Koude vingers van De Bruijn verraden topvorm

Zwemkampioene Inge de Bruijn is terug in Nederland, voor een week, om bij de Swim Cup in Amsterdam haar olympische kwalificaties zeker te stellen....

Voel mijn handen dan, zegt Inky, als ze even later buiten het Sloterparkbad, in de ontluikende lente, een ijsmuts over de blonde haren trekt. Die zijn koud. Al het bloed is uit de vingers weggetrokken, maar een oude zwemwet zegt dat dit niet zo erg is voor een topzwemster.

Kou lijden is wat anders, maar het koud hebben is in zijn algemeenheid voor een zwemster de barometer van haar topvorm. Als het vet na maximale inspanning volledig is weggetraind, als de opperhuid en lederhuid weinig isolatie meer bieden, dan heeft de zwemster het, zelfs in verwarmd water van 26,8 graden, koud en dan mag de trainer content zijn.

Paul Bergen, de Amerikaanse coach van Inge de Bruijn, is voor het eerst in Nederland en bekijkt het tafereel met tevredenheid. Hij werkt zelf in een klein bad in Beaverton, Oregon en hij is onder de indruk van het fraai vormgegeven Sloterparkbad .

Er wordt een toeloop verwacht om De Bruijn weer eens in Nederland in actie te zien. Vorig jaar kwam ze naar de Swim Cup, als lid van de thuisploeg TZA, maar toen zwom ze alleen maar 50 meters (vrij en vlinder). Voor de 100 meter vrije slag trok ze zich met maagklachten terug.

Deze keer is Bergen weer terug op de coachstoel. De Bruijn, tweevoudig wereldkampioen in de voorbije zomer op de korte 50 meternummers, keerde in het najaar van 2003 bij haar Amerikaanse coach terug. Ze was bereid nog één keer de pijn te lijden die nodig is om in olympische topvorm te komen.

Het waren zware tijden voor de zwemster. Bergen: `Ze had nooit meer zo hard getraind als in haar grote jaar 2000. De herfst en de winter waren heel zwaar voor haar. Pas eind februari heb ik eindelijk de vorderingen gezien die ze moest maken. Ze kon de stap maar niet maken, ze knalde steeds tegen de muur. Maar deze maand is ze van een ander niveau . Nu het doel nadert, is haar concentratie beter.'

In Amsterdam zwemt De Bruijn deze week vrijwel zeker vier nummers, de 50 en 100 vlinder, en de 50 en 100 vrij. Op drie afstanden - de 50 vlinder is niet olympisch - is ze deze zomer in Athene titelverdedigster. De 100 meter vrij, het koninginnenummer, wordt zondag gezwommen.

Ze zwom die afstand de laatste jaren nauwelijks. In 2001 was haar laatste serieuze 100-meterrace, bij de WK in Japan. Ze werd toen wereldkampioen, in 54,18. Haar wereldrecord (uit 2000) staat op 53,77, maar Bergen zegt tevreden te zijn als De Bruijn zondag door de 55-grens heenbreekt.

Dan kunnen ze weer naar huis, met het olympisch plaatsbewijs op zak. `En dan hoeven we', zegt Bergen, 'in elk geval niet meer terug naar Nederland voor nog een extra kwalificatierace op de nationale kampioenschappen, of naar de EK in Madrid, voor een laatste kans.'

Inge de Bruijn mag in de maanden tot Athene nog maar één uitstapje maken, zegt Bergen, en dat is naar de Mare Nostrum in Monaco. In dat prinsdom heeft ze een vriendschapsband met met IOC-lid en bobsleeër Prins Albert. Bergen: `Monaco is speciaal. Inge heeft er in 2000 haar eerste wereldrecord gezwommen.'

In Amsterdam zal De Bruijn vier dagen het middelpunt zijn. Voor vrijdag staat een speciaal eerbetoon op het programma. De voorgevel van het Sloterparkbad is daartoe reeds afgedekt met een kleed. Door het textiel heen valt het meters grote beeld van een vlinderslagzwemster te ontdekken.

Meer over