Met gratis zwemwater en een krachthonk ben je er nog niet

De Stichting Topatletiek Midden Nederland (TMN) begeleidt een aantal topatleten op hun weg richting Sydney, en verder weg de 21ste eeuw in....

Het grote voorbeeld ligt in het water. In het zwemwater van PSV in Eindhoven om precies te zijn. 'Daar is met de stichting Topzwemmen Zuid Nederland een klimaat geschapen waarin de topsporter uitstekend gedijt', zegt Rob Veer, een van de initiatiefnemers van de stichting Topatletiek Midden Nederland (TMN).

In Eindhoven krijgen de zwemmers als Kirsten Vlieghuis en Pieter van den Hoogenband een bedrag van 125 duizend per jaar, dat in de verdere aanloop naar 'Sydney' nog verdubbeld gaat worden. Geld waarmee trainers kunnen worden betaald, stages kunnen worden bekostigd.

Veer, atletiektrainer ('afstanden vanaf 1500 meter') bij het Utrechtse Hellas, wilde een zelfde topsportklimaat creëren voor de toppers van zijn eigen vereniging. 'Hellas heeft duizend leden, maar het merendeel is recreatief bezig. Daar is niks mis mee, maar de belangen voor de echte toppers komen dan wel eens in het geding.

'Wat wij doen is toch een soort veredelde vorm van hobbyisme. Er zijn geen full-time atletiektrainers in Nederland, op Henk Kraayenhof na misschien. Gerard Nijboer zou in eerste instantie voor een dag door de KNAU in dienst worden genomen, nou vraag ik je, één dag! Het zijn er drie geworden, maar over het algemeen doen we het er allemaal maar een beetje bij. Dat is natuurlijk geen echt goede basis. Ik geef wiskunde op school, Peter hier is gymleraar en decaan.'

Peter, dat is Peter Verlooy, sprinttrainer van onder meer Jacqueline Poelman en Patrick van Balkom, samen met Veer een van de initiatiefnemers van TMN, glimlacht wrang: 'Als ik met Patrick en Jacqueline naar een groot toernooi ga, dan moet ik bij mijn baas twee weken ontslag nemen en moeten de sprinters mijn loon afkopen. Dat is toch te gek? Zij zijn ook niet al te rijk. Sterker nog: topatleten in Nederland staan altijd rood bij de giro.'

Het tweetal wil niet als klager te boek staan, daarvoor houden ze teveel van hun sport en de sporters, maar, zegt Veer: 'Dacht jij dat Louis van Gaal op een zondagavond na een wedstrijd nog examentoetsen zit na te kijken? Daar zou iedereen om lachen: een voetbaltrainer die ook nog les geeft op school. Maar in de atletiek is het heel gewoon.'

Hoe kun je gedurende een langere tijd een atleet en een trainer 'vasthouden', zodat ze samen doelgericht naar dat ene grote toernooi kunnen toewerken, was de vraag. Bij een vereniging zijn die voorwaarden niet optimaal, ontbreekt ook het geld. 'Wat je ook ziet', zegt Veer, 'is dat trainers tussentijds afhaken. Weg continuïteit.'

Verlooy en Veer keken met interesse naar het Eindhovense zwemmodel. Toen in Utrecht-Overvecht, het is een rare coïncidentie, het zwembad afbrandde, bleek de tijd rijp voor actie. Veer: 'Er zou een nieuw bad komen, compleet met fitnesscentrum en sportfysiotherapie. Ik ben gaan praten.' Veer verwierf voor zijn groep van twintig topatleten gratis zwemtijd en een aantal passepartouts voor het nieuwe krachthonk.

Gelijktijdig zag de stichting Topatletiek Midden Nederland, voortgekomen uit Veers werkgroep Utopia, het licht. Compleet met A- en B-selectie, in totaal nu 21 atleten, die over een groot deel van midden-Nederland verspreid wonen. Binnen de A-selectie zitten atleten die hun vizier op de Spelen van Sydney gericht hebben: de atleten Mohamed Baket, Bert van Vlaanderen, Jeroen Broekzitter, Patrick van Balkom en Jacqueline Poelman plus triatlete Ingrid van Lubek. In de B-selectie huizen nationale toppers, die als de resultaten daar aanleiding toe geven, kunnen doorschuiven naar de A-groep.

Het gratis zwemwater, de vrije doorgang naar het nieuwe Utrechtse krachthonk, de kostenloze fysiotherapeutische hulp, prachtig allemaal, zeggen Veer en Verlooy, 'maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. Er moeten ook bedrijven gevonden worden die geld geven'.

Net als bij PSV in Eindhoven kan een bedrijf voor 5000 gulden per jaar deelnemen. Gerrit van 't Land gaat op dit moment voor TMN de bedrijven langs: 'Er is veel interesse, de atletiek is een sympathieke sport', zegt hij. Particulieren kunnen voor een bedrag vanaf vijftig gulden, 'fan, supporter of vriend(in)' worden.

Natuurlijk, zegt Veer, kan een bedrijf ook één atleet sponsoren, sterker nog, een aantal TMN-atleten wordt al langer individueel gesponsord of bijgestaan door NOCNSF. 'Dat moet vooral ook zo blijven. Bij TMN wordt het risico wel gespreid over een aantal atleten. Als je één atleet sponsort kan die wegvallen bij een blessure. Met een groep is dat gevaar er niet. Bovendien ben je het hele jaar in beeld. Wij hebben triatleten, crossers, weg- én baanatleten.'

Sprinters, triatleten, marathonlopers, gaat dat wel samen? Verlooy: 'Ze trainen over het algemeen natuurlijk niet samen. Mijn sprinters gaan niet met Van Vlaanderen meedraven, maar het groepsklimaat vinden we wel belangrijk. We hechten ook aan een gedragscode, zo van: hoe treedt een atleet naar buiten.'

Op het moment dat de stichting een stevige financiële basis bezit, kunnen de trainers zich gedurende langere tijd vrijmaken voor hun atleten. Veer: 'Dat zou betekenen dat je meer kunt overleggen met vakgenoten, literatuur kunt doornemen, congressen kunt bezoeken en meer nadruk op de medische begeleiding kan leggen, zoals ook in het buitenland gebeurt.'

Verlooy vult aan: 'Je kunt je atleten beter bijstaan, je kunt ze tijdens de training beter volgen, eerder afremmen als ze tegen een blessure aanhangen. Nu zijn ze toch veelal individueel met hun sport bezig.'

Als TMN een succes wordt, dan kunnen er wel eens andere problemen ontstaan. De atleten moeten nu al aan ('strenge') limieten voldoen om deel te kunnen uitmaken van de stichting. Veer: 'Wij zitten te dicht op onze atleten, kunnen daarom misschien niet objectief zijn, niet juist oordelen. Daar moeten we nog een systeem voor ontwikkelen.'

Verlooy: 'Wij zijn trainers, géén bestuursleden. Die zullen er in de toekomst wel moeten komen. Dan moeten we echter oppassen dat we zelf geen klein bondje worden, want dat zou een enge ontwikkeling zijn.'

Rolf Bos

Meer over