Krajicek speelt en spreekt met flair

PARIJS: Roland Garros, mannen, tweede ronde: Krajicek (Ned/6) - Ulihrach (Tsj) 6-2, 3-6, 6-2, 6-3, Krajicek in derde ronde tegen Rafter (Aus), Bruguera (Sp/16) - Van Scheppingen (Ned) 6-2, 6-3, 6-3, Chang (VS/2) - Golmard (Fr) 6-2, 6-3, 3-6, 6-2, Rios (Chil/7) - B....

Van onze verslaggever

Wybren de Boer

PARIJS

'Schijtbak' riep Richard Krajicek, maar waar die verbale uitspatting nog maar kort geleden een kwaad voorteken zou zijn geweest bewees de Hagenaar donderdag dat ergernis op hem niet langer een fatale uitwerking heeft. Met een overtuiging die nog maar weinig geplaatste spelers de voorbije dagen op Roland Garros etaleerden, verzekerde Krajicek zich van een plaats in de derde ronde.

Een set (6-2, 3-6, 6-2, 6-3) moest hij afstaan aan de Tsjech Ulihrach, al kon dat verlies eerder aangemerkt worden als een schoonheidsfoutje van Krajicek. Een tot dan vlekkeloos optreden werd bij een 2-1 voorsprong in de tweede set plotseling ontsierd door twee missers, een uitgeslagen volley en een totaal mislukte poging tot een smash. De ergernis die daaruit voortkwam, bood Ulihrach de gelegenheid om twaalf punten op rij te maken en de tweede set naar zich toe te trekken.

En dat terwijl Krajicek zich nog zo had voorgenomen geen lichtzinnige fouten te maken. 'Ulihrach staat bij de beste dertig van de wereld, dat is een lastige tegenstander zo vroeg in het toernooi. Dan moet je scherp blijven.' Bovendien hanteert de Tsjech een spelstijl waar Krajicek enigszins bevreesd voor is. 'Hij is een type Courier, een hardhitter vanaf de baseline, daar houd ik niet van.'

In kritieke fases kan Krajicek echter altijd een beroep doen op zijn service en netspel. Nadat de tweede set verloren was gegaan, hervond hij de scherpte en de concentratie in zijn spel en waren Ulihrach nog slechts vijf games vergund. Twintig aces en negentien verzilverde volleys lieten geen twijfel bestaan over de wijze waarop Krajicek zijn tegenstander op de knieën bracht. Met een ace haalde hij ook het laatste punt binnen.

Wie een kritische blik werpt op Krajiceks verleden in Parijs (vier keer vroegtijdig uitgeschakeld) zou tot de conclusie kunnen komen dat zijn optredens in de halve finale (1993) en kwartfinale (1996) incidenten waren, maar zelf denkt hij daar sinds kort anders over. Juist zijn rondgang langs de graveltoernooien in de achterliggende weken heeft Krajicek geleerd dat zijn aanvallende spel op het snelle Franse gravel tot fraaie resultaten kan leiden.

Gesterkt door zijn successen tijdens het hardcourt-seizoen (winst in Rotterdam en Tokyo) besloot Krajicek om ook op het gravel zijn geluk te beproeven met een uiterst offensieve strijdwijze. In Hamburg en Rome leidde dat weliswaar tot vroegtijdige nederlagen, maar in Monte Carlo was kort daarvoor gebleken dat zijn redenering verre van ongegrond was. Stich en Philippoussis vonden hun meerdere in Krajicek, de Spanjaard Moya kwam nog net met de schrik vrij.

Krajicek: 'Steeds maar naar het net gaan brengt risico's met zich mee, maar het is wel het spel waar ik mij het prettigst bij voel. En juist als je trouw blijft aan je favoriete speltype, voel je je ook zelfverzekerder. Dat merk ik tijdens m'n wedstrijden. Als ik serve-volley blijf spelen, word ik tijdens de wedstrijd steeds agressiever. En dan worden mijn andere slagen ook per wedstrijd beter.'

De overtuiging in zijn stem en de flair waarmee Krajicek zich op Roland Garros over de baan beweegt, roepen herinneringen op aan de speler die juli vorig jaar op Wimbledon transformeerde van een pathologisch twijfelaar in een zelfbewuste kampioen. Even frappant was het dat Krajicek gisteren niet zozeer sprak over de opponent die hem in de derde ronde wacht, maar reeds de naam liet vallen van de tegenstander die daarna opduikt. 'Ik heb alvast gekeken wie de eerste geplaatste speler is die ik tegenkom. Dat is Alberto Costa.'

Die mag dan als gravelspecialist te boek staan, angst lijkt Krajicek in Parijs voor niemand te hebben. De wetenschap dat tal van zogenaamde favorieten (Rios, Corretja, Muster) met hun vorm worstelen, sterkt het vermoeden dat meer dan ooit serve-volley-spelers op Roland Garros een greep naar de macht kunnen doen. De condities, zo liet ook Krajicek weten, zijn in alle opzichten optimaal. 'De banen zijn heel snel. De bal gaat net zo snel en stuit precies zo als op hardcourt.'

Voor Dennis van Scheppingen werd zijn tweede duel op Roland Garros een ontnuchterende ervaring. Op het court Suzanne Lenglen werd de 21-jarige tennisser uit Wilnis bijkans tot wanhoop gedreven door Sergi Bruguera, die weinig meer hoefde te doen dan zijn slagen een overdosis topspin mee te geven om zijn Nederlandse opponent tot overgave te dwingen: 6-2, 6-3, 6-3. Van Scheppingen sprak bewonderend over 'ontiegelijk veel effect'.

In de wetenschap dat rallyen een zinloze onderneming zou zijn, liet Van Scheppingen al op voorhand weten zijn geluk aan het net te zullen beproeven, maar om daar te komen bleek donderdag nog een hele klus. Bruguera legde dermate veel lengte in zijn slagen dat zijn tegenstander slechts geforceerd ten aanval kon trekken, daarmee een genadeloze passeerslag of lob als straf riskerend.

Het alternatief, wachten achter de baseline, bood echter nog minder perspectief en dus werd Van Scheppingen genoodzaakt kamikaze-acties te ondernemen. 'Je valt aan op ballen waarop dat eigenlijk niet kan.' En aangezien zijn volleys bepaald niet het sterkste onderdeel van zijn spel vormen en zijn service te vaak haperde, werd hij tot een gewillig slachtoffer voor de Spanjaard. 'De slagen die je nodig hebt om mee aan te vallen, daar kan ik nog niet voldoende op vertrouwen.'

De lof van zijn tegenstander ten spijt was Bruguera zelf amper tevreden met zijn verrichtingen. Voor de Catalaan is de vorm waarmee hij in 1993 en 1994 de hoofdprijs veroverde in Parijs de maatstaf en van dat niveau is Bruguera naar eigen zeggen nog ver verwijderd. 'Drie jaar geleden liep ik beter, sloeg ik dieper en zat er meer effect in mijn slagen.'

Meer over