ReportageStart korfbalcompetitie

Met z’n vieren op een vierkante meter: de korfballers zijn blij dat het weer even mag

Na drie maanden corona-uitstel is zaterdag de hoogste korfbalcompetitie van Nederland van start gegaan. In Papendrecht schudden PKC ­Vertom en Blauw-Wit gemakkelijk de regels van buiten de sporthal van zich af. ‘Lekker, vrij. Zelfs geen mondkapje op. Ik ben blij dat dit weer mag.’

Van afstand houden kan geen sprake zijn in de groene korfbalhal van PKC Vertom. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Van afstand houden kan geen sprake zijn in de groene korfbalhal van PKC Vertom.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

De anderhalvemetersamenleving is ver weg, voor wie zaterdag vanuit een witte wereld de groen gekleurde korfbalhal van Papendrecht betreedt. De Korfbal League gaat deze middag van start, met drie maanden vertraging vanwege de lockdown.

De spelers en speelsters van PKC Vertom en Blauw-Wit, zestien in totaal op een veld van 40 bij 20 meter, spelen het flitsende spel van voortdurend positie wisselen en nadrukkelijk man-tegen-man volgen van de tegenstander. PKC heeft de beste schutters, vooral de vrouwen zijn deze middag op dreef, en de traditieclub wint deze wedstrijd met 36-27.

Er lijkt nauwelijks vrees onder de korfballers om het gevecht in de League weer aan te gaan. Aanvaller en verdediger staan vaak op minder dan 50 centimeter van elkaar. Manverdediging – of in de helft van de gevallen vrouwverdediging – is elkaars schaduw volgen, niet uit het oog verliezen en altijd oog op de korf houden. ‘Ogen in je achterhoofd hebben’ is een vast gezegde in deze gemengde sport.

Onder de korf, ooit van riet en nu in modieuze gele kunststof uitgevoerd, worden soms vier spelers op een vierkante meter geteld. Het is zwaan-kleef-aan. De korfballers zijn het gewend. Men voelt zich er zichtbaar senang bij. Zolang het contact totaal maar niet boven de 15 minuten komt.

Verpleegkundige

Zita Schröder, verpleegkundige op de corona-afdeling van het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht, zegt met haar winnende PKC en een uitblinkende aanvalsrol in de eerste helft een heerlijke middag te hebben gehad. Voor even bevrijd van de beschermende kleding op de covidafdeling. ‘Lekker, vrij. Zelfs geen mondkapje op. Joh, ik ben blij dat dit weer mag.’

De 24-jarige speelster, uiterst snel op de voeten, heeft juist een week nachtdienst achter de rug. Het was zwaar. Ze weidt niet uit waardoor. ‘De nacht is van elf door tot half acht in de ochtend. Dan slapen. ’s Avonds trainen en dan weer de nacht in.’ Haar wisselende rol van verpleegkundige en korfbalster in de hoogste klasse trok landelijk aandacht, van AD tot online zorgmagazine FloorZorgt.nl.

Het mag, het kan blijkbaar, korfballen in zorgelijke gezondheidstijden. En daarom staat Zita Schröder op het veld.

Twee tests per week

Waar een sport als handbal, net zo contactgericht als korfbal, volledig heeft afgezien van de al begonnen zaalcompetitie, heeft het nationale korfbal in de zaal wel de stap gewaagd. Het korfbalverbond KNKV heeft ‘voor een verantwoorde proeftuin’ centraal testen ingekocht. Er zijn ‘maar’ twaalf in plaats van drieduizend wedstrijden per weekend. Er wordt tweemaal per week getest – eenmaal verplicht, PKC doet er twee – en dat moet voldoende zijn om te trainen en wedstrijden te spelen. 

Op 17 december ging, op last van sportminister Tamara van Ark, het slot eraf voor de andere topcompetities dan voetbal. Vijfduizend sporters kregen de ruimte. Opvallend in het korfbal is dat de Reserve League, voor de jonge aanstormende talenten, ook de ruimte heeft gekregen. Zo spelen deze middag in Papendrecht de reserves van PKC en Blauw-Wit (A) een soort voorwedstrijd. Het gaat er heftiger aan toe dan bij de senioren, die elkaar meer lijken te respecteren.

Bij PKC is Richard Kunst de grote man. Hij is 1.90 meter lang en buit zijn lengte volop uit. Hij wordt aangespoord door een grote banner aan de muur, met de tekst ‘Richard State of the Art. Zelf wijst hij graag op de Sjaak Euser Tribune, voor de P-Side. Die naam bestaat sinds enkele jaren, als eerbetoon aan de man die al meer dan twintig jaar actief is als verzorger.

Bastion

PKC is een naam net zo gebeiteld in het sportgeheugen als Ons Eibernest of Die Haghe. De club uit Papendrecht, duizend leden groot, geldt als een bastion. De eigen sporthal heeft een zachtgroen veld met slechts korfbalbelijning. Er is een heus balkon voor de media gebouwd. Het clubhuis op de eerste verdieping, ook met zicht op de velden van het veldkorfbal, is nu doorschijnend. Er zit, overeenkomstig het strakke protocol voor deze coronatijden, helemaal niemand.

In de ontvangstruimte voor bestuur en sponsors zijn alle stoelen, tafels en barkrukken weggehaald. Alleen de koffiemachine werkt nog. Het is overleven voor grote sportclubs als PKC die, getuige de reclameborden aan vier muren, enorme steun geniet in het dorp in de Alblasserwaard, dat zich afficheert als ‘de korfbalstad van Europa’. Het groene bord met die tekst hangt bij de ingang, juist naast een tafel met ontsmettingsmiddel.

PKC was al doorgedrongen tot de play-offs toen de eerste coronagolf de competitie stillegde. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
PKC was al doorgedrongen tot de play-offs toen de eerste coronagolf de competitie stillegde.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Papendal

Wie in de omgeving van Papendrecht topkorfbal wil spelen, komt naar PKC. Maar zelfs vanuit Drenthe zijn er transfers, in het geval van Jelmer Jonker en Nienke Hintzbergen. Richard Kunst is zelf op zijn 15de overgekomen van Vriendenschaar uit het naburige Hardinxveld-Giessendam. Hij is international en zegt de winter, tot nu toe, goed te zijn doorgekomen door de toegestane trainingen op Nationaal Sportcentrum Papendal.

Kunst: ‘Het was woensdag en zaterdag Papendal, met de nationale selectie. Nu is het sinds een maand weer op maandag schiettraining, dinsdag en donderdag partijtraining in Papendrecht. Ik ben door mijn A-status fulltime topsporter. Daarnaast ben ik nog ondernemer in braces en bandages voor post-operatief gebruik in ziekenhuizen. Veel videobellen en zo. Ik kom mijn tijd goed door.’

PKC leidde vorig seizoen de ranglijst en was al doorgedrongen tot de play-offs, de laatste vier, toen de eerste golf van corona de competitie definitief stillegde. ‘We zaten er toen juist heel goed in’, zegt Zita Schröder over dat treurige moment.

De Korfbal League is nu in tweeën gedeeld, twee poules van zes. Vier teams uit elke poule gaan door naar de play-offs, omdat er dit jaar geen degradatie zal zijn en er, tot het eind, geknokt dient te worden om de punten. Via kwart- en halve finales zal er zaterdag 17 april hopelijk een finale in Ahoy zijn, naar alle waarschijnlijkheid zonder toeschouwers. Het is aanpassen in korfballand, maar elke stap is er een, zo redeneert de optimist onder de korf.

Meer over