‘Marianne moet de ruimte hebben’

‘Als ik het afgelopen jaar éénfout heb gemaakt, dan is hetdat ik er te dicht op zat.’..

Nog een week staat Thijs Rondhuis als trainer van Marianne Vos op de wielerbaan. Dan gaat hij naar huis, uitrusten. Hij is moe.

Rondhuis heeft hectische jaren achter de rug. Onder zijn leiding ontpopte de 21-jarige Vos zich tot de beste Nederlandse wielrenster sinds Leontien van Moorsel. Ze werd in drie jaar tijd wereldkampioen op de weg, wereldkampioen veldrijden, wereld- en olympisch kampioen op de baan (puntenkoers).

Eerder deze week maakte Vos bekend dat ze voortaan zonder trainer verder wil. Voor Rondhuis kwam dat besluit niet als een verrassing. De 32-jarige Drent, die van jeugdcoach opklom tot ploegleider van het DSB-vrouwenteam, realiseerde zich de afgelopen maanden dat de intensieve samenwerking met Vos eindig zou zijn. Het olympische jaar was voor beiden slopend.

Volgens de voormalige amateurrenner is Vos toe aan een lossere, ongedwongen werkwijze. Hij karakteriseert haar steevast als een ‘sport- en spelsporter’. Ze moet haar intuïtie kunnen volgen. Ze moet schik hebben. Als dat lukt, volgen de sterke prestaties vanzelf.

Het afgelopen jaar stond plezier maken niet voorop, beseft Rondhuis. Het doel was olympisch goud in Peking. In samenspraak met Vos werd besloten een strakke planning te maken, die minder ruimte liet voor improvisatie en gevoel. De trainer moest de grote lijn bewaken, ook al wist hij dat hij daarmee de aard van zijn pupil op de proef stelde.

‘We hebben alles samen bedacht en uitgevoerd’, zegt Rondhuis in een hotel in Badhoevedorp. Hij kiest zijn woorden behoedzaam. Hij schuwt zelfkritiek niet. ‘We hebben veel overlegd, maar ik ben leidend geweest. Marianne is iemand die ruimte moet hebben. Als ik het afgelopen jaar een fout heb gemaakt, is het dat ik er te dicht opgezeten heb. Ze heeft te weinig bewegingsvrijheid gehad.’

Spijt van die keuze heeft Rondhuis niet. Hij vindt dat hij Vos op een verantwoorde, geleidelijke wijze naar een hoger niveau heeft gebracht, waardoor ze nog vele goede jaren voor de boeg heeft. En hij is van mening dat elke trainer op weg naar een hoger doel soms keuzes maakt, die achteraf niet ideaal blijken te zijn.

Bovendien is de missie geslaagd. ‘We hadden een doel. Of de weg ernaar toe leuk was of niet, is minder belangrijk. Het doel is bereikt. Op het nachtkastje van Marianne in Babyloniënbroek ligt een gouden medaille.’

Dat neemt niet weg dat hij over zijn eigen rol heeft nagedacht. Hij trachtte voorwaarden te creëren waarin het zeldzame talent van Vos tot wasdom kon komen. Daarbij ging hij soms eigenzinnig te werk. Hij spotte met wielerwetten door Vos, mede op haar eigen verzoek, te laten koersen op de weg, in het veld en op de baan.

Hij trok zich weinig aan van de wielerbondscoaches of het NOC*NSF. Hij liet een verkenningstage in Peking schieten. Hij nam Vos mee naar een etappekoers in El Salvador. En hij vocht als een leeuw om haar in bij de Spelen de tijdrit te laten rijden. Niet omdat ze daar kon winnen, maar vooral om haar bezig te houden en afleiding te bezorgen. Vos kan slecht stilzitten.

Beschermheer en breekijzer, dat was de rol van Rondhuis. Vos moest zich op haar gemak voelen, ook al betekende dat dat hij machtige vijanden maakte. Juist omdat Vos meer medailles kon winnen, hadden bij de sportkoepel en de wielerbond anderen ook belang bij het welslagen van de olympische missie. De jonge, eigenzinnige coach werd nauwlettend gevolgd.

Er werd geroddeld. Rondhuis en Vos zouden een amoureuze verhouding hebben. Zelfs renners uit zijn eigen ploeg stelden daarover vragen. ‘Er is nooit sprake van een relatie geweest. Ik zou het niet willen en niet kunnen. Je beschaamt het vertrouwen van familieleden, van ploeggenoten. Je bent soms weken van huis. Je moet het vertrouwen hebben.’

De aandacht, de druk en de roddels lieten Rondhuis niet onberoerd. Hij is blij verlost te zijn van de betweters die twijfelden aan zijn capaciteiten. Tegelijkertijd vindt hij dat hij soms beter had kunnen handelen.

‘Ik ben er niet altijd in geslaagd de beslissers op de juiste momenten te overtuigen. Ik had het soms beter kunnen doen. Dat maakt je minder kwetsbaar en het vergroot je houdbaarheid als trainer. Aan de andere kant: ik ben jong. Ik mag nog leren.’

Voorlopig trekt Rondhuis zich terug uit de sport. Wat hij gaat doen, weet hij nog niet. Over Vos maakt hij zich geen zorgen. Zij zal vermoedelijk een ‘normalere’ ploegleider kiezen die ‘normale dingen’ met haar zal doen. Zo lang ze haar inspanningen doseert en niet te veel tegelijkertijd doet, zal ze volgens Rondhuis succesvol blijven.

De rol van een trainer moet niet worden overschat, vindt hij. Hij ziet zich zelf niet als kandidaat voor de verkiezing tot Coach van het Jaar, ondanks zijn bijdrage aan de successen van Vos. Het was zijn idee de baan op te gaan, met een gouden medaille als resultaat.

‘Ik heb niets gewonnen. Een topsporter bepaalt voor 90 procent zijn eigen niveau. Wat ik heb bijgedragen? Marianne is als meisje bij me gekomen. Ze heeft zich ontwikkeld tot vrouw van de wereld, iemand die midden in de spotlights kan staan. Daarin heb ik een rol gespeeld.’

Meer over