Louter leidt turnsters even terug naar het verleden

Als overblijfsel van een stormachtig verleden struint Frank Louter door de grote zaal van de Rod Laver Arena. In een wit T-shirt en een flodderige rode broek begeleidt de oud-bondscoach van Nederland de Oostenrijkse Carina Hasenöhrl....

Van onze verslaggever John Volkers

De verschijning van Louter doet ongewild, maar onontkoombaar herinneren aan recente WK-toernooien. Het eerste en leukste was dat van 2001 in Gent, toen de jonge Nederlandse vrouwenploeg onder aanvoering van Verona van de Leur een daverende entree maakte.

In de landenwedstrijd schaarde het door Louter gecoachte team zich bij de topvijf. Renske Endel werd destijds vice-wereldkampioene op het onderdeel brug.

Daarna volgde, in 2002, het toestel-WK van Debrecen, waar Van de Leur op vloer de nummer twee van de wereld werd. De turnwereld kuste haar voeten. Louter was een trotse trainer.

De herinnering aan het laatste WK onder Louter, dat van Anaheim 2003, is verser en zeker gevoeliger. Daar had door de Nederlandse vrouwenploeg olympische kwalificatie afgedwongen moeten worden.

De wereldtitelstrijd – de 37ste van de wereldbond FIG – werd evenwel een debacle voor Nederland. De ploeg werd zestiende, in plaats van bij de toptwaalf te eindigen. Louter, tot dan de veel geprezen trainer van Pro Patria Zoetermeer, verloor aanzien en nam datzelfde jaar nog ontslag, voordat de gymnastiekunie (KNGU) hem zelf buitenspel kon zetten.

Jaren ging het in de schoot van het Nederlandse vrouwenturnen over het litteken van die WK. Loes Linders, in Melbourne (als 23ste) gekwalificeerd voor de finale van de prestigieuze meerkamp, herinnerde er gisteren onbedoeld nog eens aan. ‘Anaheim was een beetje raar verhaal’, zei de Udense tandartsdochter.

Ze heeft er voor altijd een nare smaak aan overgehouden. Het was haar debuut op het hoogste niveau. Ze was verrassend in de ploeg gekozen, ten koste van de treurende Van de Leur en de boze Renske Endel.

Linders, toen 15 jaar, deed het in Californië zeer naar behoren. ‘Loesje’, zoals chef-begeleider Willem Veldman haar liefkozend noemt, bleef met Suzanne Harmes in het zenuwentoernooi keurig overeind.

Ze is nog steeds trots op die prestatie. ‘Maar niemand in Nederland heeft er iets van gezien. Op televisie waren de valpartijen van Gabriëlla Wammes en Berber van den Berg te zien. Maar van mij is geen beeldje getoond.’

De meerkamp kon ze niet volledig turnen, ‘omdat Frank voor zijn eigen turnster gekozen had’. Dat was Laura van Leeuwen, de brugspecialiste die een jaar later voor Linders ook de toegang tot de olympische tweepersoonsformatie barricadeerde.

In Melbourne is Van Leeuwen er niet bij en Linders weigert nog een woord vuil te maken aan dat deel van het verleden. ‘Het is voorbij. Het is geweest. Ik heb liever niet dat het daarover nog gaat.’

Linders ziet nog een hele toekomst voor zich. Ze heeft nog steeds het lichaam van een lichtgewicht en denkt, als bijna 18-jarige, minimaal nog de hele olympische cyclus mee te kunnen. ‘Beth Tweddle, de Britse, is 23. Zij is een laatbloeier. Ik spiegel me aan haar. Ik ben ook pas laat, op mijn 12de, serieus gaan turnen.

Linders en haar twee jaar oudere clubgenote van De Hazenkamp, Suzanne Harmes (19), zijn de twee routiniers waarop de sectie vrouwen van het Nederlandse topturnen de komende jaren moet drijven. Harmes is een topper en sloop gisteren als negende de meerkampfinale en de vloerfinale binnen. Op de geschoonde lijst van ‘vloer’ kwam ze achtste te staan.

Het tweetal moet met hun ervaring leiding geven aan nieuwelingen als Lichelle Wong en Danila Koster, twee pupillen van Frank Louter. Petra Witjes en Sanne Wevers, jonge talenten uit Oldenzaal, zijn de andere turnsters die voor de WK van 2007 in Stuttgart, het olympisch kwalificatietoernooi, uit de coulissen moeten komen.

De top van het Nederlandse vrouwenturnen is smal. ‘Maar dat is nooit anders geweest’, zegt technisch coördinator Veldman. In het 6-5-4-systeem (zes turnsters per team, vijf per toestel, vier tellen in de uitslag) is het volgens hem altijd zoeken geweest naar de nummer zes. ‘Dat is iedereen vergeten, maar zelfs in 2001 lag dat moeilijk. Kimberley Viola en Fieke Willems waren onze zes en zeven.’

Dat de nieuwe talenten zich niet in rijen van tien melden, heeft ook met de zwaardere eisen van het moment te maken. Veldman: ‘De Nederlandse vrouwen zijn wereldtop. Met 33, 34 punten in de meerkamp doe je niet mee. Het gaat erom dat je, zoals Suzanne Harmes, 36 punten aan het teamresultaat kunt bijdragen.’

Harmes kwam gisteren over vier toestellen tot 35.849, Linders tot 34.225. De door sommige waarnemers al afgeschreven Verona van de Leur reikte tot 33.587. ‘Die houden we er als nummer zes nog graag bij’, zei Veldman.

Meer over