ProfielMark Faber

Met Mark Faber als bondscoach gaat de zwemtop buiten het gebaande pad

Mark Faber, de nieuwe bondscoach van de nationale zwemselecties, heeft de taak gekregen om de gouden tijden terug te brengen in het zwembad. Aan zijn enthousiasme zal het niet liggen.

Arno Kamminga, een van de succesvolle pupillen van Faber, op de Spelen van Tokio. Hij won er tweemaal zilver. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Arno Kamminga, een van de succesvolle pupillen van Faber, op de Spelen van Tokio. Hij won er tweemaal zilver.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

‘Kijk naar buiten, het zonnetje schijnt en zwemmen is je hobby.’ Aan de topzwemmers in Amsterdam hoef je niet te vragen van wie die tekst is. Typisch Mark Faber, de coach die zijn zwemmers ’s ochtends aanmoedigt van hun sport te genieten.

Zelf was hij naar eigen zeggen in zijn jeugd een zwemmer met ‘geen enkel zwemtalent’. Coachen, dat kon hij. Nu mag Faber zijn enthousiasme op de nationale zwemselectie overbrengen. De 48-jarige trainer is benoemd tot bondscoach, wat hem de belangrijkste coach maakt van de Nederlandse topzwemmers. Marcel Wouda doet een stap terug. De voormalig topzwemmer gaat op zoek naar wisselslagtalent voor de verre olympische toekomst.

Uit het slop trekken

Faber heeft de taak om het Nederlandse zwemmen uit het slop te trekken. Na de gouden jaren met Inge de Bruijn, Pieter van den Hoogenband en Ranomi Kromowidjojo werd op de Spelen van Rio in 2016 een dieptepunt bereikt met nul medailles in het zwembad. Faber zorgde met Arno Kamminga, de laatbloeier met een uniek talent voor de schoolslag, weer voor olympisch eremetaal. Kamminga (25) maakte de afgelopen jaren een stormachtige ontwikkeling door en veroverde tweemaal zilver op de 100 en 200 meter schoolslag op de Spelen van Tokio.

Kamminga uitgezonderd is het leeg op de belangrijkste internationale erepodia in het zwembad. De opvolgers van Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk, die in de herfst van hun carrière zitten, hebben zich nog niet laten zien.

Wie weet kan de methode van Faber daar verandering in brengen. Hij durft namelijk buiten de gebaande paden te treden, zegt technisch directeur André Cats. Faber en Cats kennen elkaar goed van hun tijd bij de Barneveldse zwemvereniging De Waterkip, waar in de jaren negentig veel topzwemmers vandaan kwamen toen er nog niet centraal werd getraind.

Mark Faber, de nieuwe bondscoach van de zwemmers. Beeld anp
Mark Faber, de nieuwe bondscoach van de zwemmers.Beeld anp

Faber kwam daar als twintiger binnen via een stage als student aan de sportacademie. Hij was toen al leergierig en overenthousiast, bijna op het naïeve af, zegt Cats. ‘Hij durft dingen uit te proberen. Arno is bijvoorbeeld een van de weinige zwemmers die niet aan inzwemmen doet. Hij doet het wat dat betreft anders dan 99 procent van de zwemmers, want inzwemmen is normaal gesproken heilig. Hij volgt andere routines die voor hem werken.’

Dat experimentele heeft Faber geleerd in zijn tijd als paralympisch coach. Acht jaar lang gaf hij training in het Sportfondsenbad in Amersfoort, waar hij grote successen boekte met de paralympische zwemmers. ‘Hij was altijd bezig met hoe hij de sporters nog beter kon helpen’, zegt Jeanet Mulder, die naast Faber training gaf in Amersfoort. ‘Samen met André Cats heeft hij een systeem met bubbeltjes bedacht voor de blinde zwemster Liesette Bruinsma. Dat apparaat maakt bubbeltjes vanaf de bodem, zodat Liesette precies weet wanneer het keerpunt eraan komt.’

Dolletje

Daardoor hoeven trainers geen kilometers heen en weer te rennen om te waarschuwen bij de kant voor het keerpunt en bleef er ook tijd over voor een dolletje, want daar was Faber wel van. ‘Dan zat hij ineens in iemands rolstoel of haalde hij gekke dingen uit met de protheses. Hij heeft veel oog voor ontspanning en groepsdynamiek’, zegt Mulder, die hem ook vaak heen en weer zag rijden tussen zijn woonplaats Harderwijk en Zeist als er sporters opgehaald moesten worden voor trainingsstages in het zwembad in de bossen bij het KNVB-complex.

Dezelfde gedrevenheid voor zijn zwemmers ziet Kira Toussaint nu ook terug. Toussaint won in 2019 onder Faber haar eerste twee individuele Europese titels op de kortebaan en ze verbrak het wereldrecord op de 50 meter rugslag in het 25-meterbad. De rugslagspecialiste had veel aan hem toen zij in 2018 door een valspositieve dopingtest een tijd langs de kant stond. ‘Hij is toen echt voor me door het vuur gegaan. Ik had hem in die tijd drie of vier keer per dag aan de lijn als er weer wat bekend werd over mijn zaak. Dan gaat het natuurlijk niet meer over zwemmen’, zegt Toussaint, die werd vrijgesproken.

Veel landtraining

Aan alternatieve trainingen doet Faber niet. Hij laat zijn zwemmers, zoals Marcel Wouda ooit deed, niet boksen of roeien. Er is wel veel aandacht voor landtraining. Er moet hard getraind worden in zijn banen. Te laat komen wordt niet op prijs gesteld.

Faber vervult zijn functie als bondscoach vanuit Amsterdam, waardoor de belangrijkste coach binnen de zwemselectie niet meer in Eindhoven zit, zoals voorheen het geval was. In Eindhoven zijn twee groepen ontstaan. De sprinters krijgen training van Patrick Pearson en de langeafstandszwemmers van Thijs Hagelstein. Technisch directeur André Cats staat ook in Eindhoven langs de badrand om de coaches te helpen.

Kan Faber, na het succes met Kamminga, zorgen voor een nieuwe gouden generatie? Als dat gaat gebeuren, zal het publiek daar in ieder geval getuige van zijn. Voorheen werden zwemmers gespaard om slechts één of twee keer per jaar te pieken op een toernooi. Daar gelooft Faber niet in. Wie races wil winnen, leert dat door te racen, denkt hij. Zelfs in coronatijd, toen hij in Amsterdam een testwedstrijd verzon waarin zijn zwemmers mochten racen in rubberen badpakken die een decennium geleden supertijden opleverden, maar tegenwoordig verboden zijn. Het leverde grappige taferelen op waarbij veel zwemmers uit de strakke pakken scheurden.

De Nederlandse topzwemmers zullen dus veelvuldig in actie komen de komende jaren. Te beginnen bij de wereldbekerwedstrijd in Berlijn komend weekend. De bond gaat er met een enorme club met 33 zwemmers heen. Veel jonge talenten, waarvan sommige nog zwemmen bij een vereniging, krijgen daar de kans om ervaring op te doen. Faber hoopt dat de nieuwe Ranomi er misschien tussen zit, en straks in zijn baan zwemt.

Nederlandse olympische medailles sinds Spelen 2000

Sydney 2000: 5x goud, 1x zilver, 2x brons

Athene 2004: 2x goud, 3x zilver, 2x brons

Peking 2008: 2x goud

Londen 2012: 2x goud, 1x zilver

Rio 2016: 2x goud

Tokio 2021: 3x zilver

Meer over