frits Soetekouw verloor in 1967 zijn plaats nadat Ajax door Dukla Praag werd uitgeschakeld in de Europa Cup. Het beslissende doelpunt viel via zijn been. Vier dagen later zag hij zijn naam niet meer staan op het bord. Niets zei Michels tegen hem, de aanvoerder.

Uiteindelijk verliet Soetekouw uit eigen beweging de club, maar hij vroeg eerst om een gesprek met de trainer.

'Het was een goed gesprek. Ik kon begrijpen dat hij niet in mij geloofde als voetballer, maar vond dat we normaal met elkaar moesten omgaan.

'Maar ik ben hem altijd een kanjer van een trainer blijven vinden. Zijn analyses van de tegenstander waren perfect. Je kon echt zeggen dat je door een strijdwijze won. Over voetballen vertellen is makkelijk, maar hij zag het voetbal.'

In zijn hang naar perfectie gaf Michels nooit een compliment. Mühren was net bij Ajax toen hij een bal onder zijn voet door liet rollen. Geen techniek, bromde Michels en dat bleef hij maar herhalen. 'Terwijl het daar bij mij juist om ging.' Dat je om uitleg vroeg, was ongebruikelijk. Mühren, Bals en Hulshoff werden gepasseerd voor de kampioenswedstrijd tegen SVV in 1970. Ze begrepen er helemaal niets van.

'Ik heb het nooit aan hem gevraagd, ook niet toen het nieuwe seizoen begon. Dat was misschien schadelijk en er was toch niets veranderd. We werden weer gewoon opgesteld.'

Het verschil tussen Michels privé en op zijn werk was opvallend. Mühren: 'Je durfde na een feest niet te zeggen: gezellig hè, gisteren. Want dan was je weer op je werk.'

Door de jaren heen hoorden ze dat Michels milder was geworden. Hun laatste ontmoeting? Mühren zag Michels bij Lucky Ajax, de club van oud-Ajacieden. 'Hij vereenzaamde na de dood van zijn vrouw. We trokken hem bij de club, maar hij was zoekende. Hij miste zijn klankbord.'

Soetekouw sprak Michels bij de viering van vijftig jaar betaald voetbal. 'Hij vertelde me dat hij depressief was door de dood van zijn vrouw, dat hij zich ook niet goed voelde. Hij ging naar het voetballen omdat het een deel van zijn leven was, maar van binnen was hij helemaal leeg. Ja, dat zei hij: helemaal leeg.'

Meer over