nieuws

Met 100 km/u zweven boven de golven: de America’s Cup gaat sneller dan ooit

De America’s Cup, een zeilwedstrijd die bekendstaat als de Formule 1 te water, moest deze editie voor het eerst met ‘ouderwetse’ boten met één romp worden gevaren. Want door moderne vinnen gaan ze sneller dan ooit.

De boot van Emirates Team New Zealand, met de Nederlander Carlo Huisman aan boord, lijkt te zweven boven het water voor de kust van Auckland Harbour, Nieuw-Zeeland. Beeld AP
De boot van Emirates Team New Zealand, met de Nederlander Carlo Huisman aan boord, lijkt te zweven boven het water voor de kust van Auckland Harbour, Nieuw-Zeeland.Beeld AP

Niet veel mensen zullen zijn naam kennen, maar Carlo Huisman (30) staat op het punt om voor de tweede keer een van de belangrijkste trofeeën in de zeilsport te bemachtigen. In 2017 won de Nederlander in Bermuda met Emirates Team New Zealand de America’s Cup, die ook bekendstaat als de ‘Formule 1 te water’. Toen mocht Huisman niet elke race meevaren. Nu heeft hij een basisplaats in hetzelfde team, dat in Auckland op het punt staat om opnieuw te zegevieren.

Het Nieuw-Zeelandse team heeft een voorsprong van 6-3 op zijn Italiaanse mededinger, Luna Rossa Prada Pirelli Team, en hoeft nog maar één race op zijn naam te schrijven om de beker te kunnen behouden.

Vaststaat dat de huidige, 36ste editie van de America’s Cup een succes is en dat is nogal onverwacht. Er was veel scepsis toen de Nieuw-Zeelanders na hun overwinning in 2017 bekendmaakten dat er niet langer in supersnelle ­catamarans zou worden gevaren, maar in boten met één romp, zoals vroeger.

Er is evenwel een belangrijk verschil: de oude monohulls hadden een loodzware kiel, de nieuwe zouden worden uitgerust met foils, moderne onderwatervinnen die de catamarans al zo veel sneller hebben gemaakt. Foils duwen dankzij hun vleugelachtige vorm de romp vanaf een bepaalde snelheid uit het water, waardoor er veel minder weerstand is en de boot stukken harder gaat.

Om redenen van stabiliteit heeft het nieuwe ontwerp, de AC75, geen foil onder aan de romp (zoals bij sommige kleine zeil­boten), maar twee foils aan beweegbare armen die links en rechts uit de romp steken. Op het moment dat de boot uit het water verrijst en gaat ‘foilen’, wordt de arm aan de loefkant opgehaald en vaart de boot alleen op de andere vin door. Het overstag gaan en het gijpen gebeurt met twee foils in het water, anders is de kans groot dat de romp weer in zee terugploft.

Er werd gedacht dat de nieuwe ­monohulls niet harder kunnen gaan dan de catamarans. Dat bleek een misrekening: zij razen op hun ene poot sneller over het wedstrijdparcours. Ondanks hun bizarre voorkomen – het lijkt wel of de AC75’s spinnenpoten hebben – weten zij snelheden te bereiken van rond de 100 km/u, naar schatting 15 km/u meer dan de catamarans uit de vorige America’s Cup.

Koffiemolens

Door een nieuw type boot te kiezen, verschaften de Nieuw-Zeelanders zich een belangrijk voordeel: zij konden als eerste team beginnen aan de ontwikkeling ervan. Het ontwerpen en testen van deze geavanceerde boten neemt ongelooflijk veel tijd in beslag.

Om de kosten te beperken, was wel besloten een aantal onderdelen te standaardiseren. Alle boten zijn bijvoorbeeld uitgerust met dezelfde mast en dezelfde armen waaraan de foils zitten. De armen kunnen met één druk op de knop worden bediend dankzij een hydraulisch systeem en accu’s.

De rest van de benodigde energie moet worden gegenereerd door de elf bemanningsleden, zo schrijven de regels voor. Acht van hen, onder wie Carlo Huisman, draaien met hun armen voortdurend aan ‘koffiemolens’ die lieren in beweging zetten of olie rondpompen in ­hydraulische systemen waarmee onder meer het enorme grootzeil wordt bediend. Hoe dat allemaal precies werkt, is niet duidelijk, alles zit onderdeks en wordt zorgvuldig geheimgehouden. Dat geldt ook voor de computers en software die beslissingen helpen maken bij het varen van deze vliegende boten.

De foils kunnen echter niet worden verborgen, doordat die telkens om beurten uit het water worden getild. Daardoor bleek dat aan de achterkant van deze vinnen ­beweegbare kleppen zijn gemonteerd, waarmee onder meer kan worden geregeld op welke hoogte de boot over het water zweeft. Een van de bemanningsleden is alleen maar bezig deze kleppen te bedienen, net als een piloot die zijn vliegtuig kan laten stijgen of dalen door flaps op de vleugels van stand te veranderen.

De vorm en grootte van de foils verschillen nogal, zo werd al duidelijk tijdens selectiewedstrijden in het begin van dit jaar. Daarin moesten drie teams uitmaken wie de Nieuw-Zeelanders mocht uitdagen. Luna Rossa uit Italië wist uiteindelijk de Amerikaanse en Britse ploeg af te troeven.

Alle races, ook die in de finale, worden volgens een vastgelegd protocol gevaren. Twee boten moeten elkaar zien te verslaan op een wedstrijdbaan die iets meer dan 3 kilometer lang is en die drie keer heen-en-weer moet worden bevaren, bepaald geen eenvoudige opgave gezien de enorme snelheid van de AC75’s en de beperkte oppervlakte die tot de beschikking staat.

Zinderende duels

Na zes races stond het 3-3 tussen Team New Zealand en Luna Rossa. Dat suggereert een spannende strijd, maar in werkelijkheid waren de wedstrijden ondanks de enorme snelheden enigszins saai: het team dat in de beste positie over de startlijn wist te komen, had daarna de kop niet meer hoeven af te staan.

Vanaf de zevende race veranderde dat en werden er zinderende duels uitgevochten. De Nieuw-Zeelanders trokken daarbij telkens aan het langste eind. Zij lijken een snellere boot te hebben.

Dat is een hard gelag voor Patrizio Bertelli (74), die met zijn Luna Rossa Team voor de vijfde keer ­probeert de America’s Cup te winnen– vier eerdere pogingen zijn gestrand. De Italiaanse ondernemer, die samen met zijn vrouw het modehuis Prada leidt, heeft in meer dan twee decennia een kapitaal besteed aan het veroveren van de heilige graal – in de laatste edities zijn teambudgetten van meer dan 100 miljoen euro geen uitzondering.

Meer over