NieuwsWK VELDRIJDEN

Lucinda Brand rekent af met WK-spook en pakt bij vijfde poging wereldtitel veldrijden

De arm gestrekt, de vuist gebald, daarna alsnog beide armen de lucht in. Het zijn de triomfantelijke gebaren waarmee Lucinda Brand (31) uit Rotterdam in een kil en regenachtig Oostende de schaduw van vier voorgaande deelnames aan de wereldkampioenschappen veldrijden naar de vergetelheid verwijst. De vijfde keer is het raak. ‘Er is een last van mijn schouders gevallen.’

Annemarie Worst (rechts) en Lucinda Brand zien hoe ze in de laatste ronde over het strand afstand nemen van Denise Betsema (links).  Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Annemarie Worst (rechts) en Lucinda Brand zien hoe ze in de laatste ronde over het strand afstand nemen van Denise Betsema (links).Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Zaterdagmiddag komt ze met een voorsprong van 8 seconden op Annemarie Worst (25) uit Nunspeet en 19 op Denise Betsema (28) uit Den Burg, Texel, op de drafbaan als eerste over de finish, na loodzwaar geploeter op het strand. Zo kleurt het podium geheel oranje in de koningin van de Belgische badplaatsen, deze winterse dag gedrenkt in alle denkbare tinten grijs.

Ze was al vaak dichtbij geweest. Een keer vierde, drie keer brons, een keer zilver. De tweede plek in het Deense Bogense, in februari 2019, deed het meest zeer. Ze leek het met de Belgische Sanne Cant te gaan uitvechten, totdat een fietswissel dramatisch uitpakte. Haar vader greep haar fiets net iets te vroeg vast, waardoor ze onderuit werd getrokken. Met het zilver om de hals viel een tranenvloed niet te stelpen.

Volledig programma

Er was druk en er waren verwachtingen geweest, deze WK. In Oostende moest het maar eens een keer haar kant opvallen. Voor het eerst reed Brand, ook wegrenner van beroep, dit seizoen in het veldrijden een volledig programma. Zij had in het pelotonnetje van ijzersterke Nederlandse kanshebbers de afgelopen weken in het veld de meeste indruk gemaakt. Ze boekte elf zeges in 23 wedstrijden, liefst 22 keer stond ze op het podium. Ze leidt drie klassementen.

Haar onverzettelijkheid en hoge vermogen zijn haar sterkste wapens. Qua techniek, lang haar achilleshiel, doet ze nog maar nauwelijks onder voor de concurrentie. Na de wedstrijd voert ze nog een argument aan dat nog een keer misgrijpen haar wel heel slecht was uitgekomen. ‘Er komen zoveel heel goede jonge renners aan.’

Onder begeleiding van de manager van haar team Trek Baloise Lions, de ervaren ex-veldrijder Sven Nys, investeerde ze veel tijd in het rijden en het lopen in het zand. Bijna een vierde van het parcours in Oostende voert over het strand. ‘Ik voelde me bijna Belg, zolang verbleef ik hier. Het is niet voor niets geweest.’

Rakelings

Het betaalt zich in de wedstrijd niet zomaar uit. Pas in de allerlaatste ronde wordt het slopende gevecht in een glibberige bocht op de renbaan beslist. Worst, onverwacht sterk, rijdt aan kop, Brand rukt aan haar binnenkant rakelings langs de dranghekken op en als Worst naar rechts stuurt, raken ze elkaar met de ellebogen. De Gelderse komt ten val. Na afloop is er een omhelzing. ‘Sorry’, zegt Brand. Later: ‘Ik geloof niet dat ze er een punt van maakte. Het had ook andersom kunnen zijn. We rijden allebei onze eigen lijnen. Die kruisen elkaar.’ Worst: ‘Ik ben er niet gelukkig mee, nee. Het kostte mij de titel. Maar dit soort dingen kan gebeuren.’

De Nederlandse selectie domineerde de hele wedstrijd, ondanks een val van uittredend wereldkampioen Ceylin del Carmen Alvarado in de allereerste bocht – ze zou verder geen rol van betekenis meer spelen, ze wordt zesde op 1.12.

Het is Betsema die meteen afstand neemt. Zij weet als bewoner van een Waddeneiland wel raad met het zand. Brand en Worst sluiten aan. De drie geven elkaar weinig toe. Enkele duikelingen op de renbaan en moeizame doortochten in het mulle zand leiden niet tot grote verschillen. Brand spreekt zichzelf voortdurend moed in. ‘Ik ben een paar keer boos op mezelf geweest. Je gaat het deze keer doen!’ Coach Nys had het haar ook ingeprent: niet opgeven. ‘Tien seconden is hier niet veel. Een foutje van de ander en je bent weer terug.’ Ook Worst plooit niet. ‘Ik ben rustig gebleven. Het gaf me vertrouwen dat ik er telkens weer bij kwam.’

Zuur

Betsema haakt in de laatste ronde af. Ze voelt dat ze in de looppassages de mindere is; een eerder opgelopen knieblessure begint ook nog eens op te spelen. Ze heeft gemengde gevoelens, bekent ze na de race. ‘Ik ben blij met mijn eerste WK-medaille, maar ik was ook dicht bij de wereldtitel, dat maakt het ook een beetje zuur.’

Worst heeft vrede met haar tweede plek, hetzelfde resultaat als vorig jaar in het Zwitserse Dübendorf. Toen kon ze haar chagrijn over het verlies in de sprint van Alvarado niet verbergen, nu voelt het zilver als een kroon op een wat minder seizoen. Ze kampte lang met de naweeën van een val met de mountainbike in de zomer, waarbij er pezen in haar schouders scheurden. ‘Ik wilde het goed afsluiten, mijn doel waren deze WK.’

Dat Brand nu toch echt met de regenboogtrui om de schouders zit, maakt haar in eerste instantie vooral trots, maar, zegt ze, zonder de toejuichingen van het publiek zijn de emoties toch wat minder intens. ‘Misschien dat ik me komende week nóg beter ga voelen.’

Meer over