achtergrond

Met een uitgekiende aanpak hebben Nederlandse paralympiërs zich naar boven geknokt

Kon tot 2004 een jaar trainen volstaan om deel te nemen aan de Paralym­pische Spelen, tegen­woor­dig wordt jarenlang fulltime getraind. Dinsdag zijn de Paralym­pics begonnen.

De Nederlandse delegatie betreedt het olympisch stadion in Tokio.  Beeld AP
De Nederlandse delegatie betreedt het olympisch stadion in Tokio.Beeld AP

Vijf jaar geleden stond het doorgaan van de Paralympische Spelen van Rio onder druk door verregaande finan­ciële problemen bij de Braziliaanse organisatie. Het budget van de Para-Spelen was gebruikt om de Olympische Spelen vlot te trekken. Het is een automatisme. De Paralympics zijn niet voor niets het kleine, onderliggende zusje van de OS.

In Tokio bestaan zulke trubbels niet. In Tokio zijn, net als in de rest van de wereld, slechts gezondheidsproblemen van de covidsoort. Het was evenwel een zekerheid dat die sanitaire problematiek het doorgaan van de Paralympische Spelen niet zou bedreigen. Tokio, net twee weken klaar met de gigantische olympische klus, was vooral trots dat het de eerste stad is die voor de tweede keer de Paralympics mag organiseren.

In 1964, editie 2, heette het evenement nog de Olympische Spelen voor gehandicapten. Er kwamen 375 deelnemers uit 21 landen. Het was de voortzetting van wat was begonnen als de Stoke Mandeville Games. Dr. Ludwig Guttman had in het naoorlogse Engeland sportwedstrijden gepropageerd als uiterst geschikte revalidatie voor oorlogsinvaliden.

Nederland verscheen in Tokio 1964 met een kleine ploeg die veertien medailles veroverde. De vrouwelijke schoolslagzwemster Elka Gaarlandt, in 1944 als kind gewond geraakt door een granaatscherf, werd eventjes een nationale bekendheid. Ze eindigde in de verkiezing van sportvrouw van het jaar als tweede, achter kunstrijdster Sjoukje Dijkstra.

Rolstoelbasketbal

In 1980 nam de Nederlandse belangstelling voor paralympische sport, toen nog vaak invalidensport genaamd, een nieuwe vlucht. Moskou, de stad van de valide Zomerspelen, beweerde dat het communistische systeem geen gehandicapten kende en gaf de organisatie terug. Arnhem werd de stad, de kazerne van Schaarsbergen het paralympische dorp en de finale van het rolstoelbasketbal, Nederland-Israël, werd live uitgezonden. De ster van die Spelen was de Canadese hoogspringer Arnie Boldt die op één been over 1 meter 96 wipte. Het wereldrecord staat nog steeds.

Nederland, in 1976 al tweede in het landenklassement, kreeg in de kwart eeuw nadien steeds meer te maken met landen die ‘de sport voor mensen met een beperking’ serieus gingen nemen. Het zakte in 2004 naar de 27ste plaats in de landenrangschikking. Het waren de Spelen van Athene, door BNN gevolgd met het programma Met één been in de finale.

Vier jaar tevoren was in Sydney een convenant ondertekend tussen de invalidenbond NebasNSG en de valide federatie NOCNSF om hun organisaties in elkaar te schuiven. De tennisbond KNLTB lijfde de rolstoeltennissers in, Nederlands beste bezit op para­lympisch gebied.

Oud-schaatser Thea Limbach was de chef de mission van de Atheense ploeg. In het boek Zestig Jaar Paralympische Spelen vertelde zij dat 2004 ‘het kantelpunt’ was. Tot dan kon je met een jaar training nog best deelnemen aan de Paralympische Spelen. ‘Dat kon nog hier en daar, maar in andere sporten werd al fulltime getraind.’

Limbach, gymnastiekleraar, werd in 2008 bij NOCNSF opgevolgd door een fulltimer, André Cats. Aangesteld door technisch directeur Charles van Commenee werd hij de prestatiemanager die de zaken professionaliseerde. Zijn plan stond op één A4’tje. Het was het beste plan uit het sportleven van de zwemcoach. Paralympiërs werden ‘volprof’. Dertig trainingsuren werd ook in Nederland de norm. Het kwam allemaal door China, dat bij de Spelen van Peking serieus werk had geleverd. Wie mee wilde doen, moest volgen.

Erkende grootmachten

De nieuwe aanpak, talent scouten, hard trainen en goed gecoacht worden, deed Nederland in rap tempo opschuiven in het landenklassement. In 2008 (Peking) was de 27ste plaats van 2004 ingeruild voor een 19de plek (22 medailles). In Londen werd de toptien gehaald (39 medailles, 10 goud). In Rio verbaasde de ploeg zichzelf. Nederland eindigde als zevende, achter erkende grootmachten als China, Groot-Brittannië en de VS, en voor grote sportnaties als Brazilië, Italië, Spanje en Frankrijk.

De nationale ploeg won 62 medailles (17 goud, 19 zilver en 26 brons). Het won ook de competitie van ‘het beste kleine land’, zoals ze dat op Papendal, het Nationaal Sportcentrum van NOCNSF, noemen. Nieuw-Zeeland, de grote tegenstrever, werd twaalfde met 21 medailles. De Kiwi’s waren geen partij voor Nederland, dat zich met beperkte budgetten en een uitgekiende aanpak naar boven heeft geknokt.

Het succes van dat jaar lijkt verdraaid veel op het olympische presteren van dit jaar. Nederland werd begin augustus zevende in het landenklassement van Tokio 2020.

Onder dat verwachtingsvolle gesternte zijn de Paralympische Spelen van Tokio dinsdag van start gegaan. Het gaat de 4.400 deelnemers uit 163 landen niet alleen om sport, het gaat om inclusiviteit, zo werd uit de toespraak van voorzitter Andrew Parsons van het IPC (Internationaal Paralympisch Comité) duidelijk. Tokio 2020 staat voor het begin van de campagne #WeThe15. Over tien jaar moet de met lichamelijke handicaps worstelende 15 procent van de wereldbevolking (1,2 miljard mensen in totaal) volledig zijn opgegaan in de samenleving. Met de paralympische prestaties van Tokio als springplank.

Meer over