Paralympische Spelen

Marlène van Gansewinkel is op één prothese de koningin van de para-atletiek

Marlène van Gansewinkel heeft op de Paralympische Spelen haar tweede gouden medaille veroverd. Na de winst op de 200 meter, won ze vrijdag ook 100 meter in de klasse T64.

Marlène van Gansewinkel leidt et veld voor Sophie Kamlish (GBr), Beatriz Hatz (VS) en Marissa Papaconstantinou (Can). Beeld REUTERS
Marlène van Gansewinkel leidt et veld voor Sophie Kamlish (GBr), Beatriz Hatz (VS) en Marissa Papaconstantinou (Can).Beeld REUTERS

Het tijdperk van de dubbele blades is voor even geëindigd in de voornaamste en spectaculairste paralympische sprintklasse, de 100 meter T62-T64. De Nederlandse para-atlete Marlène van Gansewinkel, een enkel-blader, werd in Tokio de opvolgster van Marlou van Rhijn die de bijnaam Blade Babe torste na haar paralympische successen in Londen (2012) en Rio (2016).

Van Rhijn leek in Tokio, in de gecombineerde klassen 62 en 64, opgevolgd te worden door Fleur Jong, ook een vrouw met dubbele amputatie en de wereldrecordhoudster die zij zelf had geïntroduceerd in het spektakelnummer over 100 meter. Het pakte anders uit. Jong, op haar twee springveren, werd vrijdagavond op een natte baan slechts vierde, royaal achter winnares Van Gansewinkel, haar trainingsgenoot in Amsterdam.

Het verschil tussen de twee was dik drietiende van een seconde (0,32), een ware kloof op een sprintafstand. Dat Van Gansewinkel (sinds haar geboorte) naast het linkeronderbeen ook de linkeronderarm mist, leek deze avond in het geheel niet hinderlijk. Sinds haar geboorte moet zij het doen met een halve zwaaiarm.

In Rio, toen Van Rhijn nog eens haar succes van Londen prolongeerde, werd Van Gansewinkel zevende op de 100 meter. Van Rhijn viel de afgelopen jaren door een nieuwe meting van lichaam en bijbehorende blades weg uit de top. Ze verwelkomde haar opvolger Van Gansewinkel met een Engelstalige tweet. De vertaling: ‘Als je de 100 meter wint, dan ben je de koningin. Nou Marlène, laten we jou dan even iets vertellen: jij bent de T64-koningin.’

Geen wereldrecord

De tijd van Van Gansewinkel was de tweede verbetering van het paralympische record van Van Rhijn. In de heats was de 13,02 van Rio 12,82 geworden. In de finale ging de winnares nog een toefje sneller: 12,78. Het was twaalfhonderdste langzamer dan het persoonlijke record (12,66) van Van Gansewinkel. Het wereldrecord van Jong (12,64) staat een fractie scherper, maar bleek in de natte condities van vrijdag onhaalbaar.

De kampioene had trainingsmaatje Jong op de streep willen kloppen, maar de praktijk was dat zij duelleerde met de Duitse Irmgard Bensusan, een eenling uit T44 (enkelzijdige beperking onder de knie) met een verstevigende brace. Die Bensusan verraste Van Rhijn in Rio, tot 99 meter, waarna de Nederlandse alsnog winnend toesloeg. Van Gansewinkel kwam na zestig meter de Duitse voorbij. Ze had de beter startende Bensusan ook al op de 200 meter verslagen, in 26,22 om 26,58.

Blessure Fleur Jong

De grote vorm van Marlène van Gansewinkel, een Tilburgse die in 2013 haar eerste echte hardloop-prothese kreeg, werd geboetseerd bij een tiendaags trainingskamp in Chiba, een stad op een uur treinen van Tokio. Bij die stage kreeg Fleur Jong last van de hamstrings, waarmee zij wist dat toeslaan op de 100 meter lastig zou worden. Ze was nog wel goed genoeg om het verspringen te winnen, met een wereldrecord.

Van Gansewinkel (26) heeft haar vorderingen toegeschreven aan de veranderingen die ze na Tokio heeft ingezet. ‘Ik heb alles veranderd, behalve de coach’, vertelde zij vorige week.

De coach bleef Guido Bonsen, de zoon van de befaamde ‘hordenmoeder’ Ineke Bonsen. Papendal werd Amsterdam, NOCNSF werd Team Para Atletiek, waarvoor sponsors werden geworven. Van Gansewinkel ging weer studeren. Zwemmen en fietsen werden alternatieve trainingsvormen. Ze werd volwassener en sterker. Ze cultiveerde haar laatste meters. ‘Ik moet het van mijn eindschot hebben, zowel op de 100 als de 200 meter.’

Alles draait om balans

De 100 meter ligt haar het best. De bocht in de 200 meter is een lastige voor een vrouw die links een prothese draagt. Ze moet met het rechterbeen als het ware bijsturen. ‘Ik heb lang gezocht naar de juiste balans. Ik duw met het rechterbeen heel hard tegen de baan, zet bijna zijwaarts af. Als ik mijn prothese rechts zou hebben, dan had ik het een stuk gemakkelijker.’

De prothese van Van Gansewinkel is puur afgesteld op het sprinten van de 100 meter. De koker voor het dragen van de stomp is van de Hoornse materiaalman Frank Jol. De springveer is van Össur, met Ottobock de grote fabrikant van sportmateriaal in de paralympische sport.

De invloed van de prothese is groot, maar niet het grootst, zegt Van Gansewinkel. ‘Ik heb nooit gemerkt dat mijn prothese mijn beste been is. Het is altijd mijn echte been dat harder kan. Alleen de prothese houdt mij soms tegen. Dan gaat die niet mee in mijn groei, mijn ontwikkeling.’

Het is de zoektocht naar de juiste stijfheid voor de prothese. ‘Je wilt niet dat hij te slap is of dat hij te stijf is. Omdat ik de laatste tijd zoveel sterker ben geworden, is mijn huidige prothese iets omhoog gegaan in stijfheid. Maar het luistert heel nauw. Je wilt niet dat je na je 100 meter zegt: hij was iets te slap of juist iets te hard. Dat kan gebeuren, hè. Is afhankelijk van je vorm van de dag.’

Het draait, zo legde de tweevoudig paralympisch kampioen voor de race uit, allemaal om balans. De kern van het lijf moet loeisterk zijn en dat bovenlichaam mag niet gaan zwaaien. Dat kost snelheid. ‘Dan gaat het alle kanten op’, in de woorden van Van Gansewinkel. Ze heeft voor een korte balansgewichtje in de vorm van een 15 cm lang stompje voor de linkerarm gekozen. Een hele kunstarm werkte niet, heeft ze gemerkt.

De para-atlete wordt nog elke dag beter. Ze is al jaren aan het uitdokteren hoe zij een valide lichaam het meest benadert. ‘Ik ben nog steeds op zoek, weet dat ik het nog niet gevonden heb, maar ik weet wel dat ik er dichterbij ben gekomen’, aldus de nieuwe koningin van de para-atletiek.

Meer over