Kort of lang, Bekele wint alle titels

Zijn landgenoot Haile Gebreselassie wordt de `Lach van Afrika' genoemd, Kenenisa Bekele zou wel eens als de `Grijns van Afrika' bekend kunnen worden....

Al drie jaar is de jongeling uit de Ethiopische provincie Arsi in het veld de maat aller dingen. Het kan regenen of droog zijn, de afstand mag vier of twaalf kilometer zijn; Bekele loopt iedereen er uit. Drie wereldkampioenschappen, zes titels, geen atleet kan tippen aan zijn palmares. John Ngugi en Paul Tergat, toch niet de minsten, bleven beiden steken op vijf titels.

En bij het veldlopen blijft het niet. Bekele kan alles, zegt zijn manager Jos Hermens. `Er worden al grapjes over hem gemaakt. Kenenisa is net geen Jezus, zeggen ze in het atletenhotel, hij kan niet op het water lopen, verder loopt hij op álle soorten ondergrond.' En de marathon? `Och, die komt er ook wel, na de Spelen van Peking.'

Met verbazing wordt in atletiekkringen naar het nieuwe fenomeen uit de hooglanden van Ethiopië gekeken. Bekele is sinds Parijs vorig jaar wereldkampioen 10.000 meter, hij loopt in het veld iedereen er al jaren uit, ook indoor draaft hij nu ver van voren. In Birmingham liep hij onlangs, tijdens pas zijn tweede (!) wedstrijd op een binnenbaan, een wereldrecord op de 5000 meter.

Hermens: `Hij combineert het beste van Tergat en Gebreselassie. Haile kon niet crossen, Paul won nooit een wereld- of olympische titel. Kenenisa kan het allemaal. En het is vervelend voor Haile, maar die olympische titel komt er straks in Athene natuurlijk ook. Ik noem Kenenisa gekscherend a fine young cannibal, hij eet álles.'

Vraag Bekele's coach naar diens geheim, en Tolossa Kotu glimlacht. `Veel trainen', zegt de man die zelf in 1980 bij de Spelen van Moskou naar de vervelende vierde plaats liep, achter zijn winnende landgenoot Miruts Yifter.

Kotu ontdekte Bekele ongeveer zes jaar geleden in Bekoji, toen hij als scout het platteland van Ethiopië afstruinde op zoek naar talent. Bekele, geïnspireerd door olympisch kampioenen als Derartu Tulu, Haile Gebreselassie en Fatuma Roba, won in 1997 allerhande schoolwedstrijden.

Hij kreeg een plaats aangeboden in het clubteam van de Mugher Cement Fabriek, marathoncoach Kotu schreef schema's voor hem. Maar een geheim? Tweemaal per dag trainen, vaak op de hoogte van het Entotogebergte, nabij Addis Abeba, grijnst de coach.

Bekele's superioriteit werd zondag in het Brusselse Park van Laken, bij de lange loop van twaalf kilometer, pijnlijk duidelijk. Samen met twee teamgenoten werden de grote Keniaanse concurrenten er al vroeg afgelopen, na negen kilometer liep Bekele ook weg van zijn landgenoten Gebremariam (tweede) en Sihine (derde).

De Kenianen bleven naar adem snakkend achter. In Kenia is veldlopen dé grote sport, verliezen van buurland Ethiopië wordt als een grote schande gezien. Patrick Sang, de Keniaanse bondscoach: `Verliezen is al erg genoeg, maar Kenenisa speelde gewoon een spelletje met ons. En dat is extra pijnlijk.'

Het is verleidelijk om Bekele met Gebreselassie te vergelijken en dan is, moet ook hun beider manager Hermens toegeven, de jonge Bekele nu al veelzijdiger. Met hardloopschoenen aan de voeten dan, want buiten de wedstrijden blijft Haile een veel charismatischer persoonlijkheid. Bekele is op Engelse les, maar laat bij persconferenties toch een tolk aanrukken.

De juiste uitstraling naar de pers, die snakt naar mooie verhalen en aardige anekdotes, is belangrijk, beseft Hermens. Bekele, die eind mei de 5000 meter tijdens de FBK-Gamnes in Hengelo loopt, is nu per wedstrijd zo'n vijftigduizend euro waard. De echt grote sterren als Haile, Marion Jones en Hicham El Guerrouj krijgen 75 duizend euro voor een sportief optreden.

Er zijn meer verschillen tussen Haile en Kenenisa, openbaart Hermens. `Haile zal nooit over geld praten, Kenenisa zeikt vlak voor een wedstrijd nog over zijn contracten. Wat dat betreft behoort Kenenisa tot een nieuwe generatie Afrikaanse hardlopers.'

Meer over