Meer dan trainen alleen

Een atletiekwedstrijd over 800 meter kan net zo mooi zijn als het vioolconcert van Max Bruch, zegt Theo Joosten (49), trainer van Marko Koers en, sinds kort, Greg van Hest, twee atleten die morgen starten tijdens de Warandecross in Tilburg....

ROLF BOS

'VAN VOETBALLEN weet de Nederlander alles, van atletiek weet hij niks. Kom ik na de Olympische Spelen van Atlanta weer bij NEC om de looptraining te verzorgen, zeggen de spelers dat het dapper is dat ik mijn gezicht nog durf te vertonen. Want Marko Koers is maar zevende geworden op de 800 meter; zevende, da's toch driemaal niks?

'Jongens, zeg ik dan, er doen tweehonderd landen mee, Marko is zevende van de wereld , dat is een fantastische prestatie. Kijken ze me glazig aan. Die voetballers hebben er geen besef van hoe moeilijk het is om bij de wereldtop te komen, hoe lang die weg is.

'Maar niet alleen de voetballers begrijpen er niks van. Ik kwam eens in april bij NEC, vroeg de toenmalige trainer of Marko al weer met de training was begonnen. Het atletiekseizoen begint toch over enkele weken? Zelfs zo'n man, een trainer toch, heeft er dus geen enkel besef van hoe hard een atleet het hele jaar moet trainen om tot resultaten te komen.

'Wat weten voetballers, Nederlanders in het algemeen, nou van atletiek? Vijftig seconden op de 400 meter - het zegt ze niks. Bij verspringen is het duidelijk: zó ver is 8 meter 90. Maar er is geen voetballer van NEC die tweehonderd meter achter elkaar in het tempo van een 800-meter wedstrijd kan lopen, niemand. We mogen nog blij zijn dat de Coopertest bestaat. Drie kilometer in twaalf minuten, dat is al heel wat. Zeg ik dat echte atleten vijf kilometer in 12.45 lopen. Kijk, dan leeft het...

'Je schrikt je te pletter van de lenigheid van de jeugd, die is waardeloos. Het heeft, het is onderhand bijna een cliché, te maken met het ontbreken van goed lichamelijk onderwijs. We zijn als Nederlandse voetballers tactisch nog wel sterk, maar staan qua atletisch vermogen ver achter bij landen als Nigeria. Als die de tactiek ook nog echt eens onder de knie krijgen, dan kunnen wij het shaken.

'Daarmee kun je meteen een parallel trekken naar de atletiek. De Kenyanen en Ethiopiërs met wie ik nu werk zijn zo lenig, zo mooi gebouwd, daar kan bijna geen Europeaan tegenop. Die onbevangenheid waarmee ze hun sport bedrijven - heerlijk. Ze maken zich nergens druk over, zelfs niet eens over een belangrijke wedstrijd. Terwijl toch de hele familie thuis op de uitslag zit te wachten, want de atleet zorgt voor het inkomen. Die druk moet dus erg groot zijn, denk je dan. Nou vergeet het maar.

'Ik train nu driemaal per week met het groepje van Jos Hermens dat tijdens het seizoen hier in Uden woont. Het is een fantastisch gezicht om die jongens en meisjes over de hei en door de heuvels te zien draven. Ik kan ze op de mountainbike vaak niet eens bijhouden, zo hard gaat het. Op de terugweg in de auto vallen ze prompt in slaap.

'Kom daar bij Nederlandse atleten eens om, die praten dan over de wedstrijden die gaan komen. Maar de Afrikanen zijn voor het eerst in Nederland, ze zitten na de training in de auto en ze vallen in slaap. Denk je dat ik in slaap val, als ik volgende week vanaf Nairobi naar Eldoret rijd? Ben ik voor het eerst in Kenya, wil ik alles zien.

'Ik mag die onbevangenheid ook weer niet overdrijven, ze weten vaak goed waar ze mee bezig zijn. Ik had steepleloper Bernard Barmasai een paar maanden geleden thuis op de bank. Rudi Verriet, de oud-marathonloper, die nu arts is, zou Barmasai's bloed onderzoeken.

'Omdat Rudi z'n huisartspraktijk aan het verbouwen was, zou het onderzoek even bij mij thuis plaatsvinden. Zegt Barmasai tegen ons: Ik ga zondag in Germany 7.55 lopen, ik voel het in mijn benen. Rudi en ik kijken elkaar aan: zo van nou, nou.

'Ik kijk die zondag op televisie naar de Grand Prix-wedstrijd in Keulen, ik zie het broeierige weer buiten en denk: dat wordt niks. Loopt eerst Wilson Kipketer weer een nieuw wereldrecord op de 800 meter, rent Barmasai daarna ook naar een nieuwe tijd op de 3000 meter steeple. 7.55, inderdaad.

'Of het Marko en mij frustreert dat we, nu we de wereldtop hebben bereikt, te maken hebben met het fenomeen Kipketer? Absoluut niet. Het motiveert alleen maar. Kipketer is natuurlijk een fantastische atleet. Let op mijn woorden: als hij niet lacht bij de start, dan moet je aan de kant, dan loopt hij een wereldtijd. Hij heeft heel veel in zijn mars. Toen Kipketer de eerste keer het wereldrecord van Sebastian Coe brak, was ik zelfs iets teleurgesteld. Aan de hand van zijn indoortijden had ik een lage 1.41 in gedachten gehad, misschien zelfs een 1.40.8. Hij gaat zeker nog in de 1.40 lopen.

