Schaatsen

Kramer grossiert in olympische startbewijzen na een redelijke race

Sven Kramer en Marcel Bosker zijn door de schaatsbond KNSB aangewezen voor de olympische ploeg. Hierdoor is er geen plek voor Tijmen Snel (derde op de 1.500) en Dai Dai N’tab (2de 500).

Erik van Lakerveld
Sven Kramer krijgt een schouderklop van zijn coach Jac Orie. Kramer werd derde op de 5.000 meter.  Beeld Klaas Jan van der Weij
Sven Kramer krijgt een schouderklop van zijn coach Jac Orie. Kramer werd derde op de 5.000 meter.Beeld Klaas Jan van der Weij

Eén race reed Sven Kramer op het olympisch kwalificatietoernooi. Hij werd derde op de 5 kilometer, te slecht om rechtstreeks plaatsing voor de Winterspelen af te dwingen. En toch mag de 35-jarige Fries straks in Beijing op drie onderdelen deelnemen. De KNSB heeft hem, naast de 5.000 meter, aangewezen voor de massastart en de ploegenachtervolging voor de Winterspelen.

De schaatsbond heeft eveneens besloten om Marcel Bosker aan te wijzen voor de olympische achtervolgingsploeg en de 1.500 meter. Ook Bosker plaatste zich niet op eigen kracht. Zijn naam ontbrak na het OKT in de ‘selectievolgorde’, het document dat als leidraad voor de verdeling van de individuele startplekken diende. Op de 1.500 meter eindigde hij als vijfde, op de 5 kilometer als vierde.

Het aanwijzen van Kramer en Bosker ging koste van 500-meterspecialist Dai Dai N’tab en van Tijmen Snel, die tijdens het OKT verrassend derde werd op de 1.500 meter. Technisch directeur Remy de Wit praatte de twee op zondag persoonlijk bij. ‘Ik vind dat we dat ook met veel zorg moeten doen’, zegt hij. ‘En ze reageerden heel professioneel.’

Toch wringt het. Na vijf dagen individuele wedstrijden onder hoogspanning werden er, na een uur of dertien vergaderen door de selectiecommissie van de KNSB, twee namen gekozen die in Thialf niet goed genoeg bleken. Terwijl er zeven schaatsers zelfstandig een startplek hebben afgedwongen zijn er twee schaatsers aangewezen, notabene op een discipline die in Nederland minder aanzien geniet dan de klassieke afstanden.

Onverwacht was die situatie niet. Nederland mag maar negen schaatsers meenemen naar de Olympische Spelen, terwijl er 16 individuele startplekken zijn in te vullen. Daarnaast zijn er voor de ploegenachtervolging drie rijders nodig: zij moeten ook op een individueel onderdeel uitkomen. Bij de vrouwen leidde dat niet tot problemen, bij de mannen wel.

Spanning in selectiemethoden

Dat er spanning zit tussen de harde individuele selectiemethode op het OKT en het aanwijzen van schaatsers, erkent De Wit. Die wordt versterkt door de rolverdeling in het schaatsen. Commerciële ploegen zijn verantwoordelijk voor de klassieke afstanden, de prestatie van de ploegenachtervolging komt vooral op het conto van de schaatsbond.

Laat de KNSB de ploegenachtervolging om die reden zwaarder wegen dan de belangen van individuele schaatsers als N’tab en Snel? Waarom wordt er geen trio geformeerd uit de schaatsers die zich wel hebben geplaatst? Patrick Roest zou kunnen rijden met Jorrit Bergsma en bijvoorbeeld Thomas Krol, in plaats van met Kramer en Bosker. De Wit wijst de suggestie van dubieuze belangenverstrengeling stellig van de hand. ‘Dat is erg kort door de bocht.’

De keus Kramer en Bosker is volgens De Wit een verdedigbare ingreep omdat hij en de rest van de selectiecommissie olympisch goud als leidraad hanteren. Uit 5.000 computersimulaties is gebleken dat de ploegenachtervolging meer kans biedt op de olympische zege dan N’tab en Snel kunnen bieden na hun respectievelijke tweede plaats op de 500 meter en de derde plek op de 1.500 meter bij het OKT.

Pijnlijke afwijzing Bergsma

Kramer vergroot de kans op een olympische achtervolgingszege flink volgens de KNSB. In zijn loopbaan won hij op dat onderdeel achtmaal goud op de WK afstanden. De eerste in 2007 en de twee meest recente titels waren 2019 en 2020. Toch is hij juist op de Spelen een stuk minder succesvol. Viermaal deed hij mee met de Nederlandse ploeg, alleen in 2014 werd gewonnen. De andere keren bleef het bij brons.

Het vertrouwen van de KNSB in Kramer is hoe dan ook groot, ondanks zijn chronische rugklachten, slechte voorseizoen en OKT. Hij keert ook terug op de olympische massastart, een onderdeel waarop hij nauwelijks ervaring heeft maar waarop hij vier jaar geleden Koen Verweij naar het brons hielp. In China zal hij de koers zwaar moeten maken voor Jorrit Bergsma, de wereldkampioen massastart van 2020.

De combinatie van beide Friezen is opvallend. Tijdens de Winterspelen van 2014, in Sotsji, trok Bergsma zich tijdens het toernooi vanwege pesterijen ontgoocheld terug uit de achtervolgingsploeg waar naast Kramer ook Koen Verweij en Jan Blokhuijsen deel van uitmaakten. Die ervaring noemde Bergsma afgelopen week een ‘litteken op mijn carrière’.

De twee zijn professioneel genoeg om over oud zeer heen te stappen, denkt De Wit, die in Beijing aan zijn eerste Winterspelen begint. Of die inschatting juist is, zal volgende maand blijken. Ook zal blijken of de KNSB het vertrouwen aan de juiste 35-jarige Fries heeft geschonken. Waar Kramer zich niet op eigen kracht plaatste voor Beijing lukte dat Bergsma wel op twee afstanden: de 5.000 en 10.000 kilometer. En als hij was gevraagd, zou hij met liefde ook op de ploegenachtervolging voor goud hebben gestreden.

Olympische kwalificaties

Mannen

500 m: Merijn Scheperkamp, Kai Verbij, Thomas Krol

1.000 m: Thomas Krol, Kai Verbij, Hein Otterspeer

1.500 m: Thomas Krol, Kjeld Nuis, Marcel Bosker

5.000 m: Jorrit Bergsma, Patrick Roest, Sven Kramer

10.000 m: Jorrit Bergsma, Patrick Roest

Massastart: Jorrit Bergsma, Sven Kramer

Ploegenachtervolging: Patrick Roest, Sven Kramer, Marcel Bosker

Vrouwen

500 m: Femke Kok, Michelle de Jong, Jutta Leerdam

1.000 m: Jutta Leerdam, Antoinette de Jong, Ireen Wüst

1.500 m: Antoinette de Jong, Ireen Wüst, Marijke Groenewoud,

3000 m: Irene Schouten, Antoinette de Jong, Carlijn Achtereekte

5000 m: Irene Schouten, Sanne in ‘t Hof

Massastart: Irene Schouten, Marijke Groenewoud

Ploegenachtervolging: Irene Schouten, Ireen Wüst, Antoinette de Jong

Meer over