Merkwaardige kwestie: de ontdekking van Robin van Persie

Het kan snel gaan, in het voetbal. Zo hebben wij sinds zaterdagavond in Robin van Persie de spits die ons naar Zwitserland/Oostenrijk gaat brengen, ons in Zwitserland/Oostenrijk Europees kampioen gaat maken en aan wiens hand we na dat tussendoorprijsje op jacht gaan naar de wereldtitel....

Nou ja, ‘op jacht’; met Robin van Persie in de spits kan die ons eigenlijk niet meer ontgaan, dus ‘op jacht’ kun je het niet noemen. Het wordt meer een kwestie van die beker even ophalen.

Zaterdagmiddag wisten wij dit alles nog niet, even later wel.

Merkwaardige kwestie. De hele week gaat het over de afwezige spits Van Nistelrooij, de nóg afweziger spits Makaay, de geblesseerde spits Huntelaar en over Dirk Kuijt, de spits.

Valt Dirk na zes minuten uit, schuift Robin van Persie noodgedwongen naar binnen, en opeens is-ie daar: de spits die we nodig hadden. Geen twijfel mogelijk. Niet dat je denkt: dat zou hem eventueel kunnen zijn, nu Kuijt óók al geblesseerd is en Huntelaar nog niet helemaal fit; nee, Van Persie is het.

Wie heeft het nog over die andere jongens – hoe heten ze ook maar weer? Robin van Persie is 23, dus die gaat ons zeven vette jaren bezorgen.

Frits Barend zei het na afloop zelf: niks meer aan doen, gewoon laten staan. En Frits heeft Faas Wilkes nog zien komen, dus die voelt dat soort dingen haarscherp aan. Jan Mulder was het met Frits eens. Logisch, Jan herhaalde het afgelopen zomer in Villa BvD al keer op keer tijdens het WK: Van Persie in het centrum, alle ballen op Van Persie. Maar ja, er keek niemand.

Hoe kan het, dat de bondscoach niet eerder in de gaten had dat hij Van Persie gewoon in de spits moest zetten en dat er een goddelijk ingrijpen voor nodig was om hem daar te krijgen?

Het antwoord op die vraag is eenvoudig. In het voetbal is iedereen verstrikt geraakt in een tactisch doolhof. Van Basten ook. Die laat zich souffleren door Johan Cruijff, en dan weet je het wel: totaal de weg kwijt.

Cruijff produceert nu eenmaal een soort magisch-realistische cryptotaal waaraan menig hermetisch dichter een puntje kan zuigen. Op zich geniaal en je zou er geweldig mee kunnen scoren als klankartiest op het poëziefestival van Nagorno-Karabach, maar de teksten zijn helaas wel volkomen onbruikbaar voor een eenvoudig spel als voetbal.

Alle flauwekul over systemen, al het buitengewoon ingewikkelde tactische gezwets dat in die sport voortdurend over je wordt uitgestort, is uitsluitend bedoeld om de absurde inkomens van trainers te rechtvaardigen, Henk Spaans voetbalcolumn in Het Parool vol te krijgen en Jack van Gelder op zondagavond niet met de mond vol tanden te laten zitten in Studio Voetbal.

Het waanidee dat de snaartheorie eenvoudige kost is vergeleken bij zoiets onvoorstelbaar gecompliceerds als ‘het goed neerzetten’ van elf voetballers, heeft ervoor gezorgd dat de voetbalgod eerst Kuijt moest treffen met een mysterieuze enkelblessure, voor de naakte, simpele waarheid tot ons en de bondscoach doordrong: Van Persie in de spits.

Zelfs na die pegel tegen Charlton Athletic zagen we het nog niet. Mijn moeder (nooit gevoetbald, niet de geringste notie van de punt naar achteren) zei het direct van boven haar breiwerkje: Een mooi schot! Dat is zeker de middenvoor van Oranje?

Ik durfde er niet eens aan te beginnen uit te leggen dat het hier onze rechtsbuiten betrof.

Ik stel voor dat de bondscoach voor de wedstrijd tegen Albanië niet langer dan één minuut nadenkt over de opstelling. Van al dat nadenken en gezever wordt het alleen maar nodeloos ingewikkeld. Gewoon een opstelling maken zoals vroeger in het plantsoen in Utrecht, op het gevoel. Niet twijfelen vanwege vage noties uit het Leerboek voor de Voetbaltrainer of een pesterig vraagje van Bert Maalderink.

Opstellinkje in elkaar draaien, voor de grap het bord in de kleedkamer volkrijten met rugnummers en pijlen, in de rust een ouderwetse peptalk, wisselen wie moe is en na afloop een rondje op kosten van de coach: vrolijk is het trainersleven.

‘Sneijder, kleine broekeman, jij gaat woensdag weer lekker op doel knallen. Afgesproken?’

Bert Wagendorp

Meer over