interview

Marathonloper Nageeye: ‘Als ik rustig tweede was geworden, was er niks aan de hand geweest. Omdat ik Bashir hielp, werd het wereldnieuws’

Ook in Somalië was zijn zilveren medaille op de marathon groot nieuws. De voor Nederland uitkomende Abdi Nageeye hoopt dat hij met zijn prestatie kinderen in zijn geboorteland inspireert. ‘Als wij iets willen, kunnen we het.’

Abdi Nageeye gaat als tweede over de finish van de olympische marathon. Links de Belg Bashir Abdi, ook geboren in Somalië, die dankzij de aanmoedigingen van zijn vriend Nageeye net genoeg kracht bij elkaar schraapte om brons te winnen. Beeld AFP
Abdi Nageeye gaat als tweede over de finish van de olympische marathon. Links de Belg Bashir Abdi, ook geboren in Somalië, die dankzij de aanmoedigingen van zijn vriend Nageeye net genoeg kracht bij elkaar schraapte om brons te winnen.Beeld AFP

Als de was aan de lijn in de tuin van de familie Boeve in Oldebroek oranje kleurt, weet het hele dorp wie er weer thuis is: Abdi Nageeye. De zilveren medaillewinnaar op de olympische marathon zit in de achtertuin aan een lange tafel met de Nederlandse familie die hem als 13-jarige vluchteling opving.

De laatste hamburgers worden net van de barbecue gehaald. Nageeye stopt nog een schijf komkommer in zijn mond. Als de 32-jarige marathonloper in Nederland is, gaat hij altijd langs bij zijn voormalige pleegouders Jos en Jantine. De band is hecht met het stel en hun drie kinderen. Hun jongste zoon, Saïd, is vernoemd naar een broertje van Nageeye. De jongste dochter heet Naema, net als het Somalische zusje van de marathonloper.

Van alle plekken in de wereld waar hij heeft gewoond, voelt de atleet zich in het Gelderse dorp het meest op zijn gemak. De tijd lijkt stil te staan in de gemeente waar sommige bewoners op klompen lopen. Wie op bezoek gaat, moet geen haast hebben. Tractoren met aanhangers vol hooibalen zorgen er op deze zomerse dag voor dat het verkeer met een slakkengang voorbij tuft. ‘Ik zei gisteren nog tegen Henk, de opa van de familie Boeve, hoe mooi en rustig het hier is. Overal ter wereld verandert alles. Hier blijft alles hetzelfde.’

Toen Nageeye terugkwam uit Tokio hing bij alle buren aan de Zuiderzeeweg de vlag uit. Het dorp is trots op de Nederlandse Somaliër die hun harten veroverde en die de helft van zijn teennagels op de weg in Japan heeft verspeeld. Later op de avond wordt Nageeye gehuldigd bij zijn oude voetbalclub, VSCO’61 uit Oosterwolde. De burgemeester prijst in haar toespraak de manier waarop Nageeye naar het zilver liep. Het helpen van zijn vriend Bashir Abdi zou symbool staan voor de mentaliteit in het boerendorp, waar men naar elkaar omkijkt.

Op de olympische marathon hield Nageeye in de laatste meters in om die andere Abdi, Bashir Abdi uit België, over de finish te helpen. De Belgische Somaliër kwam ook als vluchteling naar Europa. Tijdens de olympische marathon kreeg hij kramp. Nageeye hielp zijn vriend in de laatste meters met handgebaren en geschreeuw naar het brons en riskeerde daarmee zijn eigen podiumplek.

‘Als ik rustig tweede was geworden, was er niks aan de hand geweest. Omdat ik Bashir hielp, werd het wereldnieuws’, vertelt Nageeye in het gastenverblijf naast de boerderij. Hij heeft zelf geholpen met de bouw van het pand. Ook in Somalië werd zijn podiumplek groot nieuws. ‘Ik heb nu al zes Somalische interviews gehad, en heb er nog vier te gaan. Het is crazy. Ik ben ineens een inspiratiebron. Kijk, zeggen ze in Somalië, zo moeten we elkaar helpen. We zijn broers en moeten vrienden zijn, net als Abdi. Ik vond het op een gegeven moment wel een beetje té. Alsof ze dat daar doen.’

Als het over Somalië gaat, begint Nageeye honderduit te praten. In rap tempo somt de atleet op waarom het maar niet wil lukken met het land dat werd verscheurd door een burgeroorlog. Hij struikelt bijna over zijn woorden terwijl hij vertelt over de geschiedenis van Afrika.

Het gaat van de hak op de tak. Mesopotamië komt voorbij, de Grieken en Spanjaarden. Ineens gaat het over een pijplijn in Kenia, het ‘riool’ wat Singapore ooit was en het Joods-Palestijnse conflict. Dan, verontschuldigend: ‘Ik hou van geschiedenis. Ik lees alles, kijk de hele dag het nieuws. Netflix, youtube, boeken, wikipedia. Ik zoek alles op.’

