Koude kweekt karakter

Het Noorse gehucht Hol is een broedplaats van vroegere en toekomstige schaatskampioenen. Het is een bastion van de bedreigde Noorse schaatscultuur....

De zon is uren geleden onder gegaan, het vriest stevig en een ijzige wind blaast voortdurend wolken van sneeuw door de verlaten straten. Toch piekeren de kinderen van het Noorse gehucht Hol er niet over om binnen te blijven. Zij drommen samen op een bevroren speelplaats, een ijsvlakte met de plechtige naam Skøytestadion.

Donderdagavond is schaatsavond voor de tientallen scholieren uit het dorp dat, halverwege Oslo en Bergen, verscholen ligt tussen glooiende bergen. Ze ravotten urenlang op hun ijzers, alsof de kou hen niet deert. Soms duiken ze de kantine in voor warme chocolademelk, maar zodra de wedstrijdjes over 100, 400 of 500 meter beginnen, stormen ze enthousiast naar buiten. Zo gaat het elke week, al decennia.

Op de glanzende ovaal zijn kinderen uitgegroeid tot kampioenen. Het natuurijs van Hol verbindt het roemrijke Noorse schaatsverleden met een toekomst die, voor het eerst in tijden, veelbelovend is.

Ådne Søndrål, de laatste Noor die olympisch schaatsgoud won, bekwaamde zich er in zijn sport. Håvard Bøkko, de 18-jarige kroonprins van het Noorse schaatsen, sleet er al zijn vrije uren. Hij is door de Noorse bondscoach Peter Mueller uitgeroepen tot het grootste talent sinds Eric Heiden.

Het is, meent Søndrål, geen toeval dat zijn dorp talenten voortbrengt. Hoewel Hol minder dan duizend inwoners telt, is schaatsen verankerd in de cultuur. Een nabijgelegen stadje, Geilo, staat te boek als het Sankt Moritz van Noorwegen. Skiën is er populair. Maar in de boerenstreek van zijn jeugd, overheerst de liefde voor ijs. Hol ligt op hoogte (550 meter boven zeeniveau), waardoor de kou langer aanhoudt dan elders in Noorwegen.

De olympische kampioen van Nagano (1500 meter): 'Er zijn meer Noorse dorpen met een ijsbaan, maar dat is dan een voetbalveld dat onder water is gezet. In Hol heet het echt 'Schaatsstadion'. Elk kind dat in Hol wordt geboren komt in aanraking met schaatsen. Als iemand talent heeft, wordt het bij ons absoluut ontdekt.'

Bondscoach Mueller gaf, na een kort bezoek aan het dorp, nog explicieter aan wat Hol zo speciaal maakt. Volgens hem valt er niets anders te doen dan 'schaatsen en neuken'.

De Noren legden acht jaar geleden al een verband tussen Søndrål en Bøkko. Na de olympische zege van de schaatser, tegenwoordig werkzaam als tv-commentator, werd het 10-jarige talent vanuit Hol naar een studio in Oslo gehaald en aan het volk gepresenteerd, als Søndråls mogelijke opvolger.

'Het was mijn eerste keer op televisie', weet Bøkko, van wie nog een oude kleurenfoto in de kantine hangt. Hij heeft dezelfde spillebenen als zijn 14-jarige zus Hege, die buiten razendsnelle sprints trekt met de snijdende wind in de rug.

De Noren konden op dat moment van glorie niet beseffen dat de overgang van Søndral naar Bøkko gepaard zou gaan met een diepe, langdurige crisis. Successen werden, na de olympische zege van 1998, steeds schaarser. Veelbelovende schaatsers als Eskil Ervik braken om verschillende redenen (incompetente trainers, mentale zwakte) nooit door. Het publiek haakte af. Geldschieters trokken zich terug.

Het symbolische dieptepunt werd bereikt in 2001. In dat jaar wist geen enkele Noor zich te plaatsen voor de WK allround. Dat was slechts eenmaal eerder voorgekomen - in het jaar 1896, nog voordat Noorwegen officieel onafhankelijk werd van Zweden.

De kentering kwam in 2003 met de aanstelling van Mueller, de Amerikaan die als coach in Nederland (Romme, Bos, Timmer) en de Verenigde Staten (Dan Jansen, Bonnie Blair) een indrukwekkende erelijst had weten op te bouwen. Als een volleerde standwerker bracht hij de schaatssport aan de man. Hij voorspelde het Noorse publiek overwinningen. Hij voorzag een grootste toekomst voor mannen als Ervik, Øystein Grødum en zijn persoonlijke ontdekking, de jonge Bøkko.

Hoewel de zeges het eerste jaar uitbleven, bracht Mueller vorig jaar de beloofde kentering teweeg. Zijn ploeg bleek teamgeest te paren aan werklust. De schaatsers trainden harder dan ze ooit hadden gedaan. De Amerikaan was erin geslaagd hun innerlijke vuur aan te boren. De nuchtere Noren geloofden in hun mogelijkheden.

De stayer Grødum ('als iemand honderd keer tegen je zegt dat je de beste bent, ga je het vanzelf een beetje geloven') nam het voortouw. Maar ook de andere schaatsers gingen snel vooruit. Bij de WK afstanden, in maart vorig jaar, volgde de voorlopige apotheose.

Hoewel Grødum, een kanshebber op de 5 en 10 kilometer, zich kort voor de WK ziek moest afmelden, kreeg de teleurstelling geen vat op het Noorse kamp. Rune Stordal en Even Wetten traden uit zijn schaduw. Zij veroverden, volstrekt onverwacht, de titels op 1000 en 1500 meter en werden thuis als volkshelden ingehaald.

