Maak de Tour weer menselijk Sportliefhebber wil geen farmaceutisch gestuurde fietsrobotten

De waarde van sport zit 'm niet in uitslag of tijden, maar in de wijze waarop deze tot stand zijn gekomen....

JAN VORSTENBOSCH

BERT WAGENDORP geeft in Forum van 21 juli zijn visie op het dopingprobleem in de wielrennerij, dat zich met de uitsluiting van de Festina-ploeg uit de Tour de France weer in volle omvang heeft geopenbaard.

Volgens Wagendorp is moderne topsport niet meer vol te houden zonder uitgebreide medische en wetenschappelijke begeleiding en daarom moet de aard en omvang van die begeleiding maar volledig vrij worden gegeven, inclusief doping. De renners kennen zelf de risico's.

Ik kan niet alle missers bespreken (is het waar dat het dopegebruik 'het publiek' niets kan schelen, als onze jongens maar winnen?); ik concentreer me op de essentie. Die ligt in de manier waarop Wagendorp het argument van competitievervalsing afdoet en een naar zijn mening wezenlijker vraag oproept, namelijk waarom in de sport maatstaven gelden die in geen enkel ander segment van de samenleving worden gehanteerd.

Wordt een journalist die zich met behulp van nicotine en alcohol een weg baant naar de top (en welke journalist doet dat niet?) geschorst? Nee toch, aldus Wagendorp.

Die tweede vraag is echter helemaal niet wezenlijker en is ook alleen maar goed te beantwoorden als de vraag naar de aard van de competitie die het wielrennen is, serieus wordt gesteld.

Wagendorp noemt die competitie per definitie oneerlijk, want Jan Ullrich is meer getalenteerd dan Michael Boogerd en de Banesto's hebben meer geld dan TVM. Maar daar begint het pas. Want zijn verschillen in talent en verschillen in geld essentieel voor de competitie tussen renners? Ja, wanneer de verschillen in talent zo groot zouden zijn dat de uitslag van tevoren vaststond. En ja, wanneer de uitslag via omkoping tot stand zou komen. Maar niet wanneer de verschillen kleiner zijn en de wedstrijd dus allerlei kanten op kan (slechte dag van Ullrich) en spannend is (drie TVM'ers en twee Banesto's in de kopgroep).

Het moet de realiteitszin van de journalist zijn geweest die Wagendorp tot de opvatting heeft gebracht dat doping een hulpmiddel is dat moet worden gelegaliseerd. Het is in elk geval geen heldere en kritische kijk op wat eigen is aan het fenomeen sport, wat het boeiend maakt en wat, als het aan mij ligt, de redenen verschaft om een aantal ontwikkelingen, waaronder de intensivering van de medische en wetenschappelijke 'begeleiding', maar ook de extreme vormen van commercialisering hevig te bekritiseren.

Want de intrinsieke waarde van sport ligt niet in de objectieve meetresultaten en de records: wat doet het ertoe wat de gemiddelde snelheid in de etappe was? Iedereen weet dat geen normaal mens over 2.60 meter kan springen. De waarde ligt in de inspanning en de onderlinge krachtmeting, en in het feit dat die plaatsvond onder condities die voor alle deelnemers gelijk en vooral humaan zijn.

Met humaan bedoel ik dat ik afhaak (en ik niet alleen, denk ik) wanneer wielrenners, al dan niet onder medische begeleiding, op termijn openlijk in een soort farmaceutisch gestuurde robotten zouden veranderen.

De wielrensport zou dan voor de farmaceutische industrie ongeveer dezelfde rol gaan spelen die de Formule-1-racerij voor de autoindustrie speelt. Waren Virenque en Dufaux niet al proefpersonen in een ontstekingsremmersprogramma van een Zwitserse firma? Wielrennen leent zich net als atletiek toch al gemakkelijk voor deze verwording, in tegenstelling tot bijvoorbeeld voetbal, schaken en judo.

De verhouding tussen lichaam en geest (en tussen verschillende lichaamsaspecten: souplesse, uithoudingsvermogen, et cetera) in de diverse sporten vergt een analyse die in het kader van dit betoog te ver gaat, maar welke rol doping kan spelen (en het soort doping) is wel direct verbonden met deze uitgangspunten.

Het is ook precies op dit punt dat Wagendorp de mist ingaat als hij de vergelijking trekt met andere praktijken, zoals de journalistiek waarin 'doping' wel mag worden gebruikt. Punt één: journalistiek is, evenmin als kunst, een wedstrijd. Punt twee: ik ga geen drie uur naar een schrijvende Bert Wagendorp zitten kijken, zoals ik vanmiddag naar de Tour ga zitten kijken. Ik lees zijn stukjes wel, en of ze onder invloed zijn geschreven of niet, zal me worst wezen, als ze maar goed zijn.

En punt drie: ik geloof niet dat het roken van nicotine en het drinken van alcohol een prestatieverhogende werking op journalisten heeft (al ben ik hier het minst zeker van). Dezelfde argumenten kunnen overigens worden gehanteerd voor een cd van een alcoholische popmuzikant (maar wat als diezelfde popmuzikant bij een live-concert geen woord uit zijn dronken kop kan krijgen?).

Hoe dan ook, als sportliefhebber (en laten we niet vergeten dat die essentieel zijn voor de sport!) ben ik niet in de eerste plaats geïnteresseerd in de uitslag, maar in de manier waarop die tot stand is gekomen. En ik ben bang dat er toch iets verloren is gegaan als Wagendorp gelijk krijgt en we over vijftien jaar bij de uitslag niet alleen de sponsor van de ploeg tussen haakjes aantreffen, maar ook de hoeveelheden EPO, anabole steroïden en amfetaminen die de renners die dag tot zich genomen hebben, zodat we voor onszelf kunnen uitmaken wie de echte winnaar van de bergetappe is.

Ben ik te cynisch en te pessimistisch? Misschien, maar alles in het huidige tourbedrijf wijst erop dat de renners onder enorme sportieve en commerciële druk staan. Ik vraag me af of Wagendorps vertrouwen in de gemiddelde topsporter, die volgens hem uitstekend de risico's kan afwegen, wel terecht is. Temeer omdat het vaak om geëxperimenteer gaat waarvan de gevolgen soms pas op latere leeftijd blijken.

Wagendorps voorstel om dopinggebruik medisch te laten begeleiden, brengt bovendien artsen in een ethisch discutabele positie: een soort burgemeester in oorlogstijd.

Heb ik een betere oplossing? Ja. Doe iets aan de lengte en de zwaarte van de etappes (waarom is pindakaas niet meer genoeg?). Voeg meer rustdagentoe. Wie heeft er eigenlijk belang bij om de renners fysiek over de kling te jagen? Richt de koers zo in dat er meer kans is op sportieve hoogtepunten die aan de menselijke maat zijn, en minder kans geven op hartafwijkingen.

Verzin maatregelen die begeleiders en renners weer bij zinnen brengen en duidelijk maken waar het om begonnen is in de sport: om een relatieve krachtmeting tussen relatief gelijkwaardige individuen die de wedstrijd beslissen op grond van training, inzet, durf, talent, slimheid en geluk. Reinig de Augiasstal en breng de wielrennerij terug van een zaak op leven en dood (of de gladiolen) tot wat het is: een mooie sport.

Jan Vorstenbosch is filosoof en verbonden aan het Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht van de Universiteit Utrecht.

Meer over