Met Jan Raas gaat het weer crescendo

Jan Raas heeft zijn eerste levensjaar als manager erop zitten. De 44-jarige oud-renner en oud-ploegleider heeft achter het bureau en aan de vergadertafel leiding gegeven aan het Wielerproject 2000 dat het Nederlandse cyclisme uit het dal moet krijgen....

BART JUNGMANN

EN ZO EINDIGDE een jaar achter het bureau toch weer achter het stuur. Samen met Freek de Jonge reisde Jan Raas twee weken geleden naar Italië om met eigen ogen getuige te zijn van de Ronde van Lombardije. Daar aangekomen bleek opvolger Theo de Rooy door zijn rug te zijn gegaan en moest Raas hem vervangen als ploegleider.

'De laatste keer dat ik dat deed, was in de Ronde van Lombardije van 1995.' Jan Raas grijnst van oor tot oor. Nostalgie heeft hem niet te pakken gekregen. 'Leuk hoor, om weer eens te doen. Maar die tijd heb ik wel gehad.'

Jan Raas is het Bredaas restaurant binnengekomen met een koffer, waarmee in het Europees Parlement ongelukken zouden gebeuren. Straks een vergadering met de Professional Cycling Promotion, een besloten vennootschap die de professionele activiteiten binnen het Rabobank wielerproject 2000 bestiert. Ploegleider Jan Raas is manager Jan Raas geworden.

De koffer gaat open, folders en mobiele telefoon komen op tafel, Jan Raas begint een betoog over organisatie en structuren dat zich als een jongensdroom laat samenvatten:

Een tiener doet vriend en vijand versteld staan in een door de locale Rabobank gefinancierde dikke-banden-race. Hij wordt in een Rabo-wielershirt gehesen, op een Rabo-racefiets gezet en Frans Maassen leert hem in de Rabo-juniorenploeg wat echt fietsen is. Hij stapt over naar de Rabo-amateurploeg en Nico Verhoeven leert hem de wetten en de zeden van het cyclisme. Hij stapt over naar de Rabo-profploeg en Theo de Rooy leert hem hoe hij de Tour de France wint.

Zo moet het gaan en zou het moeten eindigen.

Jan Raas heeft aan één vraag genoeg om een kwartier enthousiast antwoord te geven. Als de financiële middelen, die hij vorig najaar onverwacht in handen kreeg, ergens goed voor zijn geweest, dan is het wel voor zijn humeur. Vorig seizoen leek zijn laatste in het professionele peloton, en met de slechte resultaten was het zeker niet zijn leukste. Hij geeft het schoorvoetend toe. 'Ik heb ongewild misschien wel laten blijken dat het niet crescendo ging.'

Op het moment dat hij de handdoek in de ring leek te moeten gooien, kregen Raas en zijn rechterhand Piet Hubert opeens een miljoenenbedrag aangereikt om het Nederlandse wielrennen uit het dal te duwen. Zijn eigen bescheiden plannetje om een ploeg van jonge coureurs door het professionele wielrennen te loodsen, kon in de prullenmand.

'Rabo wilde het groots aanpakken en toen ging bij mij een lampje branden. Ik kon ineens heel het wielrennen professioneel aanpakken. Eigenlijk had ik liever met nog meer junioren en nieuwelingen gewerkt, maar ze wilden ook een profploeg van niveau.'

Bijna liefkozend spreekt Jan Raas over de juniorkes als hij het heeft over de jongste lichting. Het werk aan de basis is een kwestie van achterstallig onderhoud, beseft hij. 'Vergeleken met Spanje en Italië liggen we ver achter, maar je moet toch een keer beginnen. De revenuen zullen ook pas over een jaar of vijf zichtbaar worden.'

Op souplesse kunnen de jeugdige wielrenners zich vaak nog wel meten met hun Zuid-Europese leeftijdgenoten, maar op latere leeftijd komen ze kracht te kort. Daarom werkt hij met Adrie van Diemen, inspanningsfysioloog. Dat betekent: hartslagmeters, trainingsschema's, stages in het hooggebergte en krachttraining.

Het is een heel andere wereld dan de wereld waarin Jan Raas zelf rond fietste. 'Ik deed maar wat bij de trainingen. Dat kan niet meer. Ik ben ervan overtuigd dat ik in het huidige wielrennen geen enkele rol van betekenis zou spelen.'

Het heeft enige jaren gekost voor hij gewonnen was voor die gerichte aanpak. Raas behoorde tot de sceptici die zeiden dat het wielrennen een golfbeweging was. De Italiaanse overheersing zou vanzelf weer voorbij gaan. 'Maar ik heb wel altijd tegen de renners geroepen: ga dan naar Italië. Ga naar de Conconi's, naar de Ferrari's, naar de Mercedessen, of hoe al die sportwetenschappers mogen heten.' Niemand ging.

'Ik wist ook wel dat de wielersport vreselijk achter liep bij andere sporten. Ik heb er destijds wel met Gerard Nijboer over gesproken. Die zei toen al: ik snap niet dat jullie helemaal niet met trainingsschema's en diëten werken. Vriend Moser was de eerste die daar werk van maakte. Nu is het zo dat je op alles moet letten, wil je meedoen. Je wordt afgestraft als je dat niet doet.

'Wat wij nu doen, is in Spanje en Italië heel gewoon. Daar werken ze allang met satellietverenigingen. De renner die overstapt naar de profs weet al helemaal hoe je voor het wielrennen moet leven. Als je daar bij de profs pas achterkomt, zijn er twee jaren verloren.'