'Noren zijn extreem nationalistisch', meent Søndrål (34). 'Als zelfstandige natie bestonden we in 2005 pas 100 jaar. Wij willen winnaars zien. Als successen in het schaatsen uitblijven, dan kijken we liever naar wintersporten waarin we wel succesvol zijn. Van een vijfde plaats in een schaatswedstrijd wordt geen Noor opgewonden.'

Behalve in Hol.

Niet lang na zijn aanstelling belegde Mueller een trainingskamp in het dicht bij Hol gelegen Gol. De destijds 16-jarige Bøkko zag zijn kans schoon. Hij begaf zich op het ijs met de nationale selectie en sloot brutaal aan bij het treintje.

Ervik en consorten probeerden de graatmagere tiener eraf te rijden, maar wat ze ook deden: hij bleef in hun spoor. Mueller kon zijn ogen niet geloven. Hij dacht terug aan zijn jonge jaren in Amerika, waar hij op het ijs werd geconfronteerd met Eric Heiden. Hij voelde dat Bøkko de toekomst van het Noorse schaatsen kon zijn.

Bøkko kreeg een uitnodiging voor de nationale ploeg. Hij ging er gretig op in en toonde zich meteen bestand tegen de druk. Bij de EK allround debuteerde hij vorig jaar als 17-jarige met de tiende plaats, bij de WK werd hij vijftiende. Onder de lofzang van zijn trainer is hij nuchter gebleven. 'Ik zal nooit vijf keer olympisch goud winnen zoals Eric Heiden. Maar ik ga proberen de beste schaatser van de wereld te worden.'

Voor de jongetjes in Hol is hij al een kampioen. Zij volgen Bøkko, de enkele keer dat hij zich nog op het vertrouwde natuurijs begeeft, op de voet. 'De kinderen kijken tegen hem op', zegt Björn Arve Rue, de voormalige jeugdtrainer van Bøkko en Søndrål. 'Ådne was het idool van Håvard. Nu is Håvard zelf het grote voorbeeld.'

Door de successen van het afgelopen seizoen, in combinatie met de rooskleurige toekomst, hebben de Noren het schaatsen herontdekt. De EK allround van dit weekeinde in Hamar waren afgelopen zomer al uitverkocht. Een kwart van de bevolking heeft de televisieverslagen van de wereldbekerwedstrijden bekeken. Geldschieters zijn toegestroomd.

Er is, in tegenstelling tot in de jaren na Søndråls afscheid, weer geld om de schaatsers in het buitenland op trainingskamp te sturen. De meeste rijders hebben dit seizoen, dankzij de vrije verkoop van twee reclamelogo's op hun vuurrode schaatspak, voor het eerst een inkomen van enige tienduizenden euro's.

'Een slapende, bijna dode reus is tot leven gewekt', meent Finn Aamodt. De technische directeur van de Noorse bond gelooft dat het schaatsen tot het nationale erfgoed behoort. 'Wij hebben een enorme rijke traditie. De eerste Noorse helden waren schaatsers: Oscar Mathisen, Ivar Ballangrud. Wij zijn nog maar een jonge natie. Een natie heeft helden nodig om een eenheid te worden. Bij ons waren dat begin vorige eeuw schaatsers.'

Toch is er ook reden tot zorg. Hol behoort tot een van de laatste bastions van de klassieke Noorse schaatscultuur, die zijn bestaan dankte aan lange, strenge winters.

Søndrål herinnert zich hoe hij in zijn jeugd tussen metershoge sneeuwwanden reed. De veegmachine had de sneeuw zo hoog opgespoten dat hij zich door een haag van kou voortbewoog, buiten bereik van de wind. 'Alsof de ijsbaan was omgeven door een muur.'

Die ijsmuur valt steeds minder vaak te bewonderen. De bevroren speelplaats is deze winter slechts omgeven door een walletje dat de val van kinderen nauwelijks breekt.

Ook Noorwegen ontkomt niet aan de wereldwijde klimaatsveranderingen, meent Aamodt. Er is steeds minder natuurijs. Op de hooggelegen plekken waar de kou zijn werk nog doet, duren de vorstperioden korter. In laaggelegen gebieden, zoals Oslo, kan zelfs het kunstijs niet op tegen het veranderde weer. 'Door de regen en wind waait ijs gewoon weg. We hebben nu maar één overdekte baan, in Hamar. Er zijn er meer nodig in de toekomst om schaatsers als Bøkko op te leiden.'

Technologie moet de uitkomst brengen, net als in Nederland en Amerika, waar de schaatssport vrijwel geheel afhankelijk is van kunstijs. De Noren gaan nog verder. Ze dromen van het kunstmatig manipuleren van de wind, zodat schaatsers rug- of tegenwind kunnen simuleren. Er bestaat een plan om windmolens langs een ijsbaan te plaatsen.

In Hol wordt dergelijke nieuwlichterij met hoongelach begroet. Computerspelletjes en ander jeugdig vertier worden voorlopig als een grotere bedreiging voor de sport gezien dan klimaatsverandering. Alleen als schaatsen deel uitmaakt van het levensritme van kinderen, meent de jeugdtrainer van Søndrål en Bøkko, heeft de sport toekomst. Hij weet uit ervaring dat ook de moderne jeugd door ijs betoverd kan worden, zelfs als het buiten bitterkoud is.

Björn Arve Rue: 'Kou kweekt karakter. Dat heeft een schaatser nodig. Kijk naar dit dorp. Het is zo klein en toch is er zoveel talent. De opvolger van Bøkko, Christoffer Rukke, staat al klaar. En Bøkko's zusje komt eraan.'

Meer over