Maatregelen in antidopingstrijd sinds 1966

Op 28 juni vindt in de Tour de France de eerste dopingcontrole plaats. Het leidt een dag later tot een staking onder de renners die vinden dat het onaangekondigde bezoek van de artsen op de hotelkamers een inbreuk op hun privacy is....

1966
Op 5 juli volgt de tweede controle in de Tour. Vijf renners worden positief bevonden. Tourartsen vroegen in 1959 al om controles nadat de Franse douane pillen in beslag had genomen die bestemd waren voor Charly Gaul.

1995
Invoering van out-of-competition -controles. Herziening van het dopingreglement van de UCI verplicht alle profploegen te laten weten waar en wanneer ze op trainingskamp zijn.

1997
UCI begint met uitvoeren van gezondheidscontroles. Voor wedstrijden moeten renners hun bloed afstaan. Het is voorlopig het enige middel in de strijd tegen epo, waarvan in het peloton gretig en op grote schaal gebruik wordt gemaakt.

1997
Een renner met een hematocrietwaarde boven 50 procent moet 14 dagen toekijken. Het overkomt Erik Dekker voor het WK van Verona in 1999. Later stelt een onderzoekscommissie vast dat de drukband om zijn bovenarm voor een stuwing van het bloed heeft gezorgd.

1999
Iedere renner krijgt een medisch paspoort. Daarin wordt een groot aantal parameters verzameld om per individu de normaalwaarden vast te stellen. Het is een gezondheidsonderzoek dat elk kwartaal in onafhankelijke laboratoria wordt verricht.

1999
Het stelt de medische afdeling van de UCI in staat te analyseren wie er met zijn bloedwaarden rommelt. Het levert in 2004 de ontmaskering van Tyler Hamilton op. De Amerikaan bedient zich van bloedtransfusies en wordt 2 jaar geschorst.

2001
Invoering van een nieuwe urinetest waarmee het gebruik van epo kan worden aangetoond.

2004
Invoering van een zogenoemde ethische code. Die treedt in werking na de geboorte van de Protour. Er staat onder meer in hoe de ploegen met een licentie zich dienen te gedragen in dopingaffaires. Het houdt onder meer in dat betrapte renners 4 jaar lang niet voor een Protourploeg mogen uitkomen en dat renners die deel uitmaken van een dopingonderzoek, voorlopig worden geschorst.

2004
Dankzij het bestaan van de ethische code kunnen in 2006 renners die betrokken zijn bij het Spaanse dopingschandaal Operación Puerto voor de start van de Tour naar huis worden gestuurd. Later blijken de afspraken een wassen neus als Discovery Channel, tegen de regels van de code in, Fuentes-klant Ivan Basso een contract aanbiedt.

2005
De renners moeten het wereldantidopingagentschap WADA op de hoogte stellen van hun verblijfplaats, voor alle dagen van de week, elk uur van de dag. Daardoor wordt het onmogelijk een out-of-competition-controle mis te lopen.

2007
De UCI presenteert een nieuw antidopingprogramma: ‘100 procent tegen doping’. Beroepsrenners zullen nog vaker worden gecontroleerd, vooral onaangekondigd. In de urinestalen zal met name worden gezocht naar sporen van epo. Ook het aantal bloedtests waarbij illegale transfusie kan worden aangetoond, wordt uitgebreid.

2007
De Protourploegen besluiten zichzelf schorsingen op te leggen bij herhaaldelijk dopegebruik. Een ploeg waarvan 3 renners in 2 jaar een abnormaal bloedniveau hebben, wordt 4 weken geschorst. 2 renners in 1 jaar levert een startverbod van 8 dagen op. En bij 4 overtredingen in 2 jaar moet de licentie worden ingeleverd.

2007
De renners die deel uitmaken van de Protour wordt gevraagd een document te ondertekenen waarin zij toezeggen hun DNA af te staan indien ze betrokken zijn bij een dopingonderzoek. Het maakt de bewijsvoering in een dopingschandaal als Operación Puerto, waarbij door politie bloedzakken in beslag werden genomen, gemakkelijker. Met erfelijk materiaal alleen kan geen dopinggebruik worden aangetoond.

2007
T-Mobile kondigt aan de dopingplaag van binnenuit te gaan bestrijden. Naast de reguliere controles kunnen de renners drie keer per jaar een onaangekondigde controle verwachten van het Duits antidopingbureau. Deze testen, op epo en groeihormonen, worden betaald door de ploeg. De urinemonsters zullen bewaard worden om ze bij betere opsporingsmethoden in de toekomst opnieuw te kunnen bekijken. Zes keer per jaar worden interne bloedcontroles gehouden. De waarden worden beoordeeld door een comité van toezicht, met experts op het gebied van gezondheid en antidoping.

2007
CSC volgt het voorbeeld van de Duitse collega’s. Het stelt de grootste dopingjager Rasmus Damsgaard aan om als onafhankelijke arts het antidopingbeleid vorm te geven. De renners worden binnen de ploeg in totaal zo’n 800 keer, onaangekondigd, op doping gecontroleerd, wat neerkomt op gemiddeld 25 extra controles (op onder meer epo, bloedstransfusies, groeihormonen) per renner.

2007
Als in de media berichten verschijnen over twee CSC-renners wier bloed abnormale waarden zou vertonen en die onder extra toezicht zouden staan, ontkent Damsgaard dat in een woedende mail aan de internationale media. Hij maakt binnenkort de resultaten bekend van de eerste 400 tests.

2007
Het Franse Agritubel heeft de ploegarts de deur uitgedaan. De renners worden begeleid door een diëtist die vooral het gebruik van kruiden voorschrijft. Een andere Franse ploeg, Cofidis, biedt haar renners een alternatief voor doping: yoga en sofrologie. Sofrologie is een moderne bewustmakingstechniek die de harmonie tussen geest en lichaam bevordert.

Meer over