Nageeye komt al jaren niet meer in het land waar zijn vader en moeder nog steeds wonen. Hij stuurt er geld heen zodat zijn familie het beter heeft, maar acht het er te onveilig voor een bezoek. ‘Ik durf er niet meer naartoe te gaan met mijn vrije denken en westerse ideeën. Ik zou er misschien anoniem heen kunnen als burger, maar met mijn status nu, na het zilver, zal dat niet meer kunnen. Ik wil niet op details ingaan, maar het is niet verstandig om de regio te bezoeken waar ik vandaan kom.’

De marathonloper verliet Somalië voor het eerst toen hij als 5-jarig jochie op het vliegtuig werd gezet naar Nederland. Hij woonde zes jaar in Den Helder bij een halfbroer en werd daarna plotseling naar Syrië gestuurd. Nageeye dacht dat het om een vakantie ging. Hij had zelfs zijn zwembroek ingepakt.

Niet lang daarna ging hij weer naar Somalië. Stond hij op zijn 13de ineens weer akkers te ploegen bij zijn familie in Sablaale. Het kon de leergierige Nageeye, die verknocht was geraakt aan school, niet meer bekoren. Hij vluchtte naar Ethiopië en wist terug te komen naar Nederland, waar hij bij de familie Boeve terechtkwam.

In Oldebroek begon hij met voetballen, tot hij erachter kwam dat hij met hardlopen iets kon bereiken. Het duurde niet lang tot hij bij de nationale top hoorde. In 2019 verbeterde Nageeye in Rotterdam met een tijd van 2.06.17 het Nederlandse marathonrecord.

De internationale prijzen bleven nog uit. Vaak gooiden blessures roet in het eten. Het zilver op de olympische marathon in Japan, achter marathonlegende Eliud Kipchoge uit Kenia, was zijn eerste internationale podiumplek.

Nageeye hoopt dat zijn prestatie kinderen in Somalië inspireert. ‘Als we een kans krijgen, zoals ik, dan doen we het zo goed. Kijk naar mij, naar Mo Farah, naar Ilhan Omar, de Somalisch-Amerikaanse politica. Of naar Halima Aden die met haar hoofddoek een topmodel is geworden. Als wij iets willen, kunnen we het. Maar je moet het wel zelf doen. Daar gaat het vaak fout.’

Nageeye belt geregeld met zijn moeder. Ze hebben lange discussies. ‘Zij zegt dan: ik zal voor je bidden zodat je gaat winnen. Zo werkt het niet, zeg ik altijd. Gaat God de ander dan laten struikelen? Heeft de atleet die wint het langste gebeden? Het heeft niks met elkaar te maken. Als ik bid, vraag ik niet om te winnen. Je moet vertrouwen in God hebben. Maar de actie moet van jou komen.’

Snapt ze dat?

‘Nee. Ik zit zelden op één lijn met mijn familie. Dat komt door mijn tijd in Nederland. Ik ben heel direct geworden, daar schrikt ze van. Ik ga wel de discussie met ze aan, maar dat kennen ze niet. Je houdt daar je mond. Ik vraag haar weleens of ze bidt dat Somalië veilig wordt. Dat doet ze. Heel Somalië bidt al dertig jaar dat het veilig wordt. Hielp dat? Nee.

‘We moeten zélf in actie komen. Ik snap niet dat mensen elkaar daar nog steeds zo veel pijn doen. Dat mensen oorlog voeren. Somaliërs zijn de meest gastvrije Afrikanen. Onze cultuur is onze trots. Ik draag graag de traditionele kleding. Ik hou van kamelenvlees, van kamelenmelk, luister naar Somalische muziek.

‘Het land is prachtig, maar somehow kunnen we het de wereld niet laten zien. Er is altijd alleen maar slecht nieuws. Als ze mijn denkbeelden hadden, was het land binnen een minuut veilig.’

Saïd, de jongste zoon van het gezin Boeve, is tijdens het interview stiekem de kamer binnengeslopen. Hij is in de hoek aan het spelen met lego en kijkt om de haverklap naar Nageeye, die het opmerkt en moet lachen. ‘Hij wil dat ik met hem ga spelen. Ik had het hem ook beloofd. Maar ik heb ook al met hem gezwommen en gevoetbald. Ik ben moe.’

Kijkend naar het blonde jochie, vertelt Nageeye dat hij in zijn hoofd continu vergelijkingen maakt tussen Somalische en Nederlandse gewoonten. ‘Saïd zei laatst ‘nee’ tegen zijn ouders omdat hij iets niet wilde doen. Wat een verschil, denk ik dan.

‘In Somalië kun je je niet voorstellen dat een kind nee tegen zijn moeder zegt. Dan krijg je klappen. Maar als meisjes nooit leren nee te zeggen en ze zijn 20 en moeten met een man trouwen die door hun familie is gekozen, kunnen ze dan ook geen nee zeggen.’

Ben je een strenge vader?