Kipketer traint de 800 meter in 1.47, dan wacht hij drie minuten en dan loopt hij wéér een 1.47. Daar word je bij wijze van spreken tienmaal Nederlands kampioen mee! Of hij doet tienmaal een 800 meter achter elkaar in 1.58. En dan maakt hij er in de laatste vijf ook nog even 1.57 van. Als ik dat aan Marko vertel, dan zegt hij dat we nog harder moeten trainen. Dat kan ook wel: Hij traint nu tien, elf maal per week, waarvan drie, vier keer een hele harde training. Er is dus nog aardig wat ruimte.

'Marko is meer een atleet die de weg van de geleidelijkheid bewandelt. Hij is een gemiddelde loper, het wachten is nog op die ene uitschieter tijdens een groot toernooi. Hij staat al zevende op de wereldranglijst en dat is op de 800 meter geen geringe prestatie, hoor.

'Tijden? Ik wil Marko niet vastpinnen op het Nederlands record van Rob Druppers, 1.43,56, want dan sluit je 1.42 uit. Ook die tijd heeft hij in zijn benen.

'Marko ziet de Afrikanen lopen en dat motiveert hem enorm. Je moet je niet bij voorbaat neerleggen bij hun suprematie. Het zijn géén wondermensen. Gebreselassie, Tergat, Komen, Kipketer, Kiptanui - dat is misschien een klasse apart, de rest is te verslaan. We zijn als Europeanen zeker niet kansloos. Op de middenafstand hebben we heel lang de Engelsen gehad, nu zijn het de Kenyanen, over zes jaar kunnen het de Spanjaarden wel weer zijn, wie weet. Of Marko, ja.

'We hebben veel aan frequentie en aan paslengte gewerkt. Dat doe je door krachttraining en hordensprongetjes. Dat heeft zich het afgelopen jaar al vertaald in betere wedstrijden, zowel indoor als outdoor. De kracht van Coe lag in zijn versnelling, zo van tussentijds even van de vierde naar de tweede plaats doorschuiven.

'Marko kan dat nu ook redelijk, al is hij nog geen echte kikker. Dat zijn de jongens die op de laatste honderd meter nog een extra versnelling over hebben. Ik kneep hem dan ook tijdens de halve WK-finale in Athene, iets wat ik normaal nooit doe. Hij zat in een serie met Kipketer, Kenah, Ndururi en Sepeng, allemaal jongens met een sterk eindschot. Maar hij haalde als vierde toch de finale.

'Marko zei laatst in een interview dat hij de 800 meter nu beheerst. Hij kent de tactiek van die afstand, weet wanneer hij gas kan terugnemen, wanneer hij moet aanzetten. Hij is heel volwassen op die afstand geworden. En mocht hij stagneren, dan hebben we altijd nog de 1500 meter achter de hand, die beheerst hij ook heel goed, misschien nog wel beter dan de 800. We weten nog niet welke afstand hij in Boedapest bij de EK gaat lopen.

0'H ET IS meer dan trainen alleen. Als ik een atleet onder mijn hoede neem, zoals laatst Greg van Hest, dan neem ik diens hele leven door. Niet alleen kijken naar wat hij traint, ook wat hij thuis doet, wat hij eet. Je kunt prachtige trainingsschema's aanreiken, ik wil ook weten wat hij tijdens die andere 21 uur doet. Als ik dan hoor dat Greg een liter Cola-light per dag drinkt, dan grijp ik in. Iemand die zoveel voor zijn sport overheeft, drinkt een liter Cola per dag! Weg met dat spul.

'Van de Nederlandse toppers train ik alleen Greg en Marko, daarnaast de Afrikanen en wat talentvolle junioren in Nijmegen. Ik werk nu vier maanden als fulltime-trainer, in dienst van het bedrijf van Jos Hermens. Dat is een droom die uitkwam. Samen met Henk Kraaijenhof ben ik de enige beroepstrainer in Nederland. Dat geeft de situatie ook wel een beetje weer. Al die andere atletiektrainers doen het er alleen maar bij, naast hun werk.

'Ik was als jongen een getalenteerd violist, had zeker naar het conservatorium gekund. Het werd de sport, maar muziek is nog steeds een grote passie. Het vioolconcert van Max Bruch bezit dezelfde schoonheid als een 800-meter wedstrijd van Marko en Kipketer. Het is ook even moeilijk. Het gaat om minutieuze details. Kijk ik naar het Elisabeth-concours, zie ik hoe die jonge talenten van vijftien een natuurtoon aanslaan. Dat is zó moeilijk, als je er een millimeter naast zit, hoor je niks. Dat is op de 800 meter ook zo. Millimeters, tienden van seconden - daar gaat het om.

'Marko loopt tijdens de WK indoor in de finale de eerste 400 meter in 50.2. Had hij er 50.4 over gedaan, dan had hij een medaille gewonnen. Nu verzuurde hij te vroeg. Het ging om tweetiende, maar het luistert, net als een complex muziekstuk van Paganini, bijzonder nauw. Maar aan de andere kant: als ik Mark Knopfler van Dire Straits gitaar zie spelen, zo gemakkelijk, terwijl hij er bij wijze van spreken ook achteloos bij staat te ouwehoeren, dan denk ik: Ja, zo moet het lopen óók zijn.'

Meer over