AchtergrondDe kracht van de sportdocumentaire

Maradona en Zidane, Ajax en Exeter: de wetten van de voetbaldocumentaire

Coach, speler, club: alles en iedereen in de voetbalwereld laat zich filmen. Nu Feyenoord in zee gaat met Disney, stelt de Volkskrant de vraag: wat is nu een echt goede voetbaldocumentaire?

Diego Maradona (2019)  Beeld
Diego Maradona (2019)

Het zou een vraag kunnen zijn voor triviant, in de categorie ‘sport & ontspanning’ (oranje): met welke Europese voetbalclub ging The Walt Disney Company in zee voor een achtdelige televisieserie?

A) Juventus
B) Barcelona
C) Manchester City
D) Feyenoord

Juventus is het niet. De club uit Turijn maakte onlangs al de transfer van Netflix naar Amazon Prime, voor alweer een derde seizoen clubcommercials over het ‘allerbeste team in de geschiedenis van het Italiaanse voetbal’. En Manchester City zat al bij Amazon, met Sir Ben Kingsley als de vertelstem: ‘an embedded filmcrew captured every moment!’ Barcelona is dan weer ondergebracht bij Rakuten TV, de streamingpoot van de eigen shirtsponsor. Daarnaast ging Ronald Koeman op persoonlijke titel in zee met Videoland, voor de nieuwe serie Força Koeman. De Barcelona-coach, eerder in de Volkskrant: ‘Ik vond het leuk ook om iets te hebben voor later.’

Ook Disney wilde een club filmen, voor de thuiskijkers. En waarom niet Feyenoord?

Het Amerikaanse entertainmentbedrijf telde 3 miljoen euro neer voor de rechten; de camera’s draaien al sinds de seizoenstart. ‘Af en toe irriteert het wel een beetje’, gaf coach Dick Advocaat toe, bij een persconferentie. ‘Dan wil je vloeken, zachtjes vloeken, en staat die camera er weer omheen.’

Wie zich afvraagt of Disney nerveus wordt, nu de Rotterdamse voetballers mogelijk ook geen landskampioen worden: de eerste misvatting over voetbaldocumentaires is dat winst fijner kijkt dan verlies.

‘Sanitised’, was het oordeel van de Britse pers over de All or Nothing-serie van Amazon Prime over de Engelse clubs Tottenham Hotspur en Manchester City. Best amusant, maar ook opgeschoond, gezuiverd. Écht precaire momenten ontbreken. Het genie van José Mourinho en Josep Guardiola wordt geëtaleerd, maar die twee topcoaches hebben hier ook iets weg van acteurs – zich iets al te bewust van de camera. Kijkwaardiger en authentieker is de Netflix-serie Sunderland ‘Til I Die (2018), over de neerwaartse spiraal van een toch al minder succesvolle club, die de luiken ook meer opentrok.

Sunderland Til I Die (2018)  Beeld
Sunderland Til I Die (2018)

De hausse aan documentairereeksen over sportclubs kent een aantal oorzaken. Er is een enorme behoefte aan ‘content’ bij de streamingdiensten, die een groeispurt meemaken dankzij de coronacrisis, die ervoor zorgt dat de tribunes leeg zijn en clubs de gelden van de tv-producties harder dan ooit nodig hebben.

En er was The Last Dance (2020). Iedere sportfilmer en topsporter die vorig jaar de tiendelige docureeks van ESPN en Netflix zag over basketballer Michael Jordan en zijn Chicago Bulls, zal hebben gedacht: dat wil ik ook. Maar wat die afleveringen zo grandioos maakte, is de factor tijd: de vijfhonderd uur aan beeldmateriaal van de cameraploeg die Jordan en zijn teamgenoten een beladen seizoen lang van dichtbij volgde, lag ruim twintig jaar te rijpen in een kluis. Gekmakend moet dat zijn geweest, voor de lui die in de jaren negentig de unieke beelden hadden vastgelegd. Maar Jordan had vetorecht en voelde al die tijd niets voor een film. Achteraf een zegen: toen de editors er uiteindelijk toch mee aan de slag mochten, waren alle directe belangen van ruziënde spelers en konkelende clubbobo’s opgelost in de tijd, en bezag Jordan, inmiddels een vijftiger, het geheel met iets meer afstand.

De allerbeste voetbaldocumentaire van de laatste jaren, Diego Maradona (2019), kende een soortgelijke wonderlijk getrapte totstandkoming: die ontstond uit een mislukt filmplan. De agent van Maradona had twee Argentijnen betaald om de Napolitaanse periode van de voetballer van nabij vast te leggen, maar het hobbyistische eindproduct bleef ongezien. Ruim dertig jaar later werden de dozen vol ruw en ongebruikt materiaal overgedragen aan filmmaker en Oscarwinnaar Asif Kapadia (Senna, Amy); een deel lag nog in een verhuiskist, thuis bij Maradona’s ex-vrouw.