De juniorenploeg vaart wel bij de nieuwe benadering. 'De stijgende lijn dit jaar is heel duidelijk.' Twee junioren maken de overstap naar de amateurploeg, samen met Van Diemen die komend seizoen in vaste is bij Raas. Van Diemens assistent André van Vliert neemt de junioren onder zijn hoede.

Door de late lancering van het wielerplan kon Verhoeven het afgelopen seizoen weinig anders doen dan de onbetaalde rijen inspecteren, op zoek naar coureurs die hem te pas zouden komen. Dat wekte argwaan bij de overige ploegleiders die de krenten uit hun pap vreesden kwijt te raken.

Onzin, zegt Raas. 'We hebben niet gehengeld in hun vijver. We kiezen voor de jeugd.' Van de vijftien renners die in Verhoevens ploeg gaan rijden, komen er twaalf nog in aanmerking om volgend jaar mee te doen aan het WK voor renners onder de 23 jaar.

Vorige maand betwistten de espoirs hun eerste wereldtitel. Raas heeft het met stijgende verbijstering gevolgd. 'Ik heb aan mijn toestel zitten draaien, al dat blauw. Maar er was niets mis met de tv.' Vier Italianen reden in hun azuurblauwe shirt voorop, de rest van de wereld streed om de vijfde plaats.

Jan Raas fronste zijn wenkbrauwen, besefte eens te meer hoe lang de weg nog is, de mogelijkheid van dopinggebruik speelde door zijn hoofd, maar zonder bewijzen gaat hij geen beschuldigingen uiten. 'Met dopingverhalen moet je voorzichtig zijn. In de Raleigh-periode werd er ook van alles geroepen. Maar ik kan met mijn hand op het hart zeggen dat daarvan geen sprake was. Misschien zijn ze wel gewoon verschrikkelijk professioneel bezig in Italië. Olympia's Tour werd dit jaar beheerst door de Italiaanse baanploeg. Ze zijn in dienst van de politie en mogen zich helemaal op het fietsen richten. Als het niks wordt met hun carrière, is hun toekomst toch verzekerd.'

Zover gaan de weldoeners achter het Wielerproject 2000 niet. De renner die te kort schiet om prof te worden, hoeft niet te rekenen op een betrekking als bankbediende.

Over de twintig renners die het afgelopen jaar in loondienst voor hem op de fiets zaten, is Jan Raas redelijk tevreden. Het voorjaar was niet best en het najaar was niet best. 'Maar de Tour is natuurlijk een enorme uitschieter geweest en we hebben het winterseizoen schitterend opgevangen met Van der Poel en Groenendaal in het veldrijden.'

Met de komst van de Oostenrijker Luttenberger en de Australische Nederlander Jonker heeft de ploeg in het rondewerk er twee troeven bij. Van Jans Koerts en Max van Heeswijk, twee renners die snel kunnen arriveren, verwacht Raas pas op de langere termijn resultaten.

Twee coureurs hebben de ploeg verlaten. Het vertrek van Henk Vogels naar GAN is geen serieuze aderlating, maar dat van Ekimov zit Raas wel dwars. 'Ik had hem er graag bij gehouden. Ekimov heeft niet veel gewonnen, maar hij is vaak in beeld geweest. Maar hij kon in Amerika veel meer verdienen. Dan houdt het op.'

De ploeg zakt daardoor een paar plaatsen op de UCI-ranglijst, denkt Raas, maar deelname aan de Tour komt niet in gevaar. 'En ik denk dat we met Luttenberger en Jonker nog beter voor de dag kunnen komen. Dat moet ook, want dat is de belangrijkste wedstrijd van het jaar.

'Alleen in de voorjaarsklassiekers zullen we waarschijnlijk weer te kort komen. Daarom had ik er graag Erik Zabel bij gehad. Maar die heeft toch weer gekozen voor Telekom. Ik ga komend jaar al meteen op zoek naar renners die in het voorjaar wat kunnen betekenen. Daar hebben we nu alleen Sörensen voor en misschien Van Bon. Die jongen kan best wat worden, maar je weet niet hoe die zich verder ontwikkelt.

'Ik kijk naar kwalteit maar ook naar mentaliteit en naar leeftijd. Ik zoek geen renners van boven de dertig. Dat zou een beetje raar zijn omdat we zo nadrukkelijk op de jeugd mikken. Richard en Gianeti zijn nog in beeld geweest, maar ik heb geen drie Sörensens nodig.'

De ambities voor 1997 zijn groter dan ze in 1996 waren toen Raas zijn profploeg onder grote tijdsdruk moest formeren. Dit jaar werd van de grote ronden alleen die in Frankrijk gedaan, volgend jaar wordt daaraan wellicht de Vuelta toegevoegd. 'De lat ligt toch weer een stukje hoger. Dat moet ook wel, want we hebben toch een goede slag geslagen. We mogen best wat meer verwachten.'

Het meest content is Raas met de samenstelling van de ploegleiding. 'Achteraf gezien had ik geen betere mensen kunnen treffen. Frans Maassen heeft een geweldig contact met die jonge gasten en hun ouders. Nico Verhoeven is harder, maar dat moet ook, want bij de amateurs gaan we al eisen stellen. En Theo de Rooy en Adri van Houwelingen voelen elkaar goed aan. Dat loopt perfect.

'Theo en Adri hebben een beter contact met de renners dan ik op het laatst had. Ik had er moeite mee steeds met de renners bezig te zijn. Ik was veel op pad, maar ik kon me ook moeilijk neerleggen bij die neergang. Dat zal er vast ook mee te maken hebben gehad.'

Meer over