Interview

Kunstrijdster Van Zundert mag ook van NOCNSF naar de Spelen en dat is maar goed ook: ‘Ze moet bij de jury naamsbekendheid opbouwen’

Kunstrijdster Lindsay van Zundert mag naar de Winterspelen van 2022 in Beijing. Dat heeft ze te danken aan haar 16de plaats bij de WK kunstrijden van afgelopen weekend. Ze boekte daar het beste Nederlandse resultaat sinds de bronzen medaille van Dianne de Leeuw bij de WK van 1976. De Leeuw was in datzelfde jaar ook de laatste Nederlandse kunstrijder op de Spelen, in Innsbruck. Ze won er zilver.

Lindsay van Zundert tijdens de Ladies Free Skating op de Wereldkampioenschappen kunstschaatsen in Stockholm, Zweden. Beeld AP
Lindsay van Zundert tijdens de Ladies Free Skating op de Wereldkampioenschappen kunstschaatsen in Stockholm, Zweden.Beeld AP

Van Zunderts Belgische coach Jorik Hendrickx, zelf tweevoudig olympiër, was niet verrast door haar goede optreden in Stockholm. Hij en collega-coach Carine Herrygers werken sinds een jaar met Van Zundert en hadden al snel door wat ze kan. Hendrickx. ‘Wat Lindsay heeft laten zien, spreekt voor zich: ze behoort tot de wereldtop. En ze is pas 16, dus er is nog groeimarge.’

In het kunstrijden breken schaatssters vaker op jonge leeftijd door. Sterker, er zijn er ook die al vroeg weer afhaken. Hendrickx: ‘De sport vergt veel van het lichaam, vooral de sprongen en de pirouettes. Vaak worden de jonge lichamen helemaal uitgebuit.’ Als voorbeeld noemt hij regerend olympisch kampioene Alina Zagitova, die haar titel als 15-jarige veroverde en nu al geen wedstrijden meer schaatst. ‘Dat moeten we voorkomen bij Lindsay.’

Viervoudige sprongen

Sowieso is dat een groot verschil tussen landen als Rusland en Nederland. De Russische schaatsers worden al van jongs af aan intensief begeleid. Het is niet voor niets dat zij uitblinken in de fysiek lastigste onderdelen van de sport: de viervoudige sprongen. Van Zundert heeft die vroege intensieve begeleiding niet gehad.

Enerzijds is dat een voordeel, omdat ze haar lichaam niet heeft opgebrand. Anderzijds zet het de de mavo-4-scholier op een achterstand. Terwijl de Russinnen gedrild zijn in het zware werk, heeft zij nog een weg af te leggen.

Dat ze toch al zo goed scoort, geeft een indruk van haar vermogens. De carrière van haar trainingsgenoot Loena Hendrickx, de zus van haar coach, biedt perspectief. Zij debuteerde in 2017 als 17-jarige op het WK met de 15de plaats en besloot het afgelopen WK verrassend als 5de.

Naamsbekendheid opbouwen

Als Van Zundert ook naar de mondiale top-5 wil doorgroeien, is deelname aan de Spelen van volgend jaar een vereiste, denkt haar coach. Is het niet voor een goede uitslag in Beijing zelf, dan toch met de Spelen van 2026 in het vooruitzicht. ‘In een jurysport als kunstrijden is het belangrijk om naamsbekendheid op te bouwen’, zegt hij. ‘Het is belangrijk dat de juryleden je leren kennen en dat kan alleen door deel te nemen aan de grootste toernooien.’ Bewust of onbewust waarderen juryleden gevestigde namen hoger. Onbekenden staan met 1-0 achter.

Dinsdag liet de KNSB weten dat Van Zundert zich niet alleen naar de maatstaven van de internationale schaatsunie (ISU) heeft gekwalificeerd, maar dat ze ook voldoet aan de eisen van NOCNSF. De schaatsbond verkeerde in de aanloop naar het kampioenschap nog in de veronderstelling dat alleen een top-12-positie toegang tot de Spelen zou verschaffen. Die kwalificatie-eis bleek, dankzij Van Zunderts optreden, versoepeld.

Het had ook anders kunnen aflopen. In 2001 eindigde Karen Venhuizen als 22ste op de WK en voldeed daarmee aan de eisen van de ISU. Maar NOCNSF vaardigde haar niet af naar de Winterspelen in Salt Lake City.

Als dat Van Zundert was overkomen, was dat fnuikend geweest voor haar carrière, denkt Hendrickx. ‘Een top-12-positie is voor Lindsay realistisch, maar kunstrijden is een sport waar je in moet groeien. Dat kun je niet bepalen aan de hand van één WK.’

Schrapen

Het ticket is nu binnen, maar er zijn nog voldoende uitdagingen. Met name financieel. Want hoewel kunstrijden wereldwijd de populairste olympische wintersport is, is het in Nederland schrapen. Van Zundert kan rekenen op een bijdrage van Stichting Kunstrijden Nederland, van oud-kunstrijdster Joan Haanappel, maar daarnaast betalen zij en haar ouders veel zelf. De KNSB neemt alleen de uitzendingen naar grote toernooien voor zijn rekening.

Het beperkt haar mogelijkheden enorm. Hendrickx: ‘Nu is steeds het budget leidend, terwijl voor topsporters het programma leidend zou moeten zijn. Ze heeft al jaren niet kunnen trainen zoals ze wil en toch haalt ze een olympisch ticket.’

Dat is te danken aan haar ijzersterke mentaliteit, die ze ook op de WK liet zien. Zowel in de korte als lange kür moest ze als eerste het ijs op. Dat is nadelig. De juryleden beoordelen de openingsrijdster vaak terughoudend. ‘En je moet de toon zetten.’

Ze liet zich niet van de wijs brengen, maar reed haar kür precies zoals hij was uitgedacht. Zonder fouten. Dat is Van Zundert ten voeten uit. ‘Ze gaat er altijd voor, kan echt knokken.’ Dat zal volgend jaar in Beijing niet anders zijn.

Meer over