De huidige coach van Barcelona had zo’n toekomstige documentaire schat in handen, toen hij midden in een crisisjaar aantrad bij zijn oude club. Eén cameraatje was voldoende geweest, meedraaiend tijdens Koemans functioneringsgesprekken met Lionel Messi, vermoedelijk de beste voetballer aller tijden, die in de fase verkeert waarin hij vaak ook níét de allerbeste is maar wel de allerduurste. Een groots drama, dat zich nu achter de schermen voltrekt. Maar Koemans cameraploeg komt zelfs de kleedkamer niet in, voor of na de wedstrijden. De serie Força Koeman bezit wel wat charme, maar dan eerder als laagdrempelige sitcom over de avonturen van het gezin Koeman in Barcelona.

‘Eerst wilde iedereen een biografie, nu wil iedereen een documentaire’, zegt Tom Egbers. De presentator van Studio Sport en Andere tijden sport heeft de documentaire over Maradona inmiddels al een keer of vijf gezien. ‘Je vóélt aan die beelden dat er geen afspraken zijn gemaakt: die camera zuigt Maradona op. Dat is toch het mooist: als een film zo de werkelijkheid betrapt. Ik vind zo’n film uit één stuk vaak sterker dan zo’n reeks: in die anderhalf of twee uur word je verpletterd in je stoel. Bij series merk je toch dat zaken breed worden uitgemeten, dat scènes net wat langer duren dan nodig is. Die over Sunderland en Michael Jordan vond ik overigens wél echt goed.’

Met That Final Day (2003) maakte Egbers zelf een van de mooiste documentaires over de bodem van het Britse profvoetbal. Vooraf werd er al gedraaid bij acht clubs die mogelijk zouden degraderen, om uiteindelijk bij twee uit te komen: Swansea en Exeter City. Hij en collega-filmmaker Kees Jongkind gokten erop dat de degradatie niet al vóór de allerlaatste speeldag een feit zou zijn. ‘Gelukkig pakte het zo uit, anders hadden we geen film.’

Bij de ‘oude garde’ van NOS-sport had men er vooraf weinig fiducie in: wat kon er interessant zijn aan die in Nederland toch tamelijk onbekende clubs? ‘Het was zo van: heb jij Tom gezien? Nee, die is bezig met iets over cricket in de negende divisie van Wales... Maar het ging ons om de beleving van de supporters, het schilderachtige van juist die clubs. Het voetbal op zich deed er niet toe. We kregen ook alle medewerking van Swansea en Exeter: van tevoren hoefde niets te worden vastgelegd.’

Ajax: daar hoorden zij engelen zingen (2000)  Beeld
Ajax: daar hoorden zij engelen zingen (2000)

Filmmaker Roel van Dalen is nooit vergeten hoe Louis van Gaal hem ontving toen hij in 1995 op gesprek mocht om zijn idee voor een documentaire over Ajax te pitchen. ‘Dat is een leuk plan voor Feyenoord, en ook buitengewoon leuk voor PSV’, schamperde de toenmalige coach, ‘maar bij Ajax gaat het niet lukken.’

In het seizoen 1999-2000 kwam het er alsnog van: het bestuur was enthousiast en ook coach Jan Wouters had geen bezwaar. ‘Er waren nieuwe, goede spelers aangetrokken’, zegt Van Dalen. ‘En iedereen rekende op een droomseizoen. Ik ook.’

Daar hoorden zij engelen zingen, in 2000 de openingsfilm van documentairefestival Idfa, markeerde een van de meest desastreuze seizoenen in de dan net honderdjarige geschiedenis van de club. Alles mislukt, en coach Wouters hoort zijn naam vanaf de tribunes enkel nog gescandeerd in combinatie met de woorden ‘rot’ en ‘op’. De ontluisterende documentaire vormt ook een portret van het bedrijf Ajax: we zien de druk op de piepjonge voetballertjes van de jeugdselecties, de bitse en soms neokoloniale omgang met het talent aan de Ajax-academies in Ghana en Zuid-Afrika.

‘Ik had er liever wat meer positiviteit in gehad’, zegt de filmmaker achteraf. ‘De sportjournalisten die rond Ajax hingen waren buitengewoon jaloers: dat wij wél met een cameraploeg de kleedkamer in mochten. Maar wij dachten halverwege het seizoen: wéér die graftombe in... Ik geloof echt dat het een mooiere film was geweest als er wat meer conjunctuur in zat, niet alleen maar ellende. Voor drama is het toch het best als een hoofdpersonage eerst diep valt, om vervolgens weer op te krabbelen. Dat was hier absoluut niet het geval.’

De medewerking van Ajax, dat zich ook na het zien van de eindmontage sportief opstelde jegens de filmmaker, zou ‘niet meer kunnen’, meent Van Dalen. ‘Alles wordt nu zo afgeschermd bij de grote Nederlandse clubs. Daar heeft mijn film vermoedelijk ook aan bijgedragen.’

Jaren later kwamen filmmaker en coach elkaar toevallig tegen op Schiphol, waar ze een kopje koffie dronken. Hij had nooit moeten instemmen met de documentaire, zei Wouters. ‘Hij noemde het de grootste fout van zijn carrière.’

