Met een onhandig lijf op weg naar de top

‘Wat moet je met die meid’, werd atletiektrainer Guido Bonsen gevraagd toen hij Jolanda Keizer enkele jaren geleden onder zijn hoede nam....

Bonsen zag ook een onhandige meid met wapperende armen en steltbenen, maar hij herkende in haar opvallende fysieke kenmerken tevens een talentvolle zevenkampster. In de zevenkamp geldt, zeker bij vrouwen, dat lengte een voordeel is.

Bonsen, een zoon van voormalige hordetrainster Ineke Bonsen, zag zijn gelijk vrijdag bij de NK meerkamp in cijfers uitgedrukt. De 22-jarige Keizer scoorde op zes van de zeven onderdelen een persoonlijke record en doorbrak voor het eerst in haar prille loopbaan de grens van 6000 punten.

Ze scoorde 6092 punten en steeg van de veertiende naar de zesde plaats op de Nederlandse ranglijst aller tijden. Bovendien behaalde ze tot veler verrassing de limiet voor de wereldkampioenschappen atletiek in Osaka, eind augustus.

Of Keizer ook zal worden afgevaardigd, is de vraag. Aan de WK mogen drie Nederlandse vrouwen meedoen. Karin Ruckstuhl, die vorig jaar tweede werd bij de Europese titelstrijd, is zeker van haar plaats. Laurien Hoos en Yvonne Wisse kunnen de limiet volgende week halen bij de meerkamp van Götzis, die geldt als het officieuze WK. En behalve Keizer wierp bij de NK ook Bregje Crolla zich op als een kanshebster.

Vijf kandidaten voor drie WK-tickets is een ongekende luxe in de Nederlandse atletiek. Bondscoach Ronald Vetter kon zich niet herinneren dat zo’n situatie zich eerder op enig onderdeel heeft voorgedaan.

Dat overschot aan talent is geen toeval. De meerkamp behoort tot de speerpunten van de Atletiekunie. Ook bij de mannen is er talent, al houdt een blessuregolf de huidige toppers (Chiel Warners, Eugene Martineau) en een aantal aanstormende jongeren van de baan.

De doorbraak bij de vrouwen voltrekt zich sneller. In Duitsland, waar de meerkamp een grote populariteit geniet, wordt volgens de bondscoach al met jaloezie gekeken naar de atletisch gebouwde Nederlandse vrouwen die op relatief late leeftijd doorbreken. Vetter: ‘Ik hoor vaak: waar halen jullie ze toch vandaan?’

Die verwondering zal Keizer ook opwekken als ze deze zomer op jacht gaat na de zege bij de EK onder 23 jaar. Haar lichaam doet enigszins denken aan het imposante lijf van Carolina Klüft, de Zweedse zevenkampster die al jaren ongeslagen is.

Maar er is een belangrijk verschil, volgers trainer Bonsen. ‘Carolina Klüft behaalde al 6000 punten toen ze 16 jaar was. Toen lag Jolanda nog te luieren op de polsstokmat.’

Keizer is een ruwe diamant, wil Bonsen maar zeggen. Volgens Vetter heeft ze ‘iets van een ongeleid projectiel’. Door een gebrek aan serieuze training tijdens haar tienerjaren, laat haar motoriek te wensen over. Vooral bij het hordelopen en hoogspringen zorgt dat voor een achterstand.

Haar beperkingen gaat Keizer (‘Een osteopaat zei onlangs dat hij voelde dat ik nog jonge spieren had’) met een ongewone ambitie te lijf. Topsportcoördinator Peter Verlooy kan zich herinneren hoe ze zich jaren geleden, nog voor ze bij Bonsen onderdak vond, bij hem meldde met de mededeling dat zij de beste meerkampster van de wereld wilde worden. Of ze mee mocht trainen met zijn elitegroep? ‘Ik kan altijd trainen’, vertelde ze Verlooy, die zwichtte voor het verzoek.

Die houding heeft Keizer nog steeds. Niet gehinderd door bescheidenheid gaat ze op zoek naar kennis. Ze heeft met de hordelopers Gregory Sedoc en Marcel van der Westen meegetraind. Ze meldde zich onlangs spontaan voor een hoogspringclinic van Europees kampioene Tia Hellebaut.

En ze is op eigen initiatief met Vetter en Karin Ruckstuhl gaan trainen.

Keizer heeft gekozen voor de topsport. Haar studie aan de Johan Cruijff University is ondergeschikt aan de atletiek. Ze kan elf keer per week trainen en heeft daarnaast ook nog voldoende tijd om te herstellen.

Rust is cruciaal in een blessuregevoelige discipline als de zevenkamp, die vrijwel geheel uit explosieve nummers bestaat: 100 meter horden, kogelstoten, hoogspringen, 200 meter, verspringen en speerwerpen. Alleen de 800 meter voltrekt zich zonder ‘extreme piekbelasting voor de spieren’, zoals de in trainerstaal heet.

Of Keizer in staat is de wereldtop te halen, durft Bonsen nog niet te voorspellen. Ze is nog steeds relatief ongetraind. Uitzonderlijk sterke onderdelen heeft ze nog niet. ‘Jolanda’s kracht is dat ze een egale meerkamp kan afwerken’, meent Bonsen. Hij heeft zichzelf en zijn pupil voorlopig een ogenschijnlijk eenvoudige opdracht gesteld. ‘Ze moest eerste gewoon beter worden. Daarna zien we wel wat mogelijk is.’

Meer over