‘Streng, maar rechtvaardig. Ik heb drie jongens van 2, 4 en 6 en er komt in oktober een dochter aan. Ik sla mijn kinderen niet. Ik heb dat nooit gedaan en zal het ook nooit doen. Het gebeurt wel in Somalische gezinnen. Ik heb met mijn vrouw weleens discussies over de opvoeding. Laatst was ik aan het videobellen. Toen stuurde ze Ali naar zijn kamer voor iets kleins. Ik had met haar afgesproken dat we die straf alleen zouden uitdelen als hij iets heel ergs zou doen.

‘Vlak voordat ik wegging, had ik er nog een ding van gemaakt. Ik zei: I love you, maar ik wil echt dat je begrijpt wat ik ermee bedoel. Ik heb geluk dat zij uit de stad komt. Haar familie heeft sowieso al modernere denkbeelden.’

Als jouw leven iets anders was gelopen, had je ook een IS-strijder in plaats van marathonloper kunnen worden, vertel je in je biografie.

‘Er komen veel IS-strijders uit de regio waar ik vandaan kom. Ik heb zelf meegemaakt hoe zo’n brainwash werkt. In de tijd dat ik in Syrië woonde, moesten de kinderen op school elke ochtend ‘dood aan de Joden’, roepen. Dat was heel normaal. Je kreeg een kaart waar alleen Palestina op stond. Ik wist niet eens dat Israël bestond.

‘Ze zeiden dat er een paar Joden waren die daar problemen maakten en een keertje aangepakt moesten worden. Toen ik ouder werd, ging ik zelf dingen lezen. Ik begon het nieuws te volgen en kwam erachter hoe het echt zat. Wat ik had geleerd, sloeg helemaal nergens op.’

Huil je wel eens om wat je hebt meegemaakt?

‘De laatste keer dat ik huilde was toen mijn halfbroer overleed in 2009. Ik had toen vier jaar in een dorpje een beetje hardgelopen tussen de koeien. Er gebeurde weinig en er was veel liefde om me heen. Dat maakte me zachter. Toen dat ineens gebeurde, was ik ontroostbaar. Ik vond het heel erg.

‘De dag voor de begrafenis zag ik dat Somalische kennissen gewoon gezellig een potje aan het kaarten waren, terwijl ik helemaal weg van de wereld was. Waarom zijn ze niet verdrietig voor mijn broer, vroeg ik me af. Zo heeft God het gewild, zeggen ze dan. Die mannen hebben veel meegemaakt. Als je het de hele dag alleen maar over oorlog hebt, krijg je een olifantenhuid.’

Dan komt er een vriendin van Abdi binnen. Of er haast gemaakt kan worden. Er staat een cabrio klaar om hem naar zijn oude voetbalclub te brengen. Op het veld is het halve dorp bij elkaar gekomen. Achter een tafel met boeken naast de kleedkamers staan Lotte en Naema, zijn Nederlandse zusjes. Ze verkopen zijn biografie om geld op te halen voor de Abdi Nageeye Foundation. De briefjes van twintig stromen binnen.

Met de stichting wil Nageeye speelpleinen bouwen bij scholen in Somalië zodat kinderen daar veilig op straat kunnen spelen. Hij hoopt dat zijn olympische medaille aandacht genereert voor zijn stichting. Trots laat hij een foto zien van een nieuw speelplein. ‘Lokaal gemaakt’, zegt Nageeye.

‘Ik heb daar nu iemand die voor mij werkt. Hij wilde eerst spullen uit China en Dubai halen. Nee, zei ik. Ik wilde niet net zoals al die ngo’s daar worden. Die rijden met dikke trucks en beveiligers rond. Dat kost dan meer dan de zak maïs die ze daar uitdelen. Wat een bullshit.’

Van voetbal naar atletiek

Abdi Nageeye noemt zichzelf een nomade. Hij werd geboren op 2 maart 1989 in Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, en heeft in zijn leven in Somalië, Syrië, Nederland, Ethiopië en Kenia gewoond. Zijn sportcarrière begon op het voetbalveld in Nederland, waar het hij met zijn lengte van 1,65 meter eigenlijk niks te zoeken had. Toen hij zijn eerste hardloopwedstrijd over vijf kilometer meteen won, stapte Nageeye over op atletiek. In 2008 haalde hij vier nationale jeugdtitels, een jaar later volgde de nationale titel bij de senioren in het veldlopen.

Nageeye maakte in 2014 zijn marathondebuut. Hij liep tot nu toe twaalf marathons. In 2018 zette hij in Rotterdam het Nederlandse record op 2.06.17 seconden. Bij zijn olympisch debuut in 2016 in Rio werd hij 11de. Op de Spelen van Tokio stapte Nageeye met het zilver in de voetsporen van Gerard Nijboer, die in 1980 in Moskou tweede werd. Nageeye woont met zijn vrouw en drie zoons in Kenia in de buurt bij zijn trainingslocatie. Het gezin verwacht in oktober een dochter.

Meer over