Zidane, un portrait du 21e siècle (2006)  Beeld
Zidane, un portrait du 21e siècle (2006)

De bekendste artistieke voetbaldocumentaire moet toch wel Zidane, un portrait du 21e siècle (2006) zijn, waarvoor de verrichtingen van de topspeler van Real Madrid door zeventien camera’s werden vastgelegd, in een verder weinig bijzondere wedstrijd. Hoe Zidane beweegt, zich concentreert en kijkt, ook als hij de bal níét heeft: dat is de film. Zidanes agenten begrepen het filmvoorstel na drie keer uitleggen nog steeds niet, zei kunstenaar en coregisseur Philippe Parreno een jaar geleden, toen hij op bezoek was in Rotterdam voor weer een nieuw experimenteel filmproject. ‘Maar toch zegden ze toe.’

Voor Orwa Nyrabia, artistiek directeur van Idfa, zette de documentaire de manier waarop hij naar voetbal kijkt op z’n kop. ‘Door slechts één speler te volgen, in plaats van de bal. Er wordt niets uitgelegd, geen informatie over de grote Zidane, of waar hij vandaan komt. En toch kun je alles over hem opmaken uit die beelden. De wedstrijd verkreeg zo iets existentieels: die ging over het streven van de mens, het werd veel meer dan een simpele wedstrijd in behendigheid en inspanning.’

Jaap Schneider van Lusus Media filmt momenteel Feyenoord. Veel mag hij er niet over zeggen, vanwege de geheimhoudingsclausules met Disney en de club. ‘Maar we zijn overal bij, óók in de kleedkamer en de directiekamer.’

Heeft Advocaat de camera al eens weggestuurd? ‘Dat is inhoudelijke informatie, daar kan ik niet op ingaan. Maar ons doel is een waarachtig verhaal te vertellen. Daarvoor heb je mooie karakters en personages nodig, en die zijn er zeker bij Feyenoord. En verder: of de club nou eerste of zesde wordt, daar heb je toch geen invloed op. Ik hoopte wel eerste, vooraf.’

Nederland voetbaldocumentaireland

Nederland, in het buitenland vaak geprezen om zijn aanvallende en open voetbal, is ook een karakteristiek voetbaldocumentaireland. Wie graaft in het aanbod, komt diverse fraaie titels tegen. Zoals het Solo-tweeluik van Jos de Putter (Solo, wet van de favela (1994) en Solo, Out of a Dream (2014)), die voetballende jochies in de sloppenwijken van Rio de Janeiro portretteerde, en zo de transfer van de kortstondige voetbalster Leonardo naar Feyenoord bewerkstelligde.

Of Kuyt (2017), het op het sportfilmfestival van Palermo bekroonde heldenepos van Deborah van Dam. Dat genoot alle medewerking van Dirk Kuyt zelf en kreeg een handje hulp van de goden. De hoofdpersoon ging eerst door een dal, verbannen naar de bank, om de club in de allerlaatste wedstrijd dan toch nog met drie doelpunten de schaal te leveren.

Een culthit is Voetbal is oorlog (2018) van Hans Heijnen, die de tweestrijd tussen de Groesbeekse clubs De Treffers en Achilles ’29 vastlegde, inclusief het beroemde fragment waarin een van de coaches vanuit de dug-out de eigen keeper recenseert: ‘Wat hebben wij een kutkeeper, verschrikkelijk, wat een kutkeeper hebben wij.’

Filmregisseur en programmamaker Martin Koolhoven noemt de Cruijff-film En un momento dado (2004) van Ramón Gieling. ‘Ik ben helemaal geen documentairekenner, maar die film vond ik mooi. Bij Cruijff gaat het meestal over hoe goed hij was, en zijn betekenis voor het voetbal. Maar En un momento dado gaat veel meer over de kunst van bewonderen, en de plek die Cruijff innam in de levens van mensen in Barcelona. Die mochten geen Catalaans meer spreken, hadden een behoorlijk minderwaardigheidscomplex ten opzichte van Real Madrid, toch meer een Franco-team. En hoe Cruijff ze dan hun eigenwaarde teruggaf. Die noemde zijn kind Jordi, wat werd opgevat als een enorme daad: die naam van de Catalaanse beschermheilige was verboden. Cruijff zei gewoon: je gaat mij niet vertellen hoe ik mijn kind noem.’

De andere finale

Van alle Nederlandse voetbaldocumentaires is The Other Final (2003) van KesselsKramer toch de origineelste. Het reclamebureau zette een interland op tussen de laagstgeklasseerde staatjes op de Fifa-wereldranglijst. Bhutan tegen Montserrat, het Aziatische hooggebergte tegen de Cariben (uitslag: 4-0), werd gespeeld op dezelfde dag als de échte WK-finale van 2002, en prikt wat in de vercommercialisering van het gebruikelijke voetbal. De documentaire wordt méér dan een concept dankzij de verwondering van het Bhutaanse (thuis)publiek, en het plezier van de na afloop vrolijk verbroederende teams en culturen.

Meer over