interview

Marathonloper Bart van Nunen at obsessief weinig: ‘Ik had een blinde vlek. Presteren ging voor alles’

Bart van Nunen tijdens de training. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Bart van Nunen tijdens de training.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Bart van Nunen liep hard op een lunch van twee boterhammen met appelstroop en een peer. Het was in zijn ogen de enige manier om naar de Nederlandse atletiektop te komen.

Eline van Suchtelen

Van Nunen hongerde zichzelf uit omdat hij dacht dat atleten er zo uit hoorden te zien. ‘Op het dieptepunt woog ik 54 kilo bij een lengte van 1.80. Ik schrik als ik foto’s van mezelf uit die tijd zie. Ik heb jarenlang roofbouw gepleegd op mijn lichaam. Het had niet veel gescheeld of ik was gestopt.’

Deze zomer maakte Van Nunen zijn debuut op de olympische marathon in Japan. De 26-jarige atleet weet zeker dat hij nooit op de Spelen had gestaan als hij niet op tijd tot inkeer was gekomen. Hij wil nu andere atleten waarschuwen voor de gevaarlijke obsessie met gewicht.

Van Nunen kreeg in zijn jeugd als hardlooptalent het beeld voorgeschoteld dat alleen graatmagere atleten de top konden bereiken. ‘Mijn voorbeelden waren mannen met ingevallen wangetjes. Daar spiegelde ik mij aan.’

Naar wie keek je dan?

‘Ik keek vroeger naar Galen Rupp uit Amerika. Die is heel erg ingevallen. Ik dacht dat ik er ook zo uit moest zien. Je hebt ook atleten die iets steviger zijn en heel hard lopen. Daar zou veel meer naar gekeken moeten worden, maar dat deed ik in die tijd niet.’

Wie schotelde dat beeld voor?

‘Het was het stereotype beeld van wat ik had en wat geschetst werd door trainers. Atleten zijn mager en zo hoorde ik ook te zijn. Iedereen heeft altijd het beste met mij voor gehad, maar er was te weinig kennis over wat gezond was. Ik dronk na een duurtraining van anderhalf uur alleen een glas melk als hersteldrank. Dat is volstrekt krankzinnig. Dat snapte ik natuurlijk zelf ook wel. Maar ik durfde niet te veranderen. Je hebt toch het idee dat dit de enige manier is. Je bent licht en daarom loop je zo makkelijk. Dan durf je geen andere weg te bewandelen.’

Zeiden jouw ouders er niks van?

‘Jawel. Andere familieleden zagen het ook. Mijn ouders hadden het er wel over met me. Ze vonden me te dun en ze zagen dat ik aan het worstelen was, maar zagen me ook presteren. Het was ook niet altijd zichtbaar. Ik verbloemde het als ik thuis was. Soms was ik juist pafferig geworden door vreetbuien die ik had omdat mijn lijf voedingsstoffen miste. Ik heb wel diëtisten gezien, maar ik kwam dan weer net bij de verkeerde types terecht uit hetzelfde wereldje. De informatie kwam ook niet altijd aan, ik had een blinde vlek. Presteren ging voor alles. Ik was ook een puber en stronteigenwijs. In die tijd luisterde ik sowieso niet naar mijn ouders.’

Had je anorexia?

‘Ja, misschien wel. Het zijn dezelfde symptomen, maar jij doet het omdat je wilt presteren in de sport. Ik heb gelukkig nooit de vinger in de keel gestoken. Daar ben ik heel blij mee. Ik ken atleten waarvan ik sterk vermoed dat ze dat wel doen. Ik zie het nu heel snel als een atleet een eetstoornis heeft. Ze komen vaak heel spontaan en vrolijk over maar zijn eigenlijk heel ongelukkig. Ze zetten een masker op. Ik heb ook lang de schijn opgehouden dat het prima met me ging.’

Van Nunen verbeterde in 2014 het juniorenrecord op de 10 kilometer toen hij achttien jaar oud was. Zijn record van 29.04,30 staat nog steeds. De prestaties waren goed, maar in zijn hoofd begon het steeds meer te spoken. Hij begon zich ellendig te voelen. Bij ondervoeding raakt de hormoonhuishouding in de war, waardoor depressies op de loer liggen. Er zijn ook fysieke gevolgen die onomkeerbaar kunnen zijn, zoals het verlies van botmassa.

Van Nunen: 'Ik leefde van geluksmoment naar geluksmoment, maar in de periodes daartussen was ik ongelukkig.' Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Van Nunen: 'Ik leefde van geluksmoment naar geluksmoment, maar in de periodes daartussen was ik ongelukkig.'Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Hoe voelde je je in die tijd?

‘Ik voelde me alleen nog gelukkig na een goede sportprestatie. Ik leefde van geluksmoment naar geluksmoment, maar in de periodes daartussen was ik ongelukkig. Als je niet genoeg eet, ben je de hele dag moe. Je hebt weinig energie, dat doet van alles met je emoties. Ik was sneller chagrijnig terwijl ik voorheen altijd wel van de slechte grappen was. Ik reageerde veel af op mijn vader. Sport is mooi, maar niks is het waard om je zo te voelen.’

Wanneer kwam je tot inkeer?

‘Ik kreeg steeds meer last van kleine dingetjes, fysieke problemen. Het gekke is dat je lichaam zich aanpast aan de omstandigheden. Het kan heel lang goed gaan, tot het helemaal verkeerd gaat. Ik heb nog geluk gehad. Sommige atleten lopen een stressfractuur op door ondervoeding of worden onvruchtbaar. Toen ik de overstap maakte naar Papendal zei bondscoach Grete Koens dat er een gezond eetplan voor me werd gemaakt. Ik vroeg of ik dan geen opmerkingen zou krijgen als ik aan zou komen. Nee, zei ze. Ik moest gewoon goed gaan eten. Dat haalde mij over. Het was of het op deze manier proberen, of stoppen. Ik kon dit niet langer zo volhouden.’

Bart van Nunen weegt nu rond de 63 kilo. Hij eet niet langer twee, maar twaalf boterhammen bij de lunch. Zijn olympische droom kwam uit in Japan, waar hij met een gezond lijf aan de start van de marathon stond. In het tropische Sapporo stapte hij uit vanwege de hitte en luchtvochtigheid.

Meer over