Analyse

Met Lang en Danjuma krijgt de Oranje-zoektocht op de flanken weer nieuw hoofdstuk

Tegen Letland (1-0) debuteerde Noa Lang. En tegen Gibraltar zit Arnaut Danjuma voor het eerst in drie jaar tijd weer bij de selectie van Oranje. Ook onder bondscoach Louis van Gaal duurt de zoektocht van het Nederlands elftal naar de ideale vleugelspits nog altijd voort.

Noa Lang tijdens zijn Oranje-debuut. Beeld ANP
Noa Lang tijdens zijn Oranje-debuut.Beeld ANP

Nederland voetballand is van de Hollandse School. Van technisch voetbal. Van aanvalsdrift. Van eeuwige trouw aan de 4-3-3-formatie. En, dus ook, van de buitenspelers. Maar momenteel is de relatie tussen Oranje en zijn vleugelspitsen er vooral een van zoeken. Door het interlanddebuut van Club Brugge-uitblinker Noa Lang is de enorme lijst van spelers die in de afgelopen vier jaar minuten maakten op de flanken van Oranje weer uitgebreid.

Robben-erfenis

De aanhoudende Oranje-zoektocht naar buitenspelers is begonnen op 10 oktober 2017. Op die dag liep het Nederlands elftal niet alleen WK-kwalificatie mis, maar nam het ook afscheid van de beste buitenspeler die het ooit gehad heeft. Het duel met Zweden (2-0) was de laatste interland van Arjen Robben.

Waar Robben een niet één-op-één op te vullen gat liet vallen op de rechterflank, verloor Oranje niet veel later ook de vaste linksbuiten. Vanaf maart 2018 speelde Memphis Depay het merendeel van zijn interlands niet meer als linksbuiten, maar als centrumspits.

Het vinden van geschikte opvolgers op de flanken is zeer moeilijk gebleken. Na het debuut van Lang staat de teller op zeventien buitenspelers die sinds het afzwaaien van Robben minuten kregen in Oranje. En dat terwijl het Nederlands elftal in liefst 10 van de 42 interlands niet met buitenspelers startte maar in een 5-3-2-formatie.

Op die lijst prijken bekende namen als Steven Berghuis, Quincy Promes, Ryan Babel en Steven Bergwijn. Maar ook toekomstige quiz-antwoorden uit de categorie moeilijk als Javairo Dilrosun, Myron Boadu en een teruggekeerde Eljero Elia. Er is zelfs plek voor vergeten voetbalherinneringen als die interlands waar Donny van de Beek, Ruud Vormer en Georginio Wijnaldum moesten bijbeunen als 'valse’ buitenspeler.

Doelpuntendroogte

De statistieken zijn dit zeventienkoppig clubje buitenspelers niet gunstig gezind. Memphis Depay (5 goals) is in de afgelopen vier jaar de meest scorende buitenspeler bij Oranje, en dat terwijl hij maar acht potjes als linksbuiten speelde in die periode.

De andere vleugelspitsen hebben aanzienlijk meer moeite met scoren voor Oranje. Drie buitenspelers kwamen sinds oktober 2017 meer dan twintig keer uit op de flanken: Quincy Promes (24 interlands), Steven Berghuis (22) en Ryan Babel (20). Dat hun doelpuntenteller op respectievelijk twee, twee en drie goals staat in deze periode, maakt duidelijk waarom de zoektocht op de Oranje-flanken nog altijd gaande is.

Nieuwe generatie

Toch is er ook wat hoop uit de cijfers te putten. De clubstatistieken van de nieuwe garde Oranje-buitenspelers zijn namelijk uitstekend. Cody Gakpo (22), die door een hersenschudding ontbreekt tegen Gibraltar, leidt de eredivisie dit seizoen in assists (6) en is naast Feyenoorder Luis Sinisterra de enige eredivisiespeler die zowel qua schoten, geslaagde dribbels en gecreëerde kansen een gemiddelde van boven de 2,5 per wedstrijd laat noteren.

Noa Lang is met 27 geslaagde dribbelacties in 10 duels de dribbelkoning van de Belgische competitie en is met 3 goals en 4 assists de speler die bij Club Brugge bij de meeste goals direct betrokken is. In de Spaanse topcompetitie staat ontwikkelingswonder Danjuma inmiddels vierde op de topscorerslijst, en neemt alleen Karim Benzema het doel vaker onder vuur dan de Nederlander. De zoektocht gaat dus nog even verder, maar is zeker niet hopeloos.

